De premies van een levensverzekering geven in principe recht op een belastingvoordeel van 30 procent (plus de uitgespaarde gemeentebelasting), met een maximum van 2260 euro. In vaktermen spreekt men dan over de 'belastingvermindering langetermijnsparen'. Je ondertekent daarvoor een fiscaal contract bij een verzekeraar.

Werkelijke beroepskost

Om het grootste fiscale voordeel te kunnen genieten, is het nodig dat je de premies van een levensverzekering kunt aftrekken als werkelijke beroepskosten. In dat geval is het belastingvoordeel altijd gelijk aan de marginale aanslagvoet in de personenbelasting, dus maximaal 50 procent plus de uitgespaarde gemeentebelasting.

Bovendien is de aftrekbaarheid van de premies in dat geval niet beperkt tot een bepaald bedrag, zoals wel het geval is voor het langetermijnsparen. Hoe meer premies je betaalt, hoe hoger de fiscale aftrek oploopt in het geval de premies aftrekbaar zijn als werkelijke beroepskosten.

Voorwaarde

Om de premies van een levensverzekering te kunnen aftrekken als werkelijke beroepskosten, is het nodig dat ze een noodzakelijk band hebben met de beroepswerkzaamheid. Meer bepaald gaat het om levensverzekeringen die dienen tot waarborg van een beroepsmatig afgesloten lening.

De praktijk leert dat iemand die een lening bij de bank wil afsluiten om een beroepsmatig gebruikt pand te financieren, als waarborg voor die lening vaak een levensverzekering moet afsluiten. De premies van die waarborgende levensverzekering (schuldsaldoverzekering) zijn dan aftrekbaar als werkelijke beroepskosten.

Voorbeelden uit de rechtspraak

We geven enkele voorbeelden die aan bod kwamen in de rechtspraak. Een geneesheer ging een lening aan voor de bouw van een woning waaraan een praktijkruimte was verbonden. Hij sloot daarvoor ook een levensverzekering af. De rechtbank in Antwerpen oordeelde op 5 december 2007 dat "voor zover deze lening werd aangewend voor de financiering van het beroepsdeel van het gebouw, de premies van de levensverzekering eveneens aftrekbaar zijn als beroepskosten".

Een tweede voorbeeld is dat van een belastingplichtige die een investeringskrediet bij een bank afsloot om een notariaat over te nemen. De bank stelde als voorwaarde voor de lening dat de lener een schuldsaldoverzekering moest afsluiten. De rechtbank in Brussel oordeelde in zijn vonnis van 1 februari 2008 dat de premies van de schuldsaldoverzekering aftrekbare beroepskosten waren.