De wetgever voerde in 2008 in een nobele bui een speciale fiscale regeling voor auteursrechten in. Inkomsten uit auteursrechten worden tot eind dit jaar beschouwd als een roerend inkomen, tot een brutobedrag van 64.070 euro (inkomstenjaar 2022). Alles daarboven wordt beschouwd als een beroepsinkomen. Bovendien kunnen auteurs genieten van een kostenforfait op de ontvangen inkomsten. Dat bedraagt 50 procent op de inkomstenschijf van 0 tot 17.090 euro en 25 procent op de inkomstenschijf van 17.090 tot 34.170 euro. Het saldo wordt onderworpen aan een roerende voorheffing van 15 procent. So far, so good. Een duidelijke regeling en een duidelijke keuze van de wetgever om de creativiteit van ondernemers fiscaal te belonen. Deels door die regeling zit België aan de top van de meest innoverende landen van Europa.

Auteursrechten en de fiscus, een slecht huwelijk.

De fiscus ontdekte al snel dat er te veel creatievelingen in België rondliepen en meende verkeerdelijk te moeten vaststellen dat beroepsinkomsten steevast werden omgetoverd tot inkomsten uit auteursrechten. Volgens de fiscus was dat 'gunstregime' voorbehouden aan de onregelmatige en wisselvallige inkomsten uit artistieke activiteiten, en niet voor werknemers die hun vaste bezoldiging fiscaal geoptimaliseerd zagen.

De rulingcommissie gaf de eerste voorzet door het toepassingsgebied te verengen en een limiet van 75 procent bezoldiging versus 25 procent vergoeding in auteursrechten in te stellen. Ook werd een aantal administratieve circulaires uitgevaardigd die de wet zouden moeten verduidelijken, maar in werkelijkheid het gebruik ervan moesten afremmen (zoals de vereiste dat het auteursrechtelijke werk geëxploiteerd moet worden).

Vervolgens schreef de studiedienst van de fiscus in het zomerreces eigenhandig een wetsontwerp die de regeling drastisch inperkte, waardoor ze niet langer van toepassing zou zijn voor de IT-sector, architecten, consultants en marketeers. De ene auteur is de andere niet, moet de fiscus hebben gedacht. Of dat echt zo is, blijkt alvast niet uit onze letterlijke lezing van de wet. Het complexe en onduidelijke wetsontwerp werd inmiddels goedgekeurd door de ministerraad. De latere interpretaties, waarin de afgunstige fiscus de vrije hand krijgt, zullen - zoals tegenwoordig gebruikelijk is - de vorm van een FAQ aannemen.

Voor de fiscus en de wetgever zijn alle middelen goed om het gunstregime voor auteursrechten in te perken.

En tot slot kwamen in september de systematische fiscale controles, waarbij de fiscus retroactief de kwalificatie van auteursrechten, en dus ook het fiscale gunstregime, weigerde. De administratie hanteert daarbij een eigen definitie van het begrip 'auteursrecht'. Volgens een interne circulaire moet de fiscus heel kritisch staan tegenover de vereiste van originaliteit. Dit nochtans wettelijke begrip wordt creatief ingevuld. We zagen in onze praktijk al veel fiscale creativiteit: een IT-algoritme zou auteursrechtelijk niet beschermd zijn omdat het geschreven is in een courante programmeertaal. Of nog: de wetenschappelijke publicaties van een arts-academicus in gezaghebbende Amerikaanse tijdschriften zijn geen auteursrechtelijk beschermde werken, vermits de uitvoerig besproken kankerbehandeling met een specifiek medisch toestel niet het resultaat is van enige intellectuele prestatie: het medische toestel werd niet ontwikkeld door de arts, maar door een buitenlandse firma. En dus was het wetenschappelijk artikel niet origineel.

En zo zijn voor de fiscus en de wetgever alle middelen goed - circulaires, interne circulaires, FAQ's, rulings, controles en nieuwe wetgeving - om het gunstregime en de budgettaire kosten in te perken. Misschien moet eens een andere invalshoek worden genomen: wat brengt die gunstregeling de schatkist op de lange termijn op? België kan er veel creatief talent mee aantrekken, wat maakt dat het als een innoverend land gekenmerkt staat. Die bevoorrechte positie wordt zomaar opgegeven. Kortzichtigheid, denk ik dan?

De auteur is partner bij Renier & Ketels.tax

De wetgever voerde in 2008 in een nobele bui een speciale fiscale regeling voor auteursrechten in. Inkomsten uit auteursrechten worden tot eind dit jaar beschouwd als een roerend inkomen, tot een brutobedrag van 64.070 euro (inkomstenjaar 2022). Alles daarboven wordt beschouwd als een beroepsinkomen. Bovendien kunnen auteurs genieten van een kostenforfait op de ontvangen inkomsten. Dat bedraagt 50 procent op de inkomstenschijf van 0 tot 17.090 euro en 25 procent op de inkomstenschijf van 17.090 tot 34.170 euro. Het saldo wordt onderworpen aan een roerende voorheffing van 15 procent. So far, so good. Een duidelijke regeling en een duidelijke keuze van de wetgever om de creativiteit van ondernemers fiscaal te belonen. Deels door die regeling zit België aan de top van de meest innoverende landen van Europa. De fiscus ontdekte al snel dat er te veel creatievelingen in België rondliepen en meende verkeerdelijk te moeten vaststellen dat beroepsinkomsten steevast werden omgetoverd tot inkomsten uit auteursrechten. Volgens de fiscus was dat 'gunstregime' voorbehouden aan de onregelmatige en wisselvallige inkomsten uit artistieke activiteiten, en niet voor werknemers die hun vaste bezoldiging fiscaal geoptimaliseerd zagen. De rulingcommissie gaf de eerste voorzet door het toepassingsgebied te verengen en een limiet van 75 procent bezoldiging versus 25 procent vergoeding in auteursrechten in te stellen. Ook werd een aantal administratieve circulaires uitgevaardigd die de wet zouden moeten verduidelijken, maar in werkelijkheid het gebruik ervan moesten afremmen (zoals de vereiste dat het auteursrechtelijke werk geëxploiteerd moet worden). Vervolgens schreef de studiedienst van de fiscus in het zomerreces eigenhandig een wetsontwerp die de regeling drastisch inperkte, waardoor ze niet langer van toepassing zou zijn voor de IT-sector, architecten, consultants en marketeers. De ene auteur is de andere niet, moet de fiscus hebben gedacht. Of dat echt zo is, blijkt alvast niet uit onze letterlijke lezing van de wet. Het complexe en onduidelijke wetsontwerp werd inmiddels goedgekeurd door de ministerraad. De latere interpretaties, waarin de afgunstige fiscus de vrije hand krijgt, zullen - zoals tegenwoordig gebruikelijk is - de vorm van een FAQ aannemen.En tot slot kwamen in september de systematische fiscale controles, waarbij de fiscus retroactief de kwalificatie van auteursrechten, en dus ook het fiscale gunstregime, weigerde. De administratie hanteert daarbij een eigen definitie van het begrip 'auteursrecht'. Volgens een interne circulaire moet de fiscus heel kritisch staan tegenover de vereiste van originaliteit. Dit nochtans wettelijke begrip wordt creatief ingevuld. We zagen in onze praktijk al veel fiscale creativiteit: een IT-algoritme zou auteursrechtelijk niet beschermd zijn omdat het geschreven is in een courante programmeertaal. Of nog: de wetenschappelijke publicaties van een arts-academicus in gezaghebbende Amerikaanse tijdschriften zijn geen auteursrechtelijk beschermde werken, vermits de uitvoerig besproken kankerbehandeling met een specifiek medisch toestel niet het resultaat is van enige intellectuele prestatie: het medische toestel werd niet ontwikkeld door de arts, maar door een buitenlandse firma. En dus was het wetenschappelijk artikel niet origineel. En zo zijn voor de fiscus en de wetgever alle middelen goed - circulaires, interne circulaires, FAQ's, rulings, controles en nieuwe wetgeving - om het gunstregime en de budgettaire kosten in te perken. Misschien moet eens een andere invalshoek worden genomen: wat brengt die gunstregeling de schatkist op de lange termijn op? België kan er veel creatief talent mee aantrekken, wat maakt dat het als een innoverend land gekenmerkt staat. Die bevoorrechte positie wordt zomaar opgegeven. Kortzichtigheid, denk ik dan?