Het minste dat kan worden gezegd is dat de nieuwe aangifteplicht van in het buitenland afgesloten levensverzekeringen heel wat onrust heeft gezaaid bij Belgische beleggers die titularis zijn van een bijvoorbeeld in Luxemburg of Zwitserland afgesloten Tak 21- of Tak 23-beleggingsverzekering.

Zwart, grijs en wit geld

In het debat over de aangifte van in het buitenland belegd geld, is er fiscaal een groot verschil tussen zogenaamd zwart, grijs en wit geld.

Geld is voor de fiscus zwart als het gaat om geld waarop belastingen werden ontdoken - denk bijvoorbeeld aan een erfenis die niet werd aangegeven om successierechten te ontduiken - of dat voortkomt uit een misdaad - een voorbeeld is geld dat verdiend werd door de verhandeling van drugs of verboden wapens. Belangrijk om weten is dat het bezit van zwart geld een strafrechtelijk misdrijf is dat nooit verjaart.

Wit geld is het vermogen waarop alle verschuldigde belastingen zijn betaald en waarvan de opbrengsten altijd correct zijn aangegeven.

Tussen zwart en wit geld, is er fiscaal nog een schemerzone waarover vaak discussie is, namelijk grijs geld. Dit is geld of vermogen dat van oorsprong wit is, maar waarvan de opbrengsten niet correct werden aangegeven om op die manier de verschuldigde belastingen daarop te vermijden. Denk bijvoorbeeld aan de erfenis waarop in eerste instantie de successierechten correct werden betaald, maar waarvan de interest- en dividendinkomsten in het buitenland werden belegd zonder de in België verschuldigde roerende voorheffing te betalen. Met de nieuwe aangifteplicht viseert de Belgische fiscus vooral deze laatste categorie van belastbare inkomsten.

Wat is nieuw?

De programmawet van 27 december 2012, gepubliceerd in de tweede editie van het Belgisch Staatsblad van 31 december 2012, verplicht de Belgische belastingplichtige om in zijn jaarlijkse belastingaangifte melding te maken van individueel gesloten levensverzekeringscontracten bij een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming. Bovendien moet de belastingplichtige melden in welk land of in welke landen deze contracten werden afgesloten.

De wettekst vermeldt ook dat enkel de door de belastingplichtige (of zijn echtgeno(o)t(e) of kinderen) gesloten contracten dienen te worden aangegeven, en dus bijvoorbeeld niet contracten waarvan één of meerdere van voormelde personen 'begunstigde' zijn in plaats van verzekeringsnemer. Ook indien de contracten door een rechtspersoon of een vennootschap werden gesloten in het voordeel van één of meerdere van voormelde personen, is er geen aangifteplicht.

Welke verzekeringscontracten?

In de wet (artikel 101 van de programmawet) lezen we dat het gaat om "individueel gesloten levensverzekeringsovereenkomsten bij een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming". Bij de bespreking van de nieuwe maatregel in de Kamercommissie voor Financiën werd verduidelijkt dat het gaat om verzekeringscontracten van het type Tak 21 (verzekeringen met gewaarborgd kapitaal en rendement), Tak 22 (bruidsschatverzekeringen en geboorteverzekeringen) en Tak 23 (levensverzekeringen gekoppeld aan een of meer beleggingsfondsen).

De aangifteplicht geldt enkel voor levensverzekeringscontracten die gesloten zijn bij "een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming". In België gevestigde verzekeraars worden dus blijkbaar niet geviseerd.

Een voorbeeld verduidelijkt dit. Stel dat een makelaar uit Antwerpen bij zijn cliënt thuis in Mechelen een verzekeringscontract laat ondertekenen dat wordt afgesloten met een in Luxemburg gevestigde verzekeringsonderneming. In de belastingaangifte zal de belastingplichtige uit Mechelen op de eerste vraag (bestaan van het contract met een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming) 'ja' moeten antwoorden, en op de tweede vraag (land waar het contract werd afgesloten) 'België'. Maar ook juridisch zal de verzekeringsovereenkomst vaak in België zijn afgesloten. De verzekeringspremie van dergelijke contracten is immers een 'haalschuld' die zich situeert op de woonplaats van de schuldenaar, zijnde de verzekeringsnemer. Het voorgaande betekent dat voor dergelijke overeenkomsten, namelijk wanneer het Belgische cliënten betreft, in principe steeds "België" zal dienen te worden vermeld als land waarin ze werden afgesloten... Men kan zich de vraag stellen of dit de bedoeling was van de wetgever die op zoek was naar in het buitenland verborgen vermogens.

Vluchtroutes onder vuur

De fiscus heeft met de nieuwe aangifteplicht duidelijk buitenlandse vluchtroutes voor het onderbrengen van vermogen in het vizier. De fiscus wil dus niet zozeer nieuwe inkomsten belasten (de inkomsten uit tal van verzekeringsovereenkomsten waarover het gaat blijven immers onbelast of zijn vrijgesteld), maar is op zoek naar (nog) onbekende vermogens en zoekt een antwoord op vragen als: welk vermogen werd op welk moment in een dergelijk contract gestort, en wat is de oorsprong van dat vermogen?

Op het eerste zicht lijkt de nieuwe aangifteplicht niet het beoogde doel voor de overheid te zullen bereiken. Het land waar de overeenkomst werd afgesloten zal immers vaak België zijn (namelijk het land waar de overeenkomst ondertekend werd, of het land waar de schuldenaar van de verzekeringspremie woont, dit laatste bij toepassing van de Belgische verzekeringswetgeving). Anderzijds mag men niet uit het oog verliezen dat de fiscale administraties van de verschillende landen steeds meer informatie met elkaar gaan uitwisselen. Zo heeft België, onder druk van de OESO, informatie-uitwisseling akkoorden met zo'n veertigtal landen afgesloten, waaronder Luxemburg en Zwitserland. Voor alle duidelijkheid, van al die akkoorden zijn enkel die met het Verenigd Koninkrijk en die met de Verenigde Staten in werking getreden; de andere moeten nog door de Belgische overheid worden geratificeerd.

Johan Steenackers

Het minste dat kan worden gezegd is dat de nieuwe aangifteplicht van in het buitenland afgesloten levensverzekeringen heel wat onrust heeft gezaaid bij Belgische beleggers die titularis zijn van een bijvoorbeeld in Luxemburg of Zwitserland afgesloten Tak 21- of Tak 23-beleggingsverzekering. Zwart, grijs en wit geldIn het debat over de aangifte van in het buitenland belegd geld, is er fiscaal een groot verschil tussen zogenaamd zwart, grijs en wit geld. Geld is voor de fiscus zwart als het gaat om geld waarop belastingen werden ontdoken - denk bijvoorbeeld aan een erfenis die niet werd aangegeven om successierechten te ontduiken - of dat voortkomt uit een misdaad - een voorbeeld is geld dat verdiend werd door de verhandeling van drugs of verboden wapens. Belangrijk om weten is dat het bezit van zwart geld een strafrechtelijk misdrijf is dat nooit verjaart. Wit geld is het vermogen waarop alle verschuldigde belastingen zijn betaald en waarvan de opbrengsten altijd correct zijn aangegeven. Tussen zwart en wit geld, is er fiscaal nog een schemerzone waarover vaak discussie is, namelijk grijs geld. Dit is geld of vermogen dat van oorsprong wit is, maar waarvan de opbrengsten niet correct werden aangegeven om op die manier de verschuldigde belastingen daarop te vermijden. Denk bijvoorbeeld aan de erfenis waarop in eerste instantie de successierechten correct werden betaald, maar waarvan de interest- en dividendinkomsten in het buitenland werden belegd zonder de in België verschuldigde roerende voorheffing te betalen. Met de nieuwe aangifteplicht viseert de Belgische fiscus vooral deze laatste categorie van belastbare inkomsten.Wat is nieuw?De programmawet van 27 december 2012, gepubliceerd in de tweede editie van het Belgisch Staatsblad van 31 december 2012, verplicht de Belgische belastingplichtige om in zijn jaarlijkse belastingaangifte melding te maken van individueel gesloten levensverzekeringscontracten bij een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming. Bovendien moet de belastingplichtige melden in welk land of in welke landen deze contracten werden afgesloten. De wettekst vermeldt ook dat enkel de door de belastingplichtige (of zijn echtgeno(o)t(e) of kinderen) gesloten contracten dienen te worden aangegeven, en dus bijvoorbeeld niet contracten waarvan één of meerdere van voormelde personen 'begunstigde' zijn in plaats van verzekeringsnemer. Ook indien de contracten door een rechtspersoon of een vennootschap werden gesloten in het voordeel van één of meerdere van voormelde personen, is er geen aangifteplicht. Welke verzekeringscontracten?In de wet (artikel 101 van de programmawet) lezen we dat het gaat om "individueel gesloten levensverzekeringsovereenkomsten bij een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming". Bij de bespreking van de nieuwe maatregel in de Kamercommissie voor Financiën werd verduidelijkt dat het gaat om verzekeringscontracten van het type Tak 21 (verzekeringen met gewaarborgd kapitaal en rendement), Tak 22 (bruidsschatverzekeringen en geboorteverzekeringen) en Tak 23 (levensverzekeringen gekoppeld aan een of meer beleggingsfondsen). De aangifteplicht geldt enkel voor levensverzekeringscontracten die gesloten zijn bij "een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming". In België gevestigde verzekeraars worden dus blijkbaar niet geviseerd.Een voorbeeld verduidelijkt dit. Stel dat een makelaar uit Antwerpen bij zijn cliënt thuis in Mechelen een verzekeringscontract laat ondertekenen dat wordt afgesloten met een in Luxemburg gevestigde verzekeringsonderneming. In de belastingaangifte zal de belastingplichtige uit Mechelen op de eerste vraag (bestaan van het contract met een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming) 'ja' moeten antwoorden, en op de tweede vraag (land waar het contract werd afgesloten) 'België'. Maar ook juridisch zal de verzekeringsovereenkomst vaak in België zijn afgesloten. De verzekeringspremie van dergelijke contracten is immers een 'haalschuld' die zich situeert op de woonplaats van de schuldenaar, zijnde de verzekeringsnemer. Het voorgaande betekent dat voor dergelijke overeenkomsten, namelijk wanneer het Belgische cliënten betreft, in principe steeds "België" zal dienen te worden vermeld als land waarin ze werden afgesloten... Men kan zich de vraag stellen of dit de bedoeling was van de wetgever die op zoek was naar in het buitenland verborgen vermogens.Vluchtroutes onder vuurDe fiscus heeft met de nieuwe aangifteplicht duidelijk buitenlandse vluchtroutes voor het onderbrengen van vermogen in het vizier. De fiscus wil dus niet zozeer nieuwe inkomsten belasten (de inkomsten uit tal van verzekeringsovereenkomsten waarover het gaat blijven immers onbelast of zijn vrijgesteld), maar is op zoek naar (nog) onbekende vermogens en zoekt een antwoord op vragen als: welk vermogen werd op welk moment in een dergelijk contract gestort, en wat is de oorsprong van dat vermogen?Op het eerste zicht lijkt de nieuwe aangifteplicht niet het beoogde doel voor de overheid te zullen bereiken. Het land waar de overeenkomst werd afgesloten zal immers vaak België zijn (namelijk het land waar de overeenkomst ondertekend werd, of het land waar de schuldenaar van de verzekeringspremie woont, dit laatste bij toepassing van de Belgische verzekeringswetgeving). Anderzijds mag men niet uit het oog verliezen dat de fiscale administraties van de verschillende landen steeds meer informatie met elkaar gaan uitwisselen. Zo heeft België, onder druk van de OESO, informatie-uitwisseling akkoorden met zo'n veertigtal landen afgesloten, waaronder Luxemburg en Zwitserland. Voor alle duidelijkheid, van al die akkoorden zijn enkel die met het Verenigd Koninkrijk en die met de Verenigde Staten in werking getreden; de andere moeten nog door de Belgische overheid worden geratificeerd.Johan Steenackers