Sinds de zomer van 2018 is het in ons land toegelaten om alternatieve motorbrandstoffen op de markt te brengen. Het gaat onder meer om B10, B20 en B30, waarbij grotere hoeveelheden biodiesel gemengd zijn dan bij gewone diesel (B7), maar ook bijvoorbeeld synthetische diesels zoals HVO (Hydrogenated Vegetable Oil), waarbij plantaardige olie behandeld wordt met waterstof.

Toch is de vraag naar die alternatieve en milieuvriendelijkere brandstoffen 'nihil', zegt algemeen directeur Johan Mattart van Brafco. Wat de 'groene diesels' betreft, is de toegevoegde biocomponent duurder dan de fossiele diesel waarin hij wordt gemengd. 'Dus als men daarop dezelfde accijnstarieven gaat toepassen (momenteel 60 cent per liter op diesel en benzine, red.), dan zijn die producten sowieso uit de markt geprijsd', luidt het. 'Als die alternatieven volledig gedefiscaliseerd zouden worden, dan ga je nog ongeveer op dezelfde prijs komen als gewone fossiele diesel met accijnzen', verduidelijkt hij.

Wat synthetische diesels zoals HVO - waarbij er dus geen fossiele brandstoffen meer aan te pas komen - betreft, moet er zelfs een nultarief komen zoals al het geval is bij CNG (samengeperst aardgas) en LNG (vloeibaar aardgas), vindt Mattart. 'Als het kan voor de fossiele brandstoffen CNG en LNG, waarom dan niet voor HVO, waarvan de milieuimpact eigenlijk nog veel beter is?', vraagt hij zich af. Momenteel is in ons land de procedure lopende om E85 - een mengsel van 85 procent ethanol en 15 procent benzine - op de markt te brengen. 'Als die brandstof aan hetzelfde accijnstarief onderhevig zal zijn als de gewone fossiele benzine, dan gaat geen kat dat kopen', waarschuwt Mattart nog.

Volgens de Brafco-directeur zal het noodzakelijk zijn om de accijnstarieven bij te sturen om de Europese verplichtingen te halen: tegen 2030 moet hernieuwbare energie een aandeel van 14 procent vertegenwoordigen in de transportsector.