Voor zeer grote ondernemingen of zeer vermogende particulieren bestaat er geen wettelijk juist bedrag aan inkomstenbelastingen. Er is veeleer een waaier van mogelijke antwoorden, die allemaal binnen een vork kunnen liggen die voor de fiscus aanvaardbaar is. Dat komt omdat hun winsten en hun inkomsten bestaan uit vele fiscale onderdelen. Het is voor de fiscus onmogelijk elk van die afzonderlijke elementen te beoordelen. Het is dan beter te kijken of ze genoeg belasting betalen.

Het voorgaande heb ik niet bedacht. Ik citeer min of meer letterlijk uit The Enhanced Relationship, een document van de OESO uit 2007. Zo'n 'verstevigde verstandhouding' moet er zijn tussen belastingbetalers en de belastingdienst. Beide zijn evenwaardige partijen die niet voor elkaar hoeven onder te doen. Een van de voorwaarden voor zo'n verstandhouding is de proportionaliteit, zegt de OESO. Bedoeld is niet een proportionaliteit in de boetes, maar een redelijke middenweg in de belastingen binnen de wet.

"Als we de rekening op tafel leggen moeten ze niet roepen dat belastingplichtigen worden gepest"

Belgische topfiscalisten zijn over het algemeen niet gewonnen voor het fiscale beginsel van het genoeg. Het legaliteitsbeginsel zou dat niet toelaten en de praktijk zou er niet klaar voor zijn. Ze blijven dus voor hun heel grote klanten liever pleiten voor het juiste bedrag aan belasting - en als het moet, doen ze dat voor de rechtbank. Dat komt voor die grote ondernemingen of vermogende particulieren vaak neer op zeer weinig, omdat veel discutabel is. LuxLeaks en onze geheime rulingpraktijk hebben aangetoond dat er geen evenwichtige verhouding bestaat tussen de kleine landen en de grote belastingbetalers. België, Nederland, Luxemburg en veel andere landen zitten eerder op hun knieën voor de grote spelers, als ze soms niet plat op hun buik liggen.

Staatssecretaris voor de Bestrijding van de Fiscale Fraude Elke Sleurs (N-VA) heeft in haar beleidsnota gepleit voor een "professionele dialoog gebaseerd op het geheel van de feitelijke omstandigheden". Dat klinkt al een beetje zoals een verstevigde verstandhouding tussen grote mensen. Ik ben daarvoor gewonnen. Er moeten geen beschuldigingen worden uitgewisseld, maar stevige argumenten en cijfers. En als we dan al eens een stevige rekening op tafel leggen, moeten ze ook niet meteen roepen dat de mensenrechten worden geschonden, dat belastingplichtigen worden gepest. Het is echt niet de belastinginspecteur die onverdraagzaam is. In dit land zijn het vaak de belastingtarieven die ondraaglijk zijn. En die heeft de inspecteur niet zelf bepaald.

"Ook het duistere verleden van een belastingbetaler kan bestaan uit veel afzonderlijke elementen"

Nu er veel zwart geld van vroeger aan de oppervlakte komt, zullen we ons nog enkele jaren het verleden moeten rechtzetten. De BBI is niet over één nacht ijs gegaan, maar uiteindelijk ligt er een oplossing voor: de intussen beruchte instructie van 29 januari 2015. Die wordt een goede zaak voor de schatkist. Ook het duistere verleden van een belastingbetaler kan bestaan uit veel afzonderlijke elementen, die elk een punt van discussie kunnen zijn. In een witwasproces willen de procureur en de strafrechter weten wat de ontdoken belasting door de jaren is geweest. Dat is het onrechtmatige vermogensvoordeel dat moet worden verbeurdverklaard.

Dat kan een oeverloos debat worden. Wij gaan daar nu het principe van het genoeg op toepassen, en toch - zoals minister van Financiën Van Overtveldt (N-VA) heeft benadrukt - binnen de wet blijven. Voor de specialisten: het gaat over de artikelen 1, 90.1, 171.1 en 341 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting. Met die vier artikelen en slechts twee van de 772 codes in de aangifte, de codes 1200 of 2200 van 'andere' in de rubriek 'andere diverse inkomsten', recupereren we 33 procent belasting op alle zwart geld van vroeger. Er is veel kans dat de juiste belasting een stuk hoger kon zijn, maar dat is ook heel discutabel. En daar komen nog gemeentebelasting en een boete van minimaal 10 procent bij. Minder kon niet, maar het is dan ook wel genoeg.