Een levensverzekering is een spaar- of beleggingsproduct dat in een verzekeringscontract gegoten werd. Zo'n polis is alvast interessant om de fiscale voordelen. U moet geen roerende voorheffing betalen op de inkomsten in het geval van een tak 23-beleggingsverzekering, of op de inkomsten in het geval van een tak 21-spaarverzekering die na meer dan acht jaar wordt afgekocht.
...

Een levensverzekering is een spaar- of beleggingsproduct dat in een verzekeringscontract gegoten werd. Zo'n polis is alvast interessant om de fiscale voordelen. U moet geen roerende voorheffing betalen op de inkomsten in het geval van een tak 23-beleggingsverzekering, of op de inkomsten in het geval van een tak 21-spaarverzekering die na meer dan acht jaar wordt afgekocht. "U kunt een levensverzekering overwegen om op een fiscaalvriendelijke manier een aanvullend pensioen op te bouwen", zegt Tom Huyghebaert, expert fiscale en familiale planning bij Lemon Consult. "Maar zo'n polis is ook een interessant product als controlevehikel in het kader van successieplanning naar de volgende generatie. U kunt een gedeelte van uw vermogen doorgeven door in het contract bepaalde personen als begunstigden aan te wijzen in geval van een overlijden." "Zo kunt u in het kader van uw successieplanning uw kleinkinderen als begunstigden aanduiden. Zo slaat u een generatie over en wordt uw vermogen over meer erfgenamen gespreid en blijven die mogelijk in de laagste schijven van de erfbelasting of successierechten." Er bestaan heel wat mogelijkheden. Met een ABC-polis bijvoorbeeld sluit de verzekeringsnemer (A) een verzekeringscontract op het hoofd van een verzekerde (B), ten voordele van één of meer derden-begunstigden (C). Zo'n constructie is nuttig voor grootouders die niet willen dat hun kleinkinderen op een te jonge leeftijd een groot bedrag in handen krijgen. We illustreren dit met een voorbeeld. De 70-jarige Alexander (A) onderschrijft een polis op het hoofd van zijn 40-jarige dochter Belinda (B), ten voordele van haar 10-jarige zoon Casper (C). Met deze constructie kan Alexander geld overdragen aan zijn kleinkind Casper, maar die ontvangt de uitkering pas bij het overlijden van Alexanders dochter Belinda, ongeacht de vraag of hijzelf op dat moment nog in leven is. Alexander kan in de polis ook bijkomende voorwaarden laten opnemen, bijvoorbeeld dat Casper het kapitaal sowieso op een bepaalde leeftijd (bijvoorbeeld 21 jaar) ontvangt indien Belinda op dat moment nog niet overleden is. Het na een overlijden uitgekeerde kapitaal van een levensverzekering wordt in principe belast. In Vlaanderen spreken we van erfbelasting, in Brussel en Wallonië gaat het om successierechten. Dat komt grotendeels op hetzelfde neer, maar de tarieven verschillen. Bovendien hangen ze ook af van het bedrag van het nagelaten vermogen, waaronder de uitkeringen, en van de graad van verwantschap tussen de begunstigde en de overledene. "In bepaalde situaties eiste de fiscus vroeger dat de begunstigden de erfbelasting of de successierechten moesten betalen nog vóór het kapitaal aan hen werd uitgekeerd", zegt Tom Huyghebaert. "Dat leidde soms tot vervelende financiële situaties." We illustreren dit opnieuw met bovenstaand voorbeeld. Tot voor kort was de situatie in Brussel als volgt: indien Alexander als eerste overleed vóór Caspers 21ste verjaardag, dan moest zijn kleinkind onmiddellijk successierechten betalen op het verzekerde kapitaal. Ook al was er op dat moment nog geen effectieve uitkering van het kapitaal. Casper moest dus meteen een mogelijk fors bedrag betalen, terwijl hij zelf nog niets ontvangen had. Dat is ook in Brussel sinds 11 augustus 2022 niet meer het geval. Voortaan is het verzekeringscontract niet zomaar aan de Brusselse successierechten onderworpen op het moment waarop Alexander overlijdt, maar wel wanneer het verzekerde bedrag daadwerkelijk wordt uitgekeerd. In principe is dat wanneer Casper 21 jaar wordt, of eerder indien zijn moeder Belinda vóór die leeftijd sterft. Door het tijdstip van de belastingheffing te laten samenvallen met de effectieve uitkering van het kapitaal, sluit Brussel zich aan bij Vlaanderen en Wallonië. Want daar was dat al het geval. Een tweede wijziging die Brussel onlangs doorvoerde, gaat over de fiscaliteit op geschonken levensverzekeringen. We illustreren dit andermaal met een voorbeeld. Enkele jaren geleden belegde Alexander (A) een deel van zijn spaargeld in een tak 23-beleggingsverzekering. Toen hij dat contract (waarvan hij ook de verzekerde is) sloot, wees hij zijn dochter Belinda (B) aan als begunstigde bij zijn overlijden. Om erfbelasting of successierechten op het moment van zijn overlijden te vermijden, besluit Alexander nu om deze levensverzekering aan Belinda te schenken. Belinda wordt hierdoor de verzekeringnemer en de begunstigde van het contract, terwijl Alexander de verzekerde blijft. "Om zo'n schenking te laten formaliseren, moet u bij de notaris langsgaan. Er moeten dan meteen schenkingsrechten betaald worden, maar die zijn lager dan de erfbelasting of de successierechten", legt Tom Huyghebaert uit. In Brussel en Vlaanderen bedraagt het tarief voor de schenkingsrechten in rechte lijn slechts 3 procent, en in Wallonië 3,3 procent. Stel dat de waarde van het levensverzekeringscontract op het moment van de schenking 100.000 euro bedraagt. In principe zal het verzekerde kapitaal daarna nog blijven aangroeien. Als dat bij het overlijden van Alexander bijvoorbeeld aangedikt is tot 110.000 euro, dan moest Belinda in Brussel tot voor kort geen successierechten betalen op de meerwaarde (10.000 euro). Maar door de gewijzigde regels moet dat sinds 11 augustus 2022 wél, net zoals dat in Vlaanderen en Wallonië al het geval is.