Een recent arrest van het hof van beroep in Brussel stelt dat het bedrag dat mantelzorgers geen belasting hoeven te betalen op het bedrag dat ze krijgen om voor een ziek familielid te zorgen. De voorwaarde is wel dat de mantelzorger daar vrijwillig tijdelijk of permanent voor thuis blijft. Het bedrag mag dan niet worden beschouwd als een onderhoudsuitkering.

Onderhoudsuitkering

Volgens het Burgerlijk en Gerechtelijk Wetboek zijn familieleden onderhoudsplichtig aan elkaar. Ze kunnen daarvoor een onderhoudsuitkering krijgen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij uit de echt gescheiden ouders waarbij de kinderen bij een van beide ex-partners verblijven. Maar ook kinderen die zorgen voor zorgbehoevende ouders (of omgekeerd) kunnen een wettelijke onderhoudsuitkering krijgen om te voorzien in de kosten van het levensonderhoud.

Zo'n wettelijke onderhoudsuitkering is voor 80 procent aftrekbaar voor wie ze betaalt. Voor de ontvanger wordt dat bedrag tegen 80 procent belast als een divers inkomen. Dat inkomen wordt bij het andere belastbaar inkomen van de ontvanger gevoegd en belast tegen 50 procent (plus uitgespaarde belasting). Als iemand bijvoorbeeld 1000 euro onderhoudsgeld per jaar ontvangt, dan moet hij daar 800 euro van aangeven en op die 800 euro betaalt hij maximaal 400 euro belastingen.

Onbelastbare vrijgevigheden

De grens tussen wat een belastbare onderhoudsuitkering is en wat een onbelastbare vrijgevigheid is, is niet altijd even duidelijk. Het hof van beroep oordeelde onlangs in het voordeel van de ontvanger in een discussie tussen de fiscus en een belastingplichtige. Het ging om een arts die zijn praktijk tijdelijk stopgezet had om te zorgen voor zijn moeder, die aan alzheimer leed. De zoon kreeg daarvoor geregeld geld van zijn zieke moeder. Volgens de fiscus was dat bedrag belastbaar als een ontvangen onderhoudsuitkering, aangezien het geld betaald was ter uitvoering van een wettelijke onderhoudsplicht tussen een ouder en zijn kind dat zich in 'onvrijwillige staat van behoefte' bevindt.

Het hof van beroep in Brussel stelde echter in zijn arrest van 26 mei 2016 dat de zoon zich in dit geval in een 'vrijwillige staat van behoefte' bevond. De dokter had er immers vrijwillig voor gekozen zijn moeder te verzorgen. Hij was daar niet toe verplicht. Hij had zijn moeder ook kunnen laten opnemen in een verzorgingsinstelling. In dat geval had hij kunnen blijven werken. De dokter koos er echter voor zijn beroep stop te zetten om zijn moeder zelf te verzorgen. Het daaruit ontstane inkomensverlies was dus vrijwillig, stelde het hof, en de ontvangen geldsommen mogen niet worden beschouwd als belastbare onderhoudsuitkeringen, het zijn onbelaste 'vrijgevigheden'.

Niet aftrekbaar

Als een familielid dus geld betaalt aan een ander familielid als kosten van verzorging wegens ouderdom, ziekte of ongeval, dan zijn de ontvangen geldsommen niet belastbaar voor de ontvanger op voorwaarde dat de ontvanger deze zijn werk vrijwillig stopzet om voor het familielid te zorgen. Hij bevindt zich dan in een 'vrijwillige staat van behoefte' en de ontvangen geldsommen zijn onbelaste 'vrijgevigheden'. Let wel, de betaalde vergoedingen zijn dan voor degene die ze betaalt ook niet voor 80 procent aftrekbaar.