De federale overheidsdienst Financiën heeft eind maart het nieuwe belastingformulier gepubliceerd. Daarop moet u binnenkort uw inkomsten en uitgaven van 2019 aangeven. Vorig jaar kon u de papieren aangifte indienen tot eind juni. Voor de elektronische variant kreeg u twee weken extra. Ondanks de coronacrisis krijgt u dit jaar geen uitstel. U hebt tijd tot 30 juni voor een papieren belastingaangifte en tot 16 juli voor een elektronische. Een argument om vast te houden aan de gebruikelijke deadlines is dat 59 procent van de belastingplichtigen (exclusief de zelfstandigen) een vooraf ingevuld formulier ontvangt.
...

De federale overheidsdienst Financiën heeft eind maart het nieuwe belastingformulier gepubliceerd. Daarop moet u binnenkort uw inkomsten en uitgaven van 2019 aangeven. Vorig jaar kon u de papieren aangifte indienen tot eind juni. Voor de elektronische variant kreeg u twee weken extra. Ondanks de coronacrisis krijgt u dit jaar geen uitstel. U hebt tijd tot 30 juni voor een papieren belastingaangifte en tot 16 juli voor een elektronische. Een argument om vast te houden aan de gebruikelijke deadlines is dat 59 procent van de belastingplichtigen (exclusief de zelfstandigen) een vooraf ingevuld formulier ontvangt. De nieuwe aangifte bevat zoals elk jaar een aantal nieuwigheden. Dat is ook het geval in het vak II van Deel 1, dat betrekking heeft op persoonlijke gegevens en gezinslasten. Wanneer uw belastbare periode niet overeenstemt met het volledige kalenderjaar 2019 om een andere reden dan een overlijden, worden bepaalde federale belastingvoordelen pro rata berekend. Zo wil de fiscus vermijden dat u een dubbel voordeel krijgt, zowel in de personenbelasting als in de belasting voor niet-inwoners. Bevindt u zich in die situatie, dan moet u in de nieuwe rubriek II.A. 6 (code 1199-62) het aantal maanden vermelden. "In het vak III dien je de inkomsten van je onroerende goederen aan te geven", weet Ferdy Foubert, belastingconsulent bij KPMG. "Denk bijvoorbeeld aan verhuurinkomsten uit een tweede verblijf of een investeringspand. In dat vak zie je bovenaan de waarschuwing dat je vrijgestelde inkomsten - zoals het kadastraal inkomen dat betrekking heeft op de gezinswoning - daar niet moet aangeven. In het verleden vermeldden mensen die vaak in de vakken 1106-58 en 2106-28. Maar als je daarin het kadastraal inkomen van je gezinswoning aangeeft, wordt die onterecht belast als een tweede verblijf. Daardoor betaal je al snel enkele honderden euro's te veel." Het vak IV is voorbehouden voor wedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, vervangingsinkomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag. Ook daar treft u enkele nieuwigheden aan. De rubriek IV.A. 3, die bestemd was voor de vrijstelling van bezoldigingen voor gepresteerde opzeggingstermijnen en opzeggingsvergoedingen, is geschrapt vanwege de afschaffing van die vrijstelling. Daardoor vervalt ook de rubriek XVI. 2 (Bezoldigingen van bedrijfsleiders) in Deel 2 van de aangifte. In het vak IV van Deel 1 is ook de subrubriek IV.A. 8b (voorheen IV.A. 9b) vervangen. Daarin moest u in het verleden de vrijstelling van de loonbonus vermelden. "Het gaat om het niet-recurrent resultaatgebonden voordeel dat je vorig jaar van je werkgever hebt ontvangen", zegt Bart Lombaerts, directeur van PwC België. "Dat is verbonden aan de collectieve resultaten van het bedrijf, een groep ondernemingen of een welomschreven categorie van werknemers die is gebaseerd op vooraf vastgelegde objectieve criteria." "Voor het inkomstenjaar 2019 is de loonbonus voor de werknemer vrijgesteld van belastingen tot maximaal 2941 euro netto", weet Lombaerts. "Er is noch bedrijfsvoorheffing noch een eindbelasting op verschuldigd. Wordt het grensbedrag overschreden, dan is enkel het verschil aan belastingen onderworpen. Let wel: de werknemer krijgt de bonus slechts uitbetaald na de afhouding van een solidariteitsbijdrage van 13,07 procent. De werkgever betaalt een bijzondere RSZ-bijdrage van 33 procent boven op de toegekende bonus." Nieuw voor deze aangifte van de personenbelasting is dat de fiscale vrijstelling van de loonbonus automatisch wordt toegekend. U hoeft die niet langer zelf aan te vragen. U dient enkel het bedrag van de ontvangen vergoeding op te nemen in uw aangifte. Daardoor verdwijnt ook de subrubriek XVI. 5b (voorheen XVI. 6b) in Deel 2. Aan het vak IV.F (Inhoudingen voor aanvullend pensioen) werd de nieuwe subrubriek 3 toegevoegd (codes 1387-68 en 2387-38). Die heeft betrekking op het vorig jaar gelanceerde vrij aanvullend pensioen voor werknemers of VAPW. "Daarmee kan je een pensioenspaarbedrag via je werkgever opbouwen wanneer die geen collectieve groepsverzekering of een pensioenfonds aanbiedt", zegt Ferdy Foubert. "Of als je werkgever wél zo'n pensioen aanbiedt, maar de bijdrage lager is dan 3 procent van de bezoldiging. Je kiest zelf hoeveel je spaart, maar houd wel rekening met een bovengrens. Als je al een bijkomend pensioen in de tweede pensioenpijler opbouwt, moet je dat samentellen met het VAPW om te zien of je de bovengrens hebt bereikt." Voor het inkomstenjaar 2019 mag u 3 procent van uw brutojaarloon van twee jaar eerder of 1600 euro aangeven. Van dat bedrag kan u via de belastingaangifte 30 procent (plus de opcentiemen) recupereren. In Deel 2 werd daarvoor ook de rubriek XVI. 11c toegevoegd met de codes 1421-34 en 2421-04. "Op het VAPW betaal je wel een heleboel belastingen", merkt Foubert op. "De premie wordt betaald met loon waarop al RSZ-bijdragen zijn betaald, en er is een premieheffing verschuldigd. Op de uitkering moet je een RIZIV- en een solidariteitsbijdrage afdragen. Bovendien gaat bij de uitbetaling op de pensioenleeftijd nog eens een eindbelasting van 10 procent van het kapitaal." In de rubriek G. 1 van vak IV (codes 1305-53 en 2305-23) is de limiet voor overuren die recht geven op een overwerktoeslag opgetrokken van 130 naar 180 uren. Het vak VII van de belastingaangifte is voorbehouden voor inkomsten van kapitalen en roerende goederen. Daar kunt u onder meer de roerende voorheffing recupereren die u betaalde opdividenden. Sinds de aangifte van vorig jaar zijn gewone dividenden tot een bepaalde limiet vrijgesteld van belasting. Die maatregel werd ingevoerd om het spaargeld van de Belg te activeren. Het maximumbedrag aan vrijgestelde dividenden werd opgetrokken van 640 naar 800 euro. De roerende voorheffing wordt evenwel automatisch ingehouden en de terugbetaling van de te veel betaalde roerende voorheffing moet u zelf aanvragen in de rubriek VII.A. 1b (codes 1437-18 en 2437-85). De afschaffing van de Vlaamse woonbonus sinds 1 januari 2020 heeft geen gevolgen voor deze belastingaangifte, want die heeft nog betrekking op het inkomstenjaar 2019. Hypothecaire woonkredieten die zijn afgesloten tot en met 31 december, komen dus nog altijd in aanmerking voor een belastingvoordeel. De aangifte gebeurt via het vak IX-I (Gewestelijk). De te gebruiken codes verschillen naargelang het tijdstip waarop de lening is afgesloten: 3334-61 en 4334-31 (vanaf 2016), 3360-35 en 4360-05 (in 2015) of 3370-25 en 4370-92 (voor 2015). In het Brussels en het Waals Gewest is de woonbonus al langer afgeschaft, maar ook daar geven oudere woonkredieten nog altijd recht op een fiscaal voordeel. De te gebruiken codes in Brussel zijn 3360-35 en 4360-05 (leningen afgesloten in 2015 of 2016) of 3370-25 en 4370-92 (voor 2015). In Wallonië zijn dat de codes 3360-35 en 4360-05 (leningen afgesloten vanaf 2015) of 3370-25 en 4370-92 (voor 2015). Daar is een aparte rubriek voor de chèque-habitat, die in het Waals Gewest sinds 2016 de woonbonus vervangt. In het vak X-I (Gewestelijk) van de Vlaamse aangifte leest u in de rubriek X-I.D dat enkel een geregistreerde renovatieovereenkomst die uiterlijk op 31 december 2018 is afgesloten nog voor een belastingvermindering in aanmerking komt (codes 3332-63, 4332-33, 3333-62 en 4333-32). "Het betreft een zogenaamde papa- en mamalening", legt Bart Lombaerts uit. "Dat is een krediet aan een familielid of kennis voor de verbouwing van een leegstaand, verwaarloosd, onbewoonbaar of ongeschikt pand. De ontlener kwam vroeger in aanmerking voor een fiscaal voordeel, maar dat is opgeheven voor nieuwe leningen die zijn afgesloten vanaf 1 januari 2019. " In datzelfde vak X-I (Gewestelijk) wordt er in de rubriek X-I.E van de Vlaamse aangifte op gewezen dat alleen de voor 2019 gedane uitgaven voor de vernieuwing van een woning die wordt verhuurd via een sociaal verhuurkantoor recht geven op een fiscaal voordeel (code 3395-97). De Brusselse aangifte vermeldt dat die uitgaven moeten dateren van voor 2016. In de Waalse variant wordt met geen woord over een datum gerept. Het vak X-II (Federaal) bevat een nieuwe subrubriek X-II.H2 voor de terugname van een eerder genoten fiscaal voordeel door een investering in een groeibedrijf. Een belastingvermindering van 25 procent is mogelijk sinds 2018, maar er zijn wel enkele voorwaarden aan gekoppeld, zowel voor de investeerder als voor het groeibedrijf. Wanneer u uw investering bijvoorbeeld minder lang dan vier jaar aanhoudt, moet u een terugname aangeven via de codes 1343-15 en 2343-82. In het vak X-II (Federaal) is ook de letter I toegevoegd. De overeenkomstige codes 1344-14 en 2344-81 zijn bestemd voor de premies die u vorig jaar heeft betaald voor een aparte rechtsbijstandsverzekering. Die is niet gekoppeld aan een andere polis en heeft een ruimere dekking in een brede waaier aan rechtsdomeinen. Daarvoor kan u terecht bij de klassieke verzekeraars, bij zelfstandige spelers die deel uitmaken van een overkoepelende groep (zoals de Baloise-dochter Euromex) of bij een volledig onafhankelijke aanbieder, zoals ARAG of D.A.S. Sinds 1 september 2019 levert zo'n afzonderlijke polis een belastingvermindering van 40 procent op (plus opcentiemen). In de huidige aangifte komt maximaal 310 euro aan gestorte premies in aanmerking voor dat fiscale voordeel. Om voor de belastingvermindering in aanmerking te komen, moet het contract wel specifieke waarborgen en minimale dekkingen bieden. De verzekeraar mag bijvoorbeeld zijn financiële tussenkomst plafonneren, maar hij moet volgens de wetgever wel een minimale dekking bieden. De wet somt ook de rechtsdomeinen op waarvoor een waarborg verplicht is om een belastingvermindering te krijgen. Het vak XIII was vroeger voorbehouden voor de verrekenbare bedrijfsvoorheffing die werd ingehouden voor activiteiten in de deeleconomie. Bart Lombaerts: "Platformen die zulke diensten aanbieden, houden sinds 1 januari 2019 geen heffing meer in op de vergoedingen die zij betalen voor het onbelast bijverdienen. Door de afschaffing van de heffing op die inkomsten is dat vak geschrapt. Daardoor schuiven alle volgende vakken één positie naar voren. Het Grondwettelijk Hof heeft het fiscale gunstregime van de deeleconomie onlangs vernietigd. Maar dat zal maar pas vanaf 1 januari 2021 zijn uitwerking kennen." Het Grondwettelijk Hof heeft ook de belasting op effectenrekeningen vernietigd, maar de codes daarvoor staan eveneens nog altijd op de aangifte. De vernietiging geldt niet vanaf het begin van het jaar, maar pas vanaf 1 oktober 2019. De heffing van 0,15 procent blijft verschuldigd op effectenrekeningen tot 30 september 2019, voor zover die minstens 500.000 euro waard zijn. Dat wordt duidelijk vermeld in de laatste rubriek van Deel 1 van de aangifte: XIII.E. Gebruik daarvoor de codes 1072-92 en 2072-62. In Deel 2 treft u in het vak XVII (Winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen) de nieuwe rubriek XVII. 14 aan. Die werd toegevoegd voor de vrijstelling van het sociaal passief als gevolg van de invoering van het eenheidsstatuut. "Dat is een voorziening die wordt aangelegd om opzeggingsvergoedingen voor het personeel te financieren", verduidelijkt Ferdy Foubert. "Op die manier kunnen bedrijven hoge ontslagkosten compenseren met een fiscale vrijstelling. Die wordt per werknemer berekend en moet worden teruggedraaid als hij om gelijk welke reden het bedrijf verlaat." Via de codes 1633-16 en 2633-83 kunnen werkgevers sinds het inkomstenjaar 2019 een deel van hun winsten en baten fiscaal vrijstellen. "Dat bedrag hoeven ze niet op te nemen in de boekhouding of op een zogenoemde onbeschikbare rekening boeken", zegt Ferdy Foubert. "Het gaat om een fiscale lastenvermindering op het moment dat ze de reserve opbouwen. Er gelden wel allerlei voorwaarden." Ook het vak XVIII (Baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden) kreeg daardoor de nieuwe rubriek XVIII. 13 met de codes 1681-65 en 2681-35. Ook de rubriek XVII. 17 is nieuw. Die kunnen landbouwers gebruiken om de door ongunstige weersomstandigheden geleden schade aan teelten aan te geven. Door dat bedrag in te vullen onder de codes 1642-07 en 2642-74, kiezen ze voor de zogenoemde achterwaartse verliesaftrek. Daardoor wordt het aan de schade toe te schrijven deel van hun beroepsverlies afgetrokken van hun beroepsinkomsten van de vorige drie jaar.