Veel bedrijfsleiders of zaakvoerders verhuren hun eigen gebouw aan hun vennootschap. Dat is een fiscaal interessante manier om geld uit de vennootschap te halen. Voor de bedrijfsleider zijn de ontvangen huurgelden belastbaar onroerend inkomen, waarop hij geen socialezekerheidsbijdragen hoeft te betalen.

Op de ontvangen huurgelden wordt een kostenforfait van 40 procent toegepast. Van dat nettobedrag kan de bedrijfsleider eventueel intresten van een vastgoedlening aftrekken. Op die manier kan hij zijn belastbaar inkomen zelfs tot nul terugbrengen. De vennootschap kan de betaalde huurgelden aftrekken van haar belastbare winst. Op die manier ontstaat een win-winsituatie.

Omvorming tot belastbaar inkomen

Om te vermijden dat de vennootschap een te hoge huur betaalt aan haar bedrijfsleider, zal de fiscus te veel gevraagde huur omvormen tot belastbare bezoldiging. Om de grens te berekenen, vermenigvuldigt de fiscus het kadastrale inkomen van het verhuurde gebouw met een zogenoemde revalorisatiecoëfficiënt en 5/3.

De revalorisatiecoëfficiënt wordt elk jaar aangepast aan de stijging van de prijzen. In een koninklijk besluit van 29 november is die voor het aanslagjaar 2017 vastgelegd op 4,31. Voor het aanslagjaar 2016 bedroeg de coëfficiënt 4,23. Dat betekent dat een bedrijfsleider meer huurinkomen mag vragen vooraleer dat omgevormd wordt tot een fiscaal zwaarder belaste bezoldiging.

Een voorbeeld

Neem het voorbeeld van een bedrijfsleider die eigenaar is van een kantoorgebouw met een kadastraal inkomen van 2500 euro. Hij verhuurt het gebouw aan de vennootschap die hij leidt. De bedrijfsleider mag dan een jaarlijkse huur vragen die gelijk is aan 2500 euro (kadastraal inkomen) x 4,31 (revalorisatiecoëfficiënt) x 5/3 = 17.958 euro. Op maandbasis betekent dat 1496,5 euro.

Vraagt de bedrijfsleider een hogere huur, bijvoorbeeld 25.000 euro per jaar, dan wordt het surplus van 7042 euro (25.000 - 17.958) belast als een bezoldiging waarop een belasting van maximaal 50 procent (plus gemeentebelasting) en socialezekerheidsbijdragen moeten worden betaald. De vennootschap zal het surplus van 7042 euro moeten vermelden op de fiscale fiche 281.20, die wordt uitgereikt aan de bedrijfsleider.