Dat de energiecrisis voor iedereen gevolgen heeft, is een open deur intrappen. In afwachting van concrete regeringsmaatregelen probeert iedereen individueel oplossingen te zoeken voor de gestegen energiekosten. Een van de oplossingen die her en der circuleren is de energiefactuur laten betalen door de werkgever of door de vennootschap waarvan men de bedrijfsleider is. Dat kan fiscaal voordelig zijn. De voordelen die aan een werknemer of een bedrijfsleider worden toegekend, zijn beroepskosten, en derhalve fiscaal aftrekbaar voor diegene die de voordelen heeft verstrekt.

De keerzijde van de medaille is dat de verstrekte voordelen een belastbaar beroepsinkomen vormen voor de werknemer of de bedrijfsleider. De fiscale wetgeving stelt dat de voordelen in beginsel tegen hun werkelijke waarde moeten worden belast. Als de werkgever of de vennootschap de elektriciteitsfacturen betaalt, moet in principe het integrale bedrag als belastbaar voordeel worden belast. Voor de werknemer of de bedrijfsleider is dat nog altijd financieel voordelig, omdat het maximale belastingtarief in de personenbelasting 50 procent bedraagt.

Maar de regel dat de werknemer of de bedrijfsleider altijd op de werkelijke waarde van het voordeel wordt belast, gaat niet altijd op. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het toekennen van een thuiswerkvergoeding aan werknemers. Wie structureel en regelmatig een substantieel deel van zijn arbeidstijd thuis werkt, en daarvoor een kantoorvergoeding van de werkgever ontvangt om de kosten zoals elektriciteit en verwarming te dekken, zal op die vergoeding niet worden belast als de vergoeding niet meer bedraagt dan 134,71 euro per maand.

Als de werkgever of de vennootschap de elektriciteitsfacturen betaalt, moet het integrale bedrag als belastbaar voordeel worden belast.

Ook wanneer de werkgever of de vennootschap een woning ter beschikking stelt van de werknemer of de bedrijfsleider, en de kosten van de verwarming of de elektriciteit voor zijn rekening neemt, zal er niet worden belast op de werkelijke waarde van het voordeel, maar op een forfaitair voordeel. Voor het voordeel bestaande in de "kosteloze verstrekking van verwarming en van elektriciteit gebruikt voor andere doeleinden dan verwarming" wordt voor bedrijfsleiders een voordeel belast van 2.130 euro per jaar voor verwarming en 1.060 euro voor elektriciteit. Voor werknemers bedraagt het forfaitair voordeel 960 euro voor verwarming en 480 euro voor elektriciteit, wat in de huidige omstandigheden bijzonder interessant is.

De rulingcommissie van de federale overheidsdienst Financiën bevestigde in een beslissing van 15 december 2020 dat die forfaitaire raming ook kan gelden wanneer verwarming en/of elektriciteit deel uitmaakt van een 'budget' in het kader van een 'cafetariaplan' van de werknemer. Die beslissing werd overruled door de minister van Financiën.

En wat als de werkgever of de vennootschap zonnepanelen ter beschikking stelt aan de werknemer of de bedrijfsleider? Volgens de minister moet enkel de terbeschikkingstelling van de zonnepanelen zelf als voordeel van alle aard worden belast, tegen de werkelijke waarde. De gratis elektriciteit die wordt voortgebracht door de zonnepanelen, wordt niet als een bijkomend voordeel van alle aard belast. Dezelfde principes gelden voor elektriciteit afkomstig van een thuisbatterij die door de werkgever of vennootschap ter beschikking wordt gesteld.

De volgende fiscale discussie zit er ongetwijfeld al aan te komen, nu het systeem van het energiedelen in de kijker loopt. Met dat systeem kunnen zogenoemde actieve afnemers, die niet enkel energie van het net afnemen, maar ook zelf energie produceren, hun stroomoverschotten delen met anderen. Dat betekent ook dat een bedrijf met een groot zonnepanelenpark het stroomoverschot vanaf 2023 zou kunnen delen met de werknemers van het bedrijf. Of dat als een belastbaar voordeel van alle aard zal worden beschouwd, is nog een open vraag.

DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOGLERAAR FISCAAL RECHT.

Dat de energiecrisis voor iedereen gevolgen heeft, is een open deur intrappen. In afwachting van concrete regeringsmaatregelen probeert iedereen individueel oplossingen te zoeken voor de gestegen energiekosten. Een van de oplossingen die her en der circuleren is de energiefactuur laten betalen door de werkgever of door de vennootschap waarvan men de bedrijfsleider is. Dat kan fiscaal voordelig zijn. De voordelen die aan een werknemer of een bedrijfsleider worden toegekend, zijn beroepskosten, en derhalve fiscaal aftrekbaar voor diegene die de voordelen heeft verstrekt. De keerzijde van de medaille is dat de verstrekte voordelen een belastbaar beroepsinkomen vormen voor de werknemer of de bedrijfsleider. De fiscale wetgeving stelt dat de voordelen in beginsel tegen hun werkelijke waarde moeten worden belast. Als de werkgever of de vennootschap de elektriciteitsfacturen betaalt, moet in principe het integrale bedrag als belastbaar voordeel worden belast. Voor de werknemer of de bedrijfsleider is dat nog altijd financieel voordelig, omdat het maximale belastingtarief in de personenbelasting 50 procent bedraagt. Maar de regel dat de werknemer of de bedrijfsleider altijd op de werkelijke waarde van het voordeel wordt belast, gaat niet altijd op. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het toekennen van een thuiswerkvergoeding aan werknemers. Wie structureel en regelmatig een substantieel deel van zijn arbeidstijd thuis werkt, en daarvoor een kantoorvergoeding van de werkgever ontvangt om de kosten zoals elektriciteit en verwarming te dekken, zal op die vergoeding niet worden belast als de vergoeding niet meer bedraagt dan 134,71 euro per maand.Ook wanneer de werkgever of de vennootschap een woning ter beschikking stelt van de werknemer of de bedrijfsleider, en de kosten van de verwarming of de elektriciteit voor zijn rekening neemt, zal er niet worden belast op de werkelijke waarde van het voordeel, maar op een forfaitair voordeel. Voor het voordeel bestaande in de "kosteloze verstrekking van verwarming en van elektriciteit gebruikt voor andere doeleinden dan verwarming" wordt voor bedrijfsleiders een voordeel belast van 2.130 euro per jaar voor verwarming en 1.060 euro voor elektriciteit. Voor werknemers bedraagt het forfaitair voordeel 960 euro voor verwarming en 480 euro voor elektriciteit, wat in de huidige omstandigheden bijzonder interessant is. De rulingcommissie van de federale overheidsdienst Financiën bevestigde in een beslissing van 15 december 2020 dat die forfaitaire raming ook kan gelden wanneer verwarming en/of elektriciteit deel uitmaakt van een 'budget' in het kader van een 'cafetariaplan' van de werknemer. Die beslissing werd overruled door de minister van Financiën. En wat als de werkgever of de vennootschap zonnepanelen ter beschikking stelt aan de werknemer of de bedrijfsleider? Volgens de minister moet enkel de terbeschikkingstelling van de zonnepanelen zelf als voordeel van alle aard worden belast, tegen de werkelijke waarde. De gratis elektriciteit die wordt voortgebracht door de zonnepanelen, wordt niet als een bijkomend voordeel van alle aard belast. Dezelfde principes gelden voor elektriciteit afkomstig van een thuisbatterij die door de werkgever of vennootschap ter beschikking wordt gesteld. De volgende fiscale discussie zit er ongetwijfeld al aan te komen, nu het systeem van het energiedelen in de kijker loopt. Met dat systeem kunnen zogenoemde actieve afnemers, die niet enkel energie van het net afnemen, maar ook zelf energie produceren, hun stroomoverschotten delen met anderen. Dat betekent ook dat een bedrijf met een groot zonnepanelenpark het stroomoverschot vanaf 2023 zou kunnen delen met de werknemers van het bedrijf. Of dat als een belastbaar voordeel van alle aard zal worden beschouwd, is nog een open vraag.