De linkerzijde van het ideologische spectrum is terecht de hoeder van de rechten van de mens. Links roept ook op voor rechtvaardigere belastingen. Jammer genoeg komt dat meestal neer op méér belastingen. Dat belastingen ook de mensenrechten kunnen schenden, weet links meestal niet, of het negeert dat.

Artikel 1 van het eerste aanvullende protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens garandeert het recht op eigendom. De overheid mag eigendom niet afnemen, behalve in het algemeen belang en op voorwaarde dat het wettelijk en proportioneel gebeurt. Ook het recht van de Europese Unie en onze grondwet bevatten soortgelijke bepalingen. Het is een van de fundamenten van onze toch wel succesvolle westerse samenleving.

De Europese Commissie voor de Rechten van de Mens heeft al heel lang geleden aangenomen dat elke belasting het eigendomsrecht aantast. De overheid neemt eenzijdig eigendom weg zonder een directe gelijkwaardige tegenprestatie. Niemand betwist dat. Maar dat betekent nog niet dat belastingen de mensenrechten ook automatisch schenden. Er is geen schending als de belasting wettelijk is gevestigd en als ze proportioneel is. Omdat belastingen in de meeste gevallen wettelijk gevestigd zijn, komt het onderzoek naar een schending er in essentie op neer na te gaan of er een billijk evenwicht is tussen het algemeen belang en het individuele eigendomsrecht.

Dat belastingen ook de mensenrechten kunnen schenden, weet links meestal niet, of het negeert dat.

In zijn boek Capital et idéologie - en de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het nog niet gelezen heb - doet Thomas Piketty blijkbaar een aanval op eigendom. Er zou een progressieve jaarlijkse eigendomsbelasting moeten komen die kan oplopen tot 90 procent van het vermogen. Hoe dat concreet moet worden ingevuld, is mij voorlopig nog een raadsel, want een belasting van 90 procent zou het daaropvolgende jaar tot gevolg hebben dat nog nauwelijks belasting te heffen valt.

De vraag of een belasting van 90 procent of meer nog een billijk evenwicht in stand houdt tussen het algemeen en het private belang, is niet nieuw. Er is al veel over geschreven en er is zelfs al rechtspraak over. Het tarief op zich is nooit doorslaggevend. Er moet naar het geheel van de feiten worden gekeken om de billijkheid te beoordelen.

Op basis van het geheel van omstandigheden heeft het Hof voor de Rechten van de Mens een Hongaarse belasting van 98 procent op de hoogste schijf van de ontslagvergoeding voor ambtenaren geschrapt, ook al bedroeg het gemiddelde tarief op de volledige ontslagvergoeding maar 60 procent. Daarentegen aanvaardde het Hof wel een Franse solidariteitsheffing van 85 procent op het vermogen. Trouwens, moeten we op basis daarvan niet besluiten dat het voorstel van Piketty toch niet zo vernieuwend is als het wordt voorgesteld?

Ook in ons land heeft het Grondwettelijk Hof zich al moeten uitspreken. In 2004 gaf het groen licht voor een Brusselse successiebelasting van 80 procent. Die valt niet geheel te vergelijken met het voorstel van Piketty. Een belasting naar aanleiding van een overgang van vermogen is niet hetzelfde als een belasting op het vermogen, tijdens het leven. Een jaar later heeft het Hof trouwens een Waalse successiebelasting van 90 procent wel strijdig verklaard met de grondwet. Het hof oordeelde dat dat tarief neerkwam op een verbeurdverklaring en dat het dus het recht op eigendom drastisch aantastte. Of het hof nog op dezelfde manier zal oordelen met Zakia Khattabi en Yasmine Kherbache als rechters, is wel de vraag. Hun linkse partijen zijn al langer voorstander van zware vermogensbelastingen en hogere successierechten.

Het voorstel van Piketty is impliciet een pleidooi voor de herziening van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Handvest van de Europese Unie, de Belgische grondwet en veel andere Europese grondwetten, waarin staat dat belastingen niet boven een bepaald plafond mogen uitkomen. Er zijn er al voor minder publiek aan het kruis genageld. Het blijft voorlopig stil ter linkerzijde.

De auteur is partner van Tiberghien Advocaten.