Welke kosten mag een belastingplichtige van zijn beroepsinkomsten aftrekken? En gelden voor vennootschappen dezelfde regels als voor natuurlijke personen? Het hof van cassatie heeft op deze vragen, in een arrest van 12 juni 2015, een duidelijk antwoord gegeven. In de eerste plaats bevestigt de hoge gerechtelijke instantie dat voor vennootschappen en voor natuurlijke personen hetzelfde principe geldt. Uitgaven zijn aftrekbare beroepskosten als ze gedaan worden met het oog op het verkrijgen van belastbare beroepsinkomsten. De uitgaven moeten niet noodzakelijk leiden tot een bijkomend inkomen in vergelijking met de vorige jaren. Kosten gemaakt om het niveau van het beroepsinkomen te handhaven, zijn volgens de wet ook aftrekbaar. Wel noodzakelijk is dat er tussen de uitgaven en het beroepsinkomen en dus met de beroepsactiviteit een verband bestaat. Voor natuurlijke personen is dat een belangrijke nuance. Behalve beroepsinkomsten kunnen natuurlijke personen namelijk ook andere inkomsten verkrijgen, bijvoorbeeld uit onroerend goed of uit belegd kapitaal. Wie bijvoorbeeld, volledig los van het beroep dat hij uitoefent, uitgaven doet voor een appartement dat hij verhuurt, kan deze uitgaven niet als beroepskosten in rekening brengen.

Voor vennootschappen liggen de zaken anders. Een vennootschap wordt opgericht om winst te maken. Fiscaal wordt daaraan het gevolg gekoppeld dat iedere opbrengst van een handeling of van een activiteit of ieder rendement van een vermogensbestanddeel van een vennootschap daartoe bijdraagt. Een vennootschap heeft geen privaat vermogen, zodat alle opbrengsten die een vennootschap realiseert, het karakter hebben van belastbare beroepsinkomsten. Zijn alle kosten die een vennootschap maakt, dan ook automatisch aftrekbare kosten? Veronderstel dat een vennootschap investeert in een appartement aan de kust dat ze ter beschikking stelt van haar zaakvoerder en zijn familie. Zijn de afschrijving en de gebruikskosten van het appartement dan aftrekbare kosten voor de vennootschap?

Volgens sommigen bestaat daar geen twijfel over. Hun redenering luidt: alles wat een vennootschap als opbrengst verkrijgt, is belastbaar; alles wat ze uitgeeft, is aftrekbaar. De rechtspraak heeft deze stelling nooit gevolgd. Volgens de rechters kan de aftrek van een uitgave maar aanvaard worden als er tussen de uitgave en de activiteit van de vennootschap een verband is. De uitgave moet kaderen in de activiteit van de vennootschap.

'Cassatie verduidelijkt de kostenaftrek'

Maar wat betekent het begrip 'activiteit'? Tot voor kort interpreteerde de administratie dat begrip zeer strikt. Enkel de uitgaven die een vennootschap doet om haar maatschappelijke doel te verwezenlijken zoals het beschreven staat in de statuten, waren volgens haar aftrekbaar. Volgens de fiscus dus geen aftrek van kosten die een doktersvennootschap maakt voor een appartement aan zee dat niet gebruikt wordt voor de artsenpraktijk, maar wel als buitenverblijf. In de rechtspraak bestond de tendens om dit standpunt te volgen.

In de arresten van 12 juni 2015 heeft het hof van cassatie nu getracht een einde te stellen aan de discussies. Volgens het hof moet er bij de beoordeling van de aftrekbaarheid van een uitgave geen rekening worden gehouden met het statutaire doel van de vennootschap. En er moet ook niet worden onderzocht of er een verband bestaat tussen de uitgave en de activiteiten die de vennootschap gewoonlijk uitoefent. Alleen moet nagegaan worden of de vennootschap de uitgave heeft gedaan met de bedoeling inkomsten te verkrijgen of te behouden. Daarbij wordt al jarenlang aanvaard dat de bedoeling primeert en niet de vraag of de uitgave tot het verhoopte resultaat heeft geleid.

In persberichten kon men over deze nieuwe cassatierechtspraak lezen dat een vennootschap voortaan alle kosten zonder meer zou kunnen aftrekken. Dat is een foute conclusie. De vennootschap zal namelijk altijd moeten aantonen dat er een verband bestaat tussen de uitgave en haar beleid. Als een vennootschap in het kader van haar bezoldigingsbeleid een wagen of een appartement aankoopt en ter beschikking stelt van haar zaakvoerder en zijn familie, dan is dat haar vrije keuze om haar medewerkers te vergoeden. In dat geval voldoet de vennootschap aan haar bewijsverplichting en is de uitgave aftrekbaar. Zodra dat bewijs is geleverd, mag van de fiscale administratie verwacht worden dat zij met de nieuwe cassatierechtspraak de aftrekbaarheid niet verder ter discussie stelt.

Welke kosten mag een belastingplichtige van zijn beroepsinkomsten aftrekken? En gelden voor vennootschappen dezelfde regels als voor natuurlijke personen? Het hof van cassatie heeft op deze vragen, in een arrest van 12 juni 2015, een duidelijk antwoord gegeven. In de eerste plaats bevestigt de hoge gerechtelijke instantie dat voor vennootschappen en voor natuurlijke personen hetzelfde principe geldt. Uitgaven zijn aftrekbare beroepskosten als ze gedaan worden met het oog op het verkrijgen van belastbare beroepsinkomsten. De uitgaven moeten niet noodzakelijk leiden tot een bijkomend inkomen in vergelijking met de vorige jaren. Kosten gemaakt om het niveau van het beroepsinkomen te handhaven, zijn volgens de wet ook aftrekbaar. Wel noodzakelijk is dat er tussen de uitgaven en het beroepsinkomen en dus met de beroepsactiviteit een verband bestaat. Voor natuurlijke personen is dat een belangrijke nuance. Behalve beroepsinkomsten kunnen natuurlijke personen namelijk ook andere inkomsten verkrijgen, bijvoorbeeld uit onroerend goed of uit belegd kapitaal. Wie bijvoorbeeld, volledig los van het beroep dat hij uitoefent, uitgaven doet voor een appartement dat hij verhuurt, kan deze uitgaven niet als beroepskosten in rekening brengen. Voor vennootschappen liggen de zaken anders. Een vennootschap wordt opgericht om winst te maken. Fiscaal wordt daaraan het gevolg gekoppeld dat iedere opbrengst van een handeling of van een activiteit of ieder rendement van een vermogensbestanddeel van een vennootschap daartoe bijdraagt. Een vennootschap heeft geen privaat vermogen, zodat alle opbrengsten die een vennootschap realiseert, het karakter hebben van belastbare beroepsinkomsten. Zijn alle kosten die een vennootschap maakt, dan ook automatisch aftrekbare kosten? Veronderstel dat een vennootschap investeert in een appartement aan de kust dat ze ter beschikking stelt van haar zaakvoerder en zijn familie. Zijn de afschrijving en de gebruikskosten van het appartement dan aftrekbare kosten voor de vennootschap? Volgens sommigen bestaat daar geen twijfel over. Hun redenering luidt: alles wat een vennootschap als opbrengst verkrijgt, is belastbaar; alles wat ze uitgeeft, is aftrekbaar. De rechtspraak heeft deze stelling nooit gevolgd. Volgens de rechters kan de aftrek van een uitgave maar aanvaard worden als er tussen de uitgave en de activiteit van de vennootschap een verband is. De uitgave moet kaderen in de activiteit van de vennootschap. Maar wat betekent het begrip 'activiteit'? Tot voor kort interpreteerde de administratie dat begrip zeer strikt. Enkel de uitgaven die een vennootschap doet om haar maatschappelijke doel te verwezenlijken zoals het beschreven staat in de statuten, waren volgens haar aftrekbaar. Volgens de fiscus dus geen aftrek van kosten die een doktersvennootschap maakt voor een appartement aan zee dat niet gebruikt wordt voor de artsenpraktijk, maar wel als buitenverblijf. In de rechtspraak bestond de tendens om dit standpunt te volgen. In de arresten van 12 juni 2015 heeft het hof van cassatie nu getracht een einde te stellen aan de discussies. Volgens het hof moet er bij de beoordeling van de aftrekbaarheid van een uitgave geen rekening worden gehouden met het statutaire doel van de vennootschap. En er moet ook niet worden onderzocht of er een verband bestaat tussen de uitgave en de activiteiten die de vennootschap gewoonlijk uitoefent. Alleen moet nagegaan worden of de vennootschap de uitgave heeft gedaan met de bedoeling inkomsten te verkrijgen of te behouden. Daarbij wordt al jarenlang aanvaard dat de bedoeling primeert en niet de vraag of de uitgave tot het verhoopte resultaat heeft geleid.In persberichten kon men over deze nieuwe cassatierechtspraak lezen dat een vennootschap voortaan alle kosten zonder meer zou kunnen aftrekken. Dat is een foute conclusie. De vennootschap zal namelijk altijd moeten aantonen dat er een verband bestaat tussen de uitgave en haar beleid. Als een vennootschap in het kader van haar bezoldigingsbeleid een wagen of een appartement aankoopt en ter beschikking stelt van haar zaakvoerder en zijn familie, dan is dat haar vrije keuze om haar medewerkers te vergoeden. In dat geval voldoet de vennootschap aan haar bewijsverplichting en is de uitgave aftrekbaar. Zodra dat bewijs is geleverd, mag van de fiscale administratie verwacht worden dat zij met de nieuwe cassatierechtspraak de aftrekbaarheid niet verder ter discussie stelt.