De federale regering heeft de budgetcontrole achter de rug. De vraag van één miljoen - en in termen van de begroting wellicht de vraag van enkele miljarden - was welke belastingmaatregelen er zullen worden getroffen. De fiscaliteit is al sinds lang de inzet van de regeringsonderhandelingen. In de tussentijd zijn de resultaten bekend. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de vorige week getroffen maatregelen niet meer of niet minder dan een doekje voor het bloeden zijn.

Daarmee komt de minister van Financiën van een kale reis terug. Deze zomer openbaarde hij zijn visie op de fiscaliteit van morgen, nadat hij bij de regeringsvorming ook de taak op zich had genomen zich in te laten met de hervorming van de belasting. Begin juli 2022 werd een visienota van experts bekendgemaakt op een groot symposium. En even later publiceerde de minister zijn blauwdruk voor een bredere fiscale hervorming.

Die vat aan met de woorden dat onze fiscaliteit uit balans is en niet langer is aangepast aan de noden van onze samenleving en economie. Dat is niet enkel correct, het is open deuren intrappen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het niet voor het eerst is dat de politieke klasse tot dat inzicht komt. En desondanks staan we vandaag waar we staan: compleet stil. De vraag luidt hoe het dan komt dat er geen voortgang wordt gemaakt. Het antwoord mag duidelijk zijn. Bij fiscale hervormingen zijn er netto winnaars en verliezers. Er kunnen onmogelijk alleen maar winnaars zijn. Onvermijdelijk zullen er ook belastingplichtigen zijn die financieel pijn lijden.

Belastinghervorming mist finaliteit en focus.

Politiek ligt precies dat bijzonder moeilijk. Dat is de olifant in de kamer. Hoewel een remedie nog niet gevonden is, worden wel inspanningen gedaan om de belastinghervorming verteerbaar te maken. Vandaag concretiseren die inspanningen zich in het benadrukken van vier principes die gelden bij een hervorming. Onze fiscaliteit moet moderner, rechtvaardiger, eenvoudiger en neutraler zijn.

De basisgedachte achter die hoge principes is tweeërlei. De eerste is dat fiscaliteit niet sturend mag zijn. Die gedachte is nobel, maar de realiteit is anders. Je kunt er niet omheen dat de fiscaliteit wel degelijk sturend is. Ze beïnvloedt wel degelijk ons gedrag. De tweede is dat het het onmiddellijke en dus kortetermijngevolg van een hervorming weergeeft. Terwijl het probleem precies is dat er geen langetermijnvisie voorligt. Er wordt niet gezegd waar België op lange termijn naartoe moet. Heel abstract is dat we samen onze welvaart zowel in de sociale als de individuele dimensie moeten kunnen handhaven. En wat dat betreft, geldt voor naties net hetzelfde als voor ondernemingen: iets of iemand die goed is in alles, bestaat al lang niet meer. Er moet gefocust worden. En strategische keuzes gemaakt. Waar willen wij als land in uitblinken? Hoe zullen we ervoor zorgen dat de onderneming België internationaal gerespecteerd wordt? Hoe zorgen we ervoor dat onze belangen toenemen in plaats van afnemen?

Zodra het doel en de daarmee samenhangende strategie bepaald is, wordt alles makkelijk. Dan kun je uitleggen dat op termijn iedereen beter wordt van hervormingen. Dat zal dan schril afsteken tegen de realiteit dat op termijn er niemand beter van zal worden als we niets of onvoldoende doen. En in die situatie bevinden wij ons daadwerkelijk vandaag.

Anders dan algemeen gedacht, zijn we an sich niet bevreesd voor pijn. Wellicht geldt dat ook voor financiële pijn. Alleen moet de pijn een gerichtheid hebben. Moet die tot iets bijdragen. De connotatie van pijn wijzigt als we weten waarom we iets doen. En waartoe ze zal bijdragen. Daarbij toch nog één waarschuwing voor de criticaster en één aanbeveling voor het beleidsniveau. De mosterd moet niet gehaald worden bij Machiavelli. Het voorgaande betekent dus niet dat het doel alle middelen heiligt. Het betekent wel dat de door Robert S. Kaplan en David P. Norton gecreëerde doctrine van de balanced score card wellicht ook op naties van toepassing is.

De federale regering heeft de budgetcontrole achter de rug. De vraag van één miljoen - en in termen van de begroting wellicht de vraag van enkele miljarden - was welke belastingmaatregelen er zullen worden getroffen. De fiscaliteit is al sinds lang de inzet van de regeringsonderhandelingen. In de tussentijd zijn de resultaten bekend. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de vorige week getroffen maatregelen niet meer of niet minder dan een doekje voor het bloeden zijn.Daarmee komt de minister van Financiën van een kale reis terug. Deze zomer openbaarde hij zijn visie op de fiscaliteit van morgen, nadat hij bij de regeringsvorming ook de taak op zich had genomen zich in te laten met de hervorming van de belasting. Begin juli 2022 werd een visienota van experts bekendgemaakt op een groot symposium. En even later publiceerde de minister zijn blauwdruk voor een bredere fiscale hervorming.Die vat aan met de woorden dat onze fiscaliteit uit balans is en niet langer is aangepast aan de noden van onze samenleving en economie. Dat is niet enkel correct, het is open deuren intrappen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het niet voor het eerst is dat de politieke klasse tot dat inzicht komt. En desondanks staan we vandaag waar we staan: compleet stil. De vraag luidt hoe het dan komt dat er geen voortgang wordt gemaakt. Het antwoord mag duidelijk zijn. Bij fiscale hervormingen zijn er netto winnaars en verliezers. Er kunnen onmogelijk alleen maar winnaars zijn. Onvermijdelijk zullen er ook belastingplichtigen zijn die financieel pijn lijden.Politiek ligt precies dat bijzonder moeilijk. Dat is de olifant in de kamer. Hoewel een remedie nog niet gevonden is, worden wel inspanningen gedaan om de belastinghervorming verteerbaar te maken. Vandaag concretiseren die inspanningen zich in het benadrukken van vier principes die gelden bij een hervorming. Onze fiscaliteit moet moderner, rechtvaardiger, eenvoudiger en neutraler zijn. De basisgedachte achter die hoge principes is tweeërlei. De eerste is dat fiscaliteit niet sturend mag zijn. Die gedachte is nobel, maar de realiteit is anders. Je kunt er niet omheen dat de fiscaliteit wel degelijk sturend is. Ze beïnvloedt wel degelijk ons gedrag. De tweede is dat het het onmiddellijke en dus kortetermijngevolg van een hervorming weergeeft. Terwijl het probleem precies is dat er geen langetermijnvisie voorligt. Er wordt niet gezegd waar België op lange termijn naartoe moet. Heel abstract is dat we samen onze welvaart zowel in de sociale als de individuele dimensie moeten kunnen handhaven. En wat dat betreft, geldt voor naties net hetzelfde als voor ondernemingen: iets of iemand die goed is in alles, bestaat al lang niet meer. Er moet gefocust worden. En strategische keuzes gemaakt. Waar willen wij als land in uitblinken? Hoe zullen we ervoor zorgen dat de onderneming België internationaal gerespecteerd wordt? Hoe zorgen we ervoor dat onze belangen toenemen in plaats van afnemen?Zodra het doel en de daarmee samenhangende strategie bepaald is, wordt alles makkelijk. Dan kun je uitleggen dat op termijn iedereen beter wordt van hervormingen. Dat zal dan schril afsteken tegen de realiteit dat op termijn er niemand beter van zal worden als we niets of onvoldoende doen. En in die situatie bevinden wij ons daadwerkelijk vandaag.Anders dan algemeen gedacht, zijn we an sich niet bevreesd voor pijn. Wellicht geldt dat ook voor financiële pijn. Alleen moet de pijn een gerichtheid hebben. Moet die tot iets bijdragen. De connotatie van pijn wijzigt als we weten waarom we iets doen. En waartoe ze zal bijdragen. Daarbij toch nog één waarschuwing voor de criticaster en één aanbeveling voor het beleidsniveau. De mosterd moet niet gehaald worden bij Machiavelli. Het voorgaande betekent dus niet dat het doel alle middelen heiligt. Het betekent wel dat de door Robert S. Kaplan en David P. Norton gecreëerde doctrine van de balanced score card wellicht ook op naties van toepassing is.