84 procent van de Belgen vindt de belasting op erfenissen te hoog. Dat is een opmerkelijke conclusie van een enquête bij meer dan duizend Belgen, uitgevoerd door het onderzoeksbureau Kantar in opdracht van Trends. De verlaging van de Vlaamse erfbelasting van eind vorig jaar heeft er niet voor gezorgd dat significant meer Vlamingen dan Walen en Brusselaars tevreden zijn met de tarieven.

Onder de 11 procent Belgen die de erfbelasting correct vinden, zitten opvallend veel zelfstandigen. Mogelijk speelt het gunstregime voor de vererving van familiebedrijven een rol in die beoordeling. Wie het familiebedrijf erft, betaalt in Vlaanderen en Brussel onder bepaalde voorwaarden slechts 3 of 7 procent belastingen op de nettowaarde van het bedrijf, en in Wallonië 0 procent. Het laagste tarief van 3 procent geldt in Vlaanderen en Brussel voor erfenissen in rechte lijn en tussen partners.

Slechts 5 procent van de respondenten vindt dat erfenissen in ons land onvoldoende worden belast, onder wie meer Franstaligen dan Vlamingen. Nochtans klonk de roep om hogere belastingen voor de rijken de voorbije jaren steeds luider. Na het overlijden van de rijkste Belg, Albert Frère, eind vorig jaar was er bijvoorbeeld veel commotie omdat de erfgenamen geen of weinig erfbelasting zouden hebben betaald. Volgens verschillende sociale economen zijn de erf- en de schenkbelasting belangrijke instrumenten om de rijkdom te herverdelen. De voorsprong die de toplaag van de bevolking krijgt via erfenissen en schenkingen valt moeilijk in te halen.

Erfbelasting omzeilen

Er zijn heel wat mogelijkheden om de erfbelasting te omzeilen. Zo ligt de belasting op schenkingen in de drie gewesten lager dan die op erfenissen. 13 procent van de ondervraagde Belgen heeft al gebruikgemaakt van de mogelijkheid een deel van hun vermogen te schenken tegen een lager fiscaal tarief, en 24 procent is van plan dat te doen. Van de 65-plussers heeft ruim dubbel zoveel mensen al een schenking gedaan. 36 procent is niet van plan te schenken, en 28 procent weet het niet. Schenken is geen optie voor mensen die vrezen dat ze geld tekortkomen op hun oude dag.

De respondenten kregen ook de vraag voorgeschoteld of ze zich zorgen maken over hoe hun leven eruit zal zien als ze ouder zijn. Van de mensen die zich zorgen maken, noemt 45 procent financiële problemen als een van de twee belangrijkste oorzaken. Het is dus best mogelijk dat mensen de erfbelasting te hoog vinden, maar het niet aankunnen of aandurven een deel van hun vermogen te schenken. Een andere mogelijke verklaring is dat veel mensen niet weten hoe groot het verschil is tussen de tarieven van de erf- en de schenkbelasting.

Door bijvoorbeeld in Vlaanderen een woning van 300.000 euro te schenken in twee schijven, met meer dan drie jaar tussen beide transacties, betaalt de begunstigde slechts 3 procent schenkbelasting. Als een erfgenaam in rechte lijn, zoals een kind of een kleinkind, die woning erft, draagt het op het geheel 11 procent erfbelasting af. Door op tijd en in schijven te schenken besparen de ouders of de grootouders in dit voorbeeld hun kind of kleinkind dus 24.000 euro belasting.

Niet te missen inkomsten

De Vlaamse politici zijn er zich van bewust dat de "belasting op verdriet" - zoals de erfbelasting in de volksmond wel eens wordt genoemd - niet populair is. Maar CD&V vindt de erfbelasting een niet te missen bron van inkomsten om bijvoorbeeld het onderwijs mee te financieren. De partij wil de belastingdruk verder verlagen, maar geeft de voorkeur aan de verlaging van de lasten op arbeid. "De volgende legislatuur willen we de erfbelasting wel nog rechtvaardiger maken voor gezinnen", legt Vlaams Parlementslid Peter Van Rompuy uit. De christendemocraten zijn er trots op dat de hervorming in 2018 "gezinsvriendelijk" was, met de flexibele erfenissprong en de extra vrijstelling voor de langstlevende partner.

BJÖRN RZOSKA "Het progressieve karakter van de erfbelasting is ondermijnd." © ID

Voor CD&V moet worden voortgegaan op het ingeslagen pad. Van Rompuy: "We pleiten ervoor stief- en zorgkleinkinderen die erven van een stiefgrootouder op dezelfde wijze te belasten als kleinkinderen die erven van een natuurlijke grootouder. Nu geldt voor stief- en zorgkleinkinderen het hoogste tarief. Sinds 2002 zijn stief- en zorgkinderen voor de erfbelasting ook al gelijkgesteld met de natuurlijke kinderen."

CD&V lanceert ook het idee van de plaatsvervulling voor de erfbelasting. "Het principe geldt al om te bepalen wie kan erven, maar niet om de erfbelasting te berekenen. Wij vinden dat bijvoorbeeld neven en nichten die van broers of zussen erven in de plaats van een overleden ouder, moeten kunnen erven tegen de voorwaarden die de overleden ouder zou hebben betaald."

Sterkere progressiviteit

Zelfs de PVDA, de meest extreme partij aan de linkerkant van het politieke spectrum, pleit voor een lagere erfbelasting. "Dat wil zeggen: wij pleiten voor een sterkere progressiviteit van de erfbelasting", verduidelijkt Ivo Flachet, medewerker van voorzitter Peter Mertens. PVDA wil de belastingen verlagen voor kleine erfenissen en die verhogen voor grote erfenissen.

Volgens de partij moet vooral de schenkbelasting op de korrel worden genomen. De rijksten profiteren volgens de PVDA het meest van het belastingtarief van 3 procent op schenkingen van roerende goederen. "Via een inbreng in een vennootschap worden zelfs de gebouwen die ze bezitten, getransformeerd in financiële activa. Daarom gebruiken de meest welgestelden die preferentiële schenkingsrechten om te ontsnappen aan de erfbelasting, en dus aan de progressiviteit die essentieel is voor een faire fiscaliteit. Voor ons moeten ook roerende goederen worden onderworpen aan het progressieve tarief dat geldt voor schenkingen van onroerende goederen."

Niet meer van deze tijd

Groen vindt net zoals de PVDA dat de progressiviteit in de tarieven te beperkt is. De partij merkt ook op dat het bedrag veel minder bepalend is voor het tarief dan de band tussen de erflater en de begunstigde. "De beoordeling van die band is arbitrair en niet meer van deze tijd", stelt Björn Rzoska, de fractievoorzitter van Groen in het Vlaams Parlement. "Wij willen voor de volgende regeerperiode onderzoeken hoe bescheiden vermogens minder zwaar kunnen worden belast en de grote vermogens een billijke bijdrage kunnen leveren. De mogelijkheden tot optimalisatie en ontduikingen ondergraven het progressieve karakter van de erfbelasting."

BART SOMERS "De hervorming van de erfbelasting ging vorig jaar niet ver genoeg." © K. DUERINCKX

Voor Groen moeten hervormingen "minstens budgetneutraal" zijn, terwijl de partij het volgens de Stemtest van de VRT eens is met de stelling dat de erfbelasting verder omlaag moet. "Als er ruimte is voor een lastenverlaging, gebruiken we die beter om arbeid en investeringen aantrekkelijker te maken", vindt Rzoska. "Erf- en schenkbelastingen zijn vormen van vermogensbelasting. Vermogensbelastingen behoren, zeker met de correcte toepassing van het progressiviteitsbeginsel, tot de minst verstorende belastingen." De partij wil de schenk- en de erfbelasting op termijn vervangen door een progressieve vermogensrendementsheffing.

Sp.a pleit voor een belastingvrije som van 250.000 euro die iedere Vlaming tijdens zijn leven kan verwerven. "Met een progressieve belasting op het gedeelte dat je daarbovenop verwerft", zegt Joris Vandenbroucke, fractievoorzitter van sp.a in het Vlaams Parlement. "Daarbij maakt het niet meer uit wat je verwerft, wanneer, of het via schenking of erfenis is, en van wie. Enkel de omvang telt."

Met de hervorming in 2018 waren slechts enkele doelgroepen beter af en werden nieuwe fiscale koterijen gebouwd voor een systeem dat volgens Vandenbroucke al erg complex en onrechtvaardig was. "Vandaag betaalt de brede middenklasse de volle pot, terwijl de kleine groep van grote vermogens de dans vrijwel volledig ontspringt."

Niet ver genoeg

Voor de Vlaamse liberalen ging de hervorming van de erfbelasting vorig jaar niet ver genoeg. Open Vld heeft nog een aantal belangrijke wijzigingen op zijn verlanglijstje staan. Ten eerste pleit de partij voor de verhoging van de vrijstelling van de langstlevende partner voor roerende goederen van 50.000 tot 250.000 euro. N-VA is het er alvast mee eens dat die vrijstelling moet worden opgetrokken.

"Naast de gezinswoning wordt zo ook een belangrijk deel van de roerende goederen vrijgesteld. Partners die nog voor een gezinswoning spaarden of die net hun gezinswoning hadden verkocht, krijgen zo een evenwaardig voordeel", legt Bart Somers (Open Vld) uit. "De vrijstelling op de gezinswoning voor echtgenoten en samenwonende partners willen we bovendien uitbreiden naar alle overdrachten in rechte lijn. Zo hoeven ook de kinderen geen erfbelasting meer te betalen als ze de woning van hun ouders erven."

Verder moet het hoogste tarief van 55 procent op de schop voor Open Vld. Het is de liberalen een doorn in het oog dat de overheid meer dan de helft van een erfenis confisqueert. "Het hoogste tarief moet worden verlaagd tot onder 50 procent", zegt Somers.

Beste vrienden

Ook N-VA wil op het elan van de vorige hervorming doorgaan. "We gaan voor een volledige vrijstelling van erfbelasting voor zowel de langstlevende echtgenoot als de kinderen tot 21 jaar. We gaan voor een vereenvoudiging, zodat ontwijkingsmechanismen niet nodig zijn om van een lager tarief te genieten", zegt Vlaams Parlementslid Jos Lantmeeters. "De tarievenplafonds moeten worden geïndexeerd om een sluipende belastingverhoging tegen te gaan. Voor de alleenstaande erflaters willen we voordelen invoeren voor de vererving naar door hen gekozen 'beste vrienden'."

Terwijl Groen en PVDA moeite hebben met het lagere belastingtarief voor schenkingen, is N-VA net een grote voorstander van het verschil in tarieven. Volgens Lantmeeters zorgt dat ervoor dat rijkdom van oudere generaties sneller naar de jongere generaties vloeit, en sneller in de economie kan worden geïnvesteerd.

Het Vlaams Belang is principieel tegen het belasten van nalatenschappen, omdat dat vermogen al aan alle mogelijke vormen van belastingen is onderworpen. "De tarieven van 30, 45 en zelfs 55 procent aan erfbelasting komen te veel in de buurt van confiscatie", zegt Wim Van Osselaer, de fractiesecretaris van Vlaams Belang in het Vlaams Parlement. Voor Vlaams Belang moet er een vrijstelling tot 250.000 euro komen voor erfgenamen in rechte lijn en een tarief van 3 procent voor alles wat daarboven komt. Voor alle anderen stelt de partij een sterk verlaagd tarief van 7 procent voor. Vlaams Belang wil geen onderscheid maken tussen roerende en onroerende goederen. "Mensen moeten tijdens hun leven vrij kunnen kiezen waar zij hun spaargeld in investeren."

De enquête werd afgenomen door Kantar bij 1031 Belgen tussen 25 en 75 jaar. De maximale statistische fout is 3 procent.

De kosten van een nieuwe Vlaamse erfbelasting

Op 1 september 2018 verlaagde de Vlaamse regering de tarieven voor erfenissen voor broers, zussen, verre familie en vrienden. Het gaat om erfgenamen in de zijlijn. Grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen zijn erfgenamen in rechte lijn. Er kwam ook een aantal vrijstellingen bij. Voor getrouwde en samenwonende partners kwam er in Vlaanderen naast de vrijstelling voor de gezinswoning ook een vrijstelling voor de eerste schijf van 50.000 euro aan roerende inkomsten voor de langstlevende partner. Voor kinderen onder 21 jaar die beide ouders verloren, is een vrijstelling voor de gezinswoning en 75.000 euro aan roerende goederen geïntroduceerd.

De hervorming van de Vlaamse erfbelasting zou 140 miljoen euro kosten, goed voor een totale belastingvermindering van 10 procent. In 2016 en 2017 leverde de erfbelasting in Vlaanderen ongeveer 1,4 miljard euro per jaar op, leren de jaarverslagen van de Vlaamse Belastingdienst. Voor 2018 is het nog te vroeg om de rekening te maken. Er zijn nog heel wat nalatenschapsdossiers in behandeling. Bovendien golden de nieuwe tarieven enkel voor de laatste vier maanden van het jaar.

Het belang van de erfbelasting op de Vlaamse begroting van 45 miljard euro valt misschien nog mee, maar de erfbelasting is wel een van de weinige belastingen die de Vlaamse overheid volledig zelf in handen heeft. Vlaanderen verwacht voor 2019 minder dan 7 miljard euro inkomsten uit gewestbelastingen zoals de erf- en schenkbelasting. Het hangt voor de rest van de inkomsten af van de dotaties van de federale overheid.