Er is een toenemende vraag om thuiswerk tijdens en na corona fiscaal aan te moedigen. Die is zelfs zo sterk dat er stemmen opgaan om daar nog fiscale koterij voor bij te maken. Een smeekbede aan de regering-De Croo: doe dat niet! Alle middelen staan al minstens sinds 1964, als het al niet meer dan honderd jaar is, in ons veel te dikke fiscale wetboek.
...

Er is een toenemende vraag om thuiswerk tijdens en na corona fiscaal aan te moedigen. Die is zelfs zo sterk dat er stemmen opgaan om daar nog fiscale koterij voor bij te maken. Een smeekbede aan de regering-De Croo: doe dat niet! Alle middelen staan al minstens sinds 1964, als het al niet meer dan honderd jaar is, in ons veel te dikke fiscale wetboek. De vraag die terecht het meest wordt gesteld, gaat over de bijdrage van de werkgever aan de inrichting van de werkplek thuis. De techniek van de kosten eigen aan de werkgever leent zich daar perfect voor. We gaan het niet hebben over dat platgetreden pad, behalve het advies u niet te laten vangen aan het bureaucratische model van vaste bedragen die de fiscale administratie zonder wettelijke basis ingang probeert te doen vinden. Ik wil u wel inspiratie geven op basis van een ruling van de Dienst voorafgaande beslissingen van 30 juni dit jaar, die gaat over een onderneming die een nanny - een vrouw of een man - ter beschikking stelt aan een medewerker. Stel dat een moeder, maar het kan evengoed een vader zijn, bestuurder van een vennootschap is en daar meer dan voltijds voor werkt. Ook de zorg voor de kinderen neemt veel tijd in beslag, zo veel dat het evenwicht tussen leven en werk verstoord wordt. Daarom komen de vennootschap en haar bestuurder overeen een nanny ter beschikking van de bestuurder te stellen. De nanny wordt aangeworven door de vennootschap om een belangrijk deel van de zorg voor de kinderen over te nemen op werkdagen en tijdens de werkuren die gebruikelijk zijn in de sector. De bestuurder houdt daarvan een dagboek bij. Ook als er buiten de normale werkuren uitzonderlijk beroepsprestaties vereist zijn, kan de bestuurder een beroep doen op de nanny, op voorwaarde dat de onderneming daarover wordt geïnformeerd, en haar de reden en de bewijsstukken worden voorgelegd. De nanny kan dus enkel worden ingeschakeld in het economische belang van de onderneming. De kosten die aan de nanny zijn verbonden, zijn in dat geval aftrekbare beroepskosten voor de vennootschap, omdat die het de bestuurder mogelijk maken meer inkomsten te genereren of minstens inkomsten te behouden. Zonder de nanny zou de bestuurder worden gedwongen om minder tijd in de onderneming te investeren, wat tot mindere resultaten zou leiden. Alle wettelijke voorwaarden voor de aftrekbaarheid van de kosten zijn dus vervuld. Hoeveel jonge ouders met kinderen hebben tijdens de lockdown van de scholen niet afgezien om hun werk en de zorg voor hun kinderen te combineren? Een nanny zou het thuiswerk zo veel productiever hebben gemaakt. Die techniek heeft ook een keerzijde, al is die beperkt. De communicerende vaten zijn een belangrijk fiscaal principe: als iets aftrekbaar is, moet het elders ook belastbaar zijn. De zorg voor de kinderen is een privé-uitgave. Als de onderneming de kosten ervan voor haar rekening neemt, ontstaat een belastbaar voordeel van alle aard. Het jaarlijkse voordeel voor de kosteloze terbeschikkingstelling van huispersoneel, tuiniers, chauffeurs enzovoort is forfaitair vastgesteld op 5950 euro per persoon die voltijds tewerkgesteld is. Als de nanny dus 1672 uren per jaar zou werken, zou de genieter belasting betalen op een kleine 6000 euro, wat neerkomt op een belasting van ongeveer 3000 euro op jaarbasis, of 250 euro per maand. Is het minder dan voltijds, dan wordt dat bedrag geprorateerd. Ondernemingen die hun bedrijfsleiders en hun werknemers opvoedkundige en huiselijke taken uit handen willen nemen om productiever te zijn, weten dus wat te doen. Een win-win.