Karel gaat als prille vijftiger zonder zorgen door het leven. Hij is vrijgezel, bon vivant en houdt er een luxueuze levensstijl op na. Hij rijdt met een dure klassewagen, woont in een mooie villa met zwembad en gaat enkele keren per jaar op reis. Beroepsmatig is hij actief in de vastgoedsector en bemiddelt hij in de aan- en verkoop van residentieel vastgoed. Als we kijken naar de officieel aangegeven inkomsten, dan stellen we vast dat zijn netto-belastbaar inkomen 'slechts' 20.000 euro bedraagt.

Knipperlicht bij de fiscus

De wanverhouding tussen de inkomsten en uitgaven doet een knipperlicht branden bij de fiscus. De belastingcontroleur van Karel vraagt zich af waar Karel het geld heeft gehaald om al deze uitgaven te betalen.

De belastingcontroleur gaat uitrekenen hoeveel het tekort bedraagt tussen de inkomsten en de uitgaven van Karel. In het vakjargon spreekt men van een 'indiciair tekort' of een tekort dat blijkt uit 'tekenen en indiciën', in casu de luxueuze levensstijl van Karel die niet te rijmen valt met het inkomen dat hij officieel aangeeft. Volgens de fiscus moet Karel dus een hoger inkomen hebben dan wat hij officieel heeft aangegeven en op het verschil riskeert Karel een bijkomende belasting te moeten betalen.

Tegenbewijs door belastingplichtige

Als de fiscus een indiciair tekort heeft berekend, dan is het aan Karel om aan te tonen dat hij bepaalde, niet-belastbare inkomsten of inkomsten die vroeger al werden belast heeft gehad om dit tekort op te vullen. Het zijn dus niet-belastbare inkomsten waarvan de fiscus niet op de hoogte was. Het kan daarbij onder andere gaan om een handgift, een schenking, spaargeld waarop de nodige fiscale inhoudingen zijn gebeurd, een lening van de bank of van iemand anders (bijvoorbeeld een familielid of een vriend).

Slaagt Karel er niet in om het tegenbewijs te leveren, dan zal men op het tekort (of op een deel ervan als hij slechts een gedeeltelijk bewijs kan leveren) belast worden.

Opletten dus

Vooral met belangrijke uitgaven zoals het bouwen/verbouwen van een woning of de aankoop ervan en het kopen van een dure wagen loop je in de kijker van de fiscus. Dit zijn immers grote uitgaven die gekend zijn en waarover de fiscus (lees, de controleur) informatie kan vragen bij andere instanties, zoals bijvoorbeeld de ontvanger van de registratierechten bij de aankoop van een woning of bij de DIV (Dienst voor de Inschrijving van Voertuigen) als het gaat om de aankoop van een wagen.

Voor andere, minder 'gekende' uitgaven zoals luxueuze reizen, de aankoop van dure schilderijen of antiek, stellen er zich minder problemen. Toch doe je er goed aan om een 'normaal' inkomen aan te geven, een inkomen dat min of meer overeenstemt met je levensstandaard tenzij je kunt aantonen dat je ook andere, niet belastbare inkomsten hebt. (JS)

Karel gaat als prille vijftiger zonder zorgen door het leven. Hij is vrijgezel, bon vivant en houdt er een luxueuze levensstijl op na. Hij rijdt met een dure klassewagen, woont in een mooie villa met zwembad en gaat enkele keren per jaar op reis. Beroepsmatig is hij actief in de vastgoedsector en bemiddelt hij in de aan- en verkoop van residentieel vastgoed. Als we kijken naar de officieel aangegeven inkomsten, dan stellen we vast dat zijn netto-belastbaar inkomen 'slechts' 20.000 euro bedraagt.De wanverhouding tussen de inkomsten en uitgaven doet een knipperlicht branden bij de fiscus. De belastingcontroleur van Karel vraagt zich af waar Karel het geld heeft gehaald om al deze uitgaven te betalen. De belastingcontroleur gaat uitrekenen hoeveel het tekort bedraagt tussen de inkomsten en de uitgaven van Karel. In het vakjargon spreekt men van een 'indiciair tekort' of een tekort dat blijkt uit 'tekenen en indiciën', in casu de luxueuze levensstijl van Karel die niet te rijmen valt met het inkomen dat hij officieel aangeeft. Volgens de fiscus moet Karel dus een hoger inkomen hebben dan wat hij officieel heeft aangegeven en op het verschil riskeert Karel een bijkomende belasting te moeten betalen.Als de fiscus een indiciair tekort heeft berekend, dan is het aan Karel om aan te tonen dat hij bepaalde, niet-belastbare inkomsten of inkomsten die vroeger al werden belast heeft gehad om dit tekort op te vullen. Het zijn dus niet-belastbare inkomsten waarvan de fiscus niet op de hoogte was. Het kan daarbij onder andere gaan om een handgift, een schenking, spaargeld waarop de nodige fiscale inhoudingen zijn gebeurd, een lening van de bank of van iemand anders (bijvoorbeeld een familielid of een vriend). Slaagt Karel er niet in om het tegenbewijs te leveren, dan zal men op het tekort (of op een deel ervan als hij slechts een gedeeltelijk bewijs kan leveren) belast worden.Vooral met belangrijke uitgaven zoals het bouwen/verbouwen van een woning of de aankoop ervan en het kopen van een dure wagen loop je in de kijker van de fiscus. Dit zijn immers grote uitgaven die gekend zijn en waarover de fiscus (lees, de controleur) informatie kan vragen bij andere instanties, zoals bijvoorbeeld de ontvanger van de registratierechten bij de aankoop van een woning of bij de DIV (Dienst voor de Inschrijving van Voertuigen) als het gaat om de aankoop van een wagen. Voor andere, minder 'gekende' uitgaven zoals luxueuze reizen, de aankoop van dure schilderijen of antiek, stellen er zich minder problemen. Toch doe je er goed aan om een 'normaal' inkomen aan te geven, een inkomen dat min of meer overeenstemt met je levensstandaard tenzij je kunt aantonen dat je ook andere, niet belastbare inkomsten hebt. (JS)