Data zijn voor de economie wat olie in het verleden was. Ze worden ook almaar belangrijker voor de fiscale controle. Nieuwe IT-toepassingen moeten de controle helpen te optimaliseren. Het aantal data dat wordt verzameld over belastingplichtigen is gigantisch, en er worden steeds meer bijkomende informatiestromen gecreëerd. Zo is er het kadaster van onroerende goederen. In 2011 werden de eerste stappen gezet om het bankgeheim op te heffen. In 2015 werd bij de Nationale Bank van België het Centraal Aanspreekpunt (CAP) operationeel - een databank met bankrekeningen en contracten voor vermogensbeheer. Zo'n databank bestaat ook voor verzekeringspolissen. En tegen eind volgende maand moeten vennootschappen in het UBO-register publiek maken wie hun controlerende aandeelhouders zijn.

Dat met de bigdatatechnologie voor fiscale controles fouten zullen worden gemaakt, lijdt geen enkele twijfel.

Vorig jaar legde Europa aan belastingadviseurs en financiële tussenpersonen op om agressieve belastingstructuren te melden. Die adviseurs moeten al langer mogelijke wiswastransacties melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking. Fiscale administraties wisselen internationaal almaar meer informatie tussen elkaar uit.

Basisinformatie wordt aangevuld met informatie uit andere databanken. Die netwerken worden gestuurd en leiden tot kruispuntdatabanken. Daar wordt nog meer vergeleken en aangevuld. Op die manier komen tegenstrijdigheden aan het licht. De computer stuurt de belastingcontroleur dan met een schat aan voorkennis op pad. Maar aangezien hij ook maar een mens is, kan die voorkennis leiden tot vooringenomenheid, in plaats dat hij met een frisse blik kijkt naar wat juist en fout is.

Databanken zijn een mooie zaak. Maar zoals in een tuin moet er tijdig in worden gewied. De data in zo'n kruispuntbank kunnen op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Dat iemand een bankrekening heeft, is objectief vast te stellen. Concluderen of een handeling aanleiding moet geven tot een melding van mogelijke witwaspraktijken of agressieve belastingplanning, is niet meer zo objectief. En uit de hele context afleiden dat een belastingplichtige vermoedelijk een fout heeft begaan of zelfs een fraudeur is, is nog minder objectief.

Wie ooit een les statistiek heeft gevolgd, herinnert zich wellicht nog het grapje dat met statistiek vrijwel alles kan worden bewezen.

Het deficit van die datatechnologie is dat er geen controle is op de gegevens die worden geüpload in al die informatiesystemen en dat er geen zicht is op de manier waarop die met elkaar worden gecombineerd om er conclusies uit te trekken. De belastingadministraties blijken niet geneigd over die informatiestromen en de verwerking ervan veel informatie vrij te geven. Zowel in een preventieve als in een curatieve fase heeft de belastingplichtige geen of onvoldoende inzicht in de manier waarop de controleurs tot een voorlopige conclusie komen. Belastingplichtigen kunnen de informatie in die gigadatabanken niet laten verbeteren. Wie ooit een les statistiek heeft gevolgd, herinnert zich wellicht nog het grapje dat met statistiek vrijwel alles kan worden bewezen. Dat met die bigdatatechnologie fouten zullen worden gemaakt, lijdt geen enkele twijfel.

De belastingplichtige heeft geen verweer tegen ongefundeerde verdachtmakingen van het systeem. De vraag is dus: wat gedaan als Big Brother zich vergist? En hoe kan de foutenmarge worden beperkt? De voorstanders van controles op basis van big data verweren zich met het argument dat de belastingadministratie niet hoeft te verantwoorden waarom een belastingcontrole opgestart wordt. Het weerwoord daarop is dat als een belastingcontrole wordt opgestart op basis van gegevens of voorlopige conclusies, de belastingplichtige in het huidige recht het recht heeft te weten welke die conclusies zijn en waarop die zijn gebaseerd. Over dat essentiële recht zal de komende tijd nog heel wat worden gebakkeleid.