Formateur Bart De Wever (N-VA) benadrukt in de nota dat de belastinghervorming er moet komen "zonder de globale belastingdruk te laten toenemen". De Vlaamse regering zwemt niet in het geld, waardoor we ervan uit moeten gaan dat er geen verlagingen maar enkel verschuivingen van belastingen zullen gebeuren de volgende legislatuur.

1. Erfbelasting: uitbreiding vrijstellingen, strengere aanpak ontwijking

In 2018 vond een eerste hervorming van de Vlaamse erfbelasting plaats, nadat op federaal niveau het erfrecht was aangepast

In de aanloop naar de verkiezingen gaven verschillende partijen al aan dat de volgende Vlaamse regering nog verder moet gaan, op de ingeslagen weg van tariefverlagingen en uitbreiding van vrijstellingen.

Zowel N-VA als Open Vld pleit in haar verkiezingsprogramma voor een verhoging van de vrijstelling van erfbelasting voor de langstlevende partner. Vandaag moet de langstlevende partner geen erfbelasting betalen op de gezinswoning. Die vrijstelling geldt zowel voor huwelijkspartners, wettelijk en feitelijke samenwonende partners. Voor die laatste geldt dat ze langer dan drie jaar moeten samenwonen voor het overlijden om recht te hebben op de vrijstelling.

Daarnaast is er in 2018 ook een vrijstelling van erfbelasting ingevoerd op een eerste schijf van 50.000 euro geld of beleggingen die de langstlevende partner erft van de overleden partner. Die vrijstelling geldt enkel voor echtgenoten en wettelijk samenwonenden.

In de formateursnota is nu sprake van "een volledige vrijstelling voor de langstlevende echtgenoten en wettelijk samenwonenden alsook voor de inwonende kinderen tot 18 jaar". Dat gaat nog verder dan de ideeën die voor de verkiezingen circuleerden. Open Vld was bijvoorbeeld voorstander van een uitbreiding van de vrijstelling voor roerende goederen tot 250.000 euro.

Voor de verkiezingen waarschuwde vooral CD&V dat de Vlaamse overheid de inkomsten uit erf- en schenkbelastingen niet kan missen. De christendemocraten zagen liever een verlaging van de lasten op arbeid dan een verlaging van de lasten op de overdracht van vermogen.

Om de weegschaal tussen inkomsten en uitgaven in evenwicht te houden, wil de nieuwe Vlaamse regering "een aantal mechanismen tot fiscale ontwijking" afsluiten. Er wordt niet verder gespecificeerd over welke mechanismen het gaat, maar wellicht worden constructies geviseerd die in het verleden al onder vuur lagen.

De Vlaamse overheid zal haar oor wel te luisteren leggen bij de Vlaamse belastingdienst (Vlabel), die regelmatig in de clinch ligt met fiscaal advocaten en financieel planners. Vlabel stelt bepaalde schenkingstechnieken - met voorbehoud van vruchtgebruik of een last - ter discussie. Die worden sinds jaar en dag gebruikt om de erfbelasting te vermijden. De dienst krijgt niet altijd gelijk van de rechter, maar daar kan met een wetswijziging snel een mouw aan gepast worden.

Daarnaast gaat de nieuwe Vlaamse regering bekijken of ze "de termijn voor het progressievoorbehoud in de erfbelasting" kan optrekken "om schenkingen te stimuleren". Bij schenkingen van onroerende goederen geldt een hoger tarief naargelang de waarde van de schenking groter is.

Voor schenkingen in rechte lijn bijvoorbeeld geldt een tarief van 3 procent tot 150.000 euro, een tarief van 9 procent voor het deel boven 150.000 en tot 250.000 euro, 18 procent boven 250.000 euro en tot 450.000 euro. Daarboven is het tarief 27 procent.

Het kan daarom lonen een onroerend goed in schijven te schenken. Bij opeenvolgende schenkingen van gebouwen of gronden binnen de drie jaar wordt de waarde van de schenkingen echter bij elkaar opgeteld om het tarief op de schenking te bepalen. Die periode van drie jaar wordt mogelijk dus verlengd, als we het goed begrijpen. Zodat mensen sneller moeten beginnen te schenken, in schijven, om voldoende tijd tussen te kunnen laten om in de lagere belastingschalen terecht te komen.

2. Woonbonus dooft uit, registratierechten worden verder verlaagd

De nieuwe Vlaamse regering wil nog altijd het eigenaarschap van woningen promoten. Een eigen huis kan vooral voor gepensioneerden het verschil maken tussen een armoedig of een comfortabel leven. Voor de fiscale voordelen verschuift het accent echter van "het hebben van een woning naar het verwerven ervan". "Vanaf 1 januari 2020 dooft de woonbonus uit en verlagen we de registratierechten, zodat het goedkoper wordt een eigen woning te verwerven."

Daar valt iets voor te zeggen, als die omslag geleidelijk wordt gemaakt. Verschillende academici pleitten al voor een geleidelijke afbouw van de woonbonus, in ruil voor lagere registratierechten.

Ook de onderzoekers van het Vlaamse Steunpunt Wonen, die in 2014 een voorstel maakten voor de hervorming van de vastgoedfiscaliteit, gingen voor een gefaseerde afschaffing van de woonbonus.

De registratierechten verhogen de toegang tot de vastgoedmarkt en maken de vastgoedmarkt minder flexibel. De woonbonus zou volgens sommigen vooral de vastgoedprijzen opdrijven, omdat de banken er rekening mee houden bij het toekennen van grotere leningen voor vastgoedaankopen.

Vlaanderen volgt hiermee ook het voorbeeld van Brussel, dat de woonbonus al enkele jaren geleden ten grave droeg. John Romain, zaakvoerder van Immotheker Finotheker, waarschuwde in 2017 na de hervormingen in Brussel dat de verlaging van de registratierechten de voordelen van de woonbonus niet volledig compenseert.

3. Verkeersbelasting: geen grote groene verschuiving

In de nota is ook sprake van een vergroening van het wagenpark via de verkeersfiscaliteit, door de invoering van de nieuwe Europese verbruiks- en emissietest (WLTP) voor voertuigen. Er staat geen datum bij. Die invoering werd sowieso in 2021 verwacht, want de regering had enkel uitstel toegekend en uitstel is geen afstel.

Sinds 1 september moeten nieuwe wagens die verkocht worden, gehomologeerd zijn volgens de nieuwe, strengere WLTP-normen die het gevolg zijn van het Dieselgate-schandaal. De WLTP-test vervangt de NEDC-test. Alle auto's hebben een hogere CO2-uitstoot volgens de nieuwe WLTP-normen. De Belgische wetgever beloofde dat voor de berekening van de fiscale aftrekbaarheid van wagens nog tot 31 december 2020 de oude NEDC-normen gelden. De aftrekbaarheid van autokosten is mede daardoor een doolhof, waarin belastingplichtigen hun weg moeten zoeken.