Vrij onverwacht heeft Nederland op 25 november aan de OESO gemeld dat het dubbelbelastingverdrag met België mocht worden gedekt door het Multilateral Instrument (MLI). België had dat al in 2019 gedaan. Daarom veranderen vanaf 1 januari 2022 enkele regels in de fiscale verhouding tussen België en Nederland.

In november 2018 werd tussen 96 partijen onder de koepel van de OESO een akkoord gesloten over een gemeenschappelijk kader om belastingontwijking te vermijden. Dat gebeurde in het kader van de zogenaamde Base Erosion and Profit Shifting (BEPS), de aantasting van de belastbare basis en het verschuiven van winsten naar gunstige belastingregimes. Landen konden ervoor kiezen dat al bestaande dubbele belastingverdragen onder dat regime vallen. Zo'n verdrag wordt dikwijls gesloten om een dubbele belasting in beide landen te vermijden.

Een van de onmiddellijke gevolgen van de aanvaarding van het MLI tussen België en Nederland is de inwerkingtreding van een algemene antimisbruikbepaling. Als een Belgische belastingplichtige een juridische constructie in Nederland opzet met als één van de voornaamste doelen belastingen te ontwijken, kan die door de fiscus als een misbruik gekwalificeerd worden.

Rik Smet, advocaat in het kantoor Tiberghien: "Nederland heeft bijvoorbeeld een belastingverdrag met Qatar, dat Nederlandse bedrijven een belastingvoordeel toekent voor bepaalde investeringen in dat land. België heeft niet zo'n verdrag met Qatar. Een Belgische vennootschap kan een Nederlandse tussenvennootschap creëren met als hoofddoel te genieten van de voordelen van dat Nederlands-Qatarees dubbelbelastingverdrag. De inkomsten vloeien dan fiscaal voordelig uitgekeerd naar België. Voortaan kan de Belgische fiscus die constructie negeren."

Verplichte arbitrageprocedure

Er wordt ook een zogenaamde antifragmentatieregel ingevoerd. Die moet vermijden dat activiteiten van een groep worden gespreid over verschillende verbonden ondernemingen in Nederland en België. Dat leidt er in sommige gevallen toe dat die activiteiten geen 'vaste inrichting' hebben, wat een fiscaal voordeel oplevert. Die constructie wordt bemoeilijkt door het MLI.

Ten slotte wordt de invoering van een verplichte arbitrageprocedure over grensoverschrijdende belastinggeschillen mogelijk gemaakt. "De mogelijkheid voor die arbitrage is voorlopig nog dode letter, omdat beide landen een akkoord moeten sluiten over de praktische uitwerking van de procedures", zegt Jacob Huyzentruy, advocaat bij Tiberghien. "Zo'n akkoord is momenteel hoogst uitzonderlijk. België heeft er bijvoorbeeld één met Australië. In de Euroepse Unie hebben we al een arbitragerichtlijn, zodat een vergelijkbaar systeem al bestaat." De impact van die nieuwigheid op de Belgisch-Nederlandse fiscale constructies is nog onduidelijk.

Vrij onverwacht heeft Nederland op 25 november aan de OESO gemeld dat het dubbelbelastingverdrag met België mocht worden gedekt door het Multilateral Instrument (MLI). België had dat al in 2019 gedaan. Daarom veranderen vanaf 1 januari 2022 enkele regels in de fiscale verhouding tussen België en Nederland.In november 2018 werd tussen 96 partijen onder de koepel van de OESO een akkoord gesloten over een gemeenschappelijk kader om belastingontwijking te vermijden. Dat gebeurde in het kader van de zogenaamde Base Erosion and Profit Shifting (BEPS), de aantasting van de belastbare basis en het verschuiven van winsten naar gunstige belastingregimes. Landen konden ervoor kiezen dat al bestaande dubbele belastingverdragen onder dat regime vallen. Zo'n verdrag wordt dikwijls gesloten om een dubbele belasting in beide landen te vermijden.Een van de onmiddellijke gevolgen van de aanvaarding van het MLI tussen België en Nederland is de inwerkingtreding van een algemene antimisbruikbepaling. Als een Belgische belastingplichtige een juridische constructie in Nederland opzet met als één van de voornaamste doelen belastingen te ontwijken, kan die door de fiscus als een misbruik gekwalificeerd worden.Rik Smet, advocaat in het kantoor Tiberghien: "Nederland heeft bijvoorbeeld een belastingverdrag met Qatar, dat Nederlandse bedrijven een belastingvoordeel toekent voor bepaalde investeringen in dat land. België heeft niet zo'n verdrag met Qatar. Een Belgische vennootschap kan een Nederlandse tussenvennootschap creëren met als hoofddoel te genieten van de voordelen van dat Nederlands-Qatarees dubbelbelastingverdrag. De inkomsten vloeien dan fiscaal voordelig uitgekeerd naar België. Voortaan kan de Belgische fiscus die constructie negeren."Er wordt ook een zogenaamde antifragmentatieregel ingevoerd. Die moet vermijden dat activiteiten van een groep worden gespreid over verschillende verbonden ondernemingen in Nederland en België. Dat leidt er in sommige gevallen toe dat die activiteiten geen 'vaste inrichting' hebben, wat een fiscaal voordeel oplevert. Die constructie wordt bemoeilijkt door het MLI.Ten slotte wordt de invoering van een verplichte arbitrageprocedure over grensoverschrijdende belastinggeschillen mogelijk gemaakt. "De mogelijkheid voor die arbitrage is voorlopig nog dode letter, omdat beide landen een akkoord moeten sluiten over de praktische uitwerking van de procedures", zegt Jacob Huyzentruy, advocaat bij Tiberghien. "Zo'n akkoord is momenteel hoogst uitzonderlijk. België heeft er bijvoorbeeld één met Australië. In de Euroepse Unie hebben we al een arbitragerichtlijn, zodat een vergelijkbaar systeem al bestaat." De impact van die nieuwigheid op de Belgisch-Nederlandse fiscale constructies is nog onduidelijk.