In tijden van nationale actie- en stakingsdagen door de vakbonden weerklinkt de leuze dat de 'verworven rechten' niet aangetast mogen worden. Ter rechterzijde wordt daar nogal eens meewarig over gedaan. De werkgeversvereniging Voka verklaarde ooit "dat België het Bokrijk van de verworven rechten was geworden". Nochtans beschermt onze grondwet die verworven rechten. En die grondwet is, dixit wijlen Leo Tindemans, geen vodje papier. Dat bewijst het Grondwettelijk Hof in een arrest van 13 oktober dat vooralsnog onder de radar is gebleven. Het arrest mag baanbrekend worden genoemd. Toekomstige belastinghervormingen en wijzigingen van de belastingwetten worden er niet gemakkelijker op.

De belastingen hervormen is een complexiteit in het kwadraat.

Artikel 23 van de grondwet bevat een zogenoemde standstillverplichting. De wetgever mag het niveau van de sociale bescherming van de burger niet in een aanzienlijke mate verminderen zonder dat dat nodig is voor het algemeen belang. Het Grondwettelijk Hof heeft in het recente arrest, bij mijn weten voor het eerst, geoordeeld dat ook een louter fiscale wetswijziging tot gevolg kan hebben dat een bestaand niveau van sociale bescherming aanzienlijk wordt verminderd en dat dit niet toegelaten is.

Wat waren de feiten? In 2014 besliste de federale wetgever om de fiscale techniek van de woonbonus te wijzigen. De woonbonus was ingevoerd als een aftrek van het belastbare inkomen, maar werd hervormd tot een belastingvermindering. Die hervorming had niet noodzakelijk tot gevolg dat er meer belastingen moesten worden betaald, maar leidde er wel toe dat het belastbare inkomen verhoogd werd. Het fiscale voordeel werd voortaan in de berekening van de belasting verwerkt. Laat nu echter net dat belastbare inkomen een criterium zijn om te bepalen of iemand een sociale uitkering krijgt of niet, en hoe hoog die uitkering is.

Door de wijziging van die fiscale techniek werd een burger met een handicap een tegemoetkoming geweigerd. Hij ontving de uitkering al twee jaar, maar plotsklaps eindigde dat, omdat zijn belastbare inkomen verhoogde, terwijl zijn werkelijke inkomen en zijn vermogen nauwelijks wijzigden. De fiscale administratie berekende zelfs dat het belastbare inkomen met 20 procent steeg, terwijl het werkelijk inkomen slechts 1,56 procent hoger ging. Volgens het hof is die situatie in strijd met het grondwettelijk verbod om verworven rechten aan te tasten.

Fiscale wetswijzigingen worden niet gemakkelijker na een recent arrest van het Grondwettelijk Hof.

Het argument van de ministerraad dat niet de fiscale wet de grondwet schendt, maar de sociale wetgeving, wordt door het Grondwettelijk Hof vakkundig genegeerd. Het uiteindelijke resultaat wordt vergeleken: de wijziging van de belastingwet leidt manifest tot een verlaging van de sociale tegemoetkoming en, omdat er geen aanwijsbare redenen van algemeen belang zijn, dus tot een schending van artikel 23 van de grondwet. Dat het Grondwettelijk Hof bakens verzet, is niet verrassend, aangezien een van de rechters-verslaggevers Danny Pieters was, een topspecialist in die materie. Dit is dan ook duidelijk geen accident de parcours.

Wat nemen we hieruit mee voor toekomstige fiscale wetswijzigingen? Dat die er niet gemakkelijker op worden. Veranderingen doorvoeren is in onze hedendaagse maatschappij al immens moeilijk op zich. Voeg daar een complex belastingsysteem aan toe en het besluit is duidelijk: de belastingen hervormen is een complexiteit in het kwadraat. Iedereen die met een gedegen voorstel komt, zelfs als men het daar radicaal mee oneens is, verdient alle respect. En nu komt daar nog een extra laagje grondwettelijke saus van sociale aard bovenop.

Tot slot nog dit. Voor de mensen van de fiscale administratie die meelezen: het gaat niet alleen over toekomstige wijzigingen. We starten op grond van dit arrest niet weinig dossiers op om een aantal van jullie recente beslissingen en standpunten te betwisten. We ontmoeten elkaar dus weldra weer voor de rechter. Werk verzekerd.

De auteur is partner van Tiberghien Advocaten

In tijden van nationale actie- en stakingsdagen door de vakbonden weerklinkt de leuze dat de 'verworven rechten' niet aangetast mogen worden. Ter rechterzijde wordt daar nogal eens meewarig over gedaan. De werkgeversvereniging Voka verklaarde ooit "dat België het Bokrijk van de verworven rechten was geworden". Nochtans beschermt onze grondwet die verworven rechten. En die grondwet is, dixit wijlen Leo Tindemans, geen vodje papier. Dat bewijst het Grondwettelijk Hof in een arrest van 13 oktober dat vooralsnog onder de radar is gebleven. Het arrest mag baanbrekend worden genoemd. Toekomstige belastinghervormingen en wijzigingen van de belastingwetten worden er niet gemakkelijker op. Artikel 23 van de grondwet bevat een zogenoemde standstillverplichting. De wetgever mag het niveau van de sociale bescherming van de burger niet in een aanzienlijke mate verminderen zonder dat dat nodig is voor het algemeen belang. Het Grondwettelijk Hof heeft in het recente arrest, bij mijn weten voor het eerst, geoordeeld dat ook een louter fiscale wetswijziging tot gevolg kan hebben dat een bestaand niveau van sociale bescherming aanzienlijk wordt verminderd en dat dit niet toegelaten is. Wat waren de feiten? In 2014 besliste de federale wetgever om de fiscale techniek van de woonbonus te wijzigen. De woonbonus was ingevoerd als een aftrek van het belastbare inkomen, maar werd hervormd tot een belastingvermindering. Die hervorming had niet noodzakelijk tot gevolg dat er meer belastingen moesten worden betaald, maar leidde er wel toe dat het belastbare inkomen verhoogd werd. Het fiscale voordeel werd voortaan in de berekening van de belasting verwerkt. Laat nu echter net dat belastbare inkomen een criterium zijn om te bepalen of iemand een sociale uitkering krijgt of niet, en hoe hoog die uitkering is. Door de wijziging van die fiscale techniek werd een burger met een handicap een tegemoetkoming geweigerd. Hij ontving de uitkering al twee jaar, maar plotsklaps eindigde dat, omdat zijn belastbare inkomen verhoogde, terwijl zijn werkelijke inkomen en zijn vermogen nauwelijks wijzigden. De fiscale administratie berekende zelfs dat het belastbare inkomen met 20 procent steeg, terwijl het werkelijk inkomen slechts 1,56 procent hoger ging. Volgens het hof is die situatie in strijd met het grondwettelijk verbod om verworven rechten aan te tasten.Het argument van de ministerraad dat niet de fiscale wet de grondwet schendt, maar de sociale wetgeving, wordt door het Grondwettelijk Hof vakkundig genegeerd. Het uiteindelijke resultaat wordt vergeleken: de wijziging van de belastingwet leidt manifest tot een verlaging van de sociale tegemoetkoming en, omdat er geen aanwijsbare redenen van algemeen belang zijn, dus tot een schending van artikel 23 van de grondwet. Dat het Grondwettelijk Hof bakens verzet, is niet verrassend, aangezien een van de rechters-verslaggevers Danny Pieters was, een topspecialist in die materie. Dit is dan ook duidelijk geen accident de parcours. Wat nemen we hieruit mee voor toekomstige fiscale wetswijzigingen? Dat die er niet gemakkelijker op worden. Veranderingen doorvoeren is in onze hedendaagse maatschappij al immens moeilijk op zich. Voeg daar een complex belastingsysteem aan toe en het besluit is duidelijk: de belastingen hervormen is een complexiteit in het kwadraat. Iedereen die met een gedegen voorstel komt, zelfs als men het daar radicaal mee oneens is, verdient alle respect. En nu komt daar nog een extra laagje grondwettelijke saus van sociale aard bovenop. Tot slot nog dit. Voor de mensen van de fiscale administratie die meelezen: het gaat niet alleen over toekomstige wijzigingen. We starten op grond van dit arrest niet weinig dossiers op om een aantal van jullie recente beslissingen en standpunten te betwisten. We ontmoeten elkaar dus weldra weer voor de rechter. Werk verzekerd.