Door de toenemende files gebruiken meer en meer mensen een motorfiets of een motorscooter van het type Vespa om naar het werk te rijden. Je laveert er nu eenmaal gemakkelijker mee door de files dan met een auto.

Bovendien zijn motorfietsen goedkoper in het gebruik. De aankoop van een motor is minder duur en je betaalt minder verzekeringen en belastingen. Dat het gebruik van een motor ook fiscaal wordt aangemoedigd is mooi genomen voor de motorfanaten.

Reden 1. Fiscale aftrek van 100%

De belangrijkste voorwaarde om een deel van de kosten van een motor (onder andere afschrijvingen, verzekeringen, onderhoud, belasting bij inschrijving en gebruik,...) fiscaal te recupereren is dat je de motor minstens voor een deel gebruikt voor je beroepsmatige verplaatsingen.

Een zelfstandige zal bijvoorbeeld met de motor op klantenbezoek moeten gaan. Een werknemer zal de motor bijvoorbeeld moeten gebruiken voor het woon- werkverkeer.

Het komt er dus op neer om het beroepspercentage te bepalen. Dit moet je zelf doen en is gebaseerd op het werkelijk gebruik van de motor. Gebruik je de motor uitsluitend voor het woon- werkverkeer, dan is het percentage gelijk aan 100%.

In vergelijking met een personenwagen is een motorfiets fiscaal gezien veel interessanter. Immers, motorkosten kennen slechts één beperking, namelijk het beroepspercentage. Motorkosten vallen dus niet onder de 75%-beperking of het forfait van 0,15 euro per kilometer voor het woon- werkverkeer.

Met andere woorden; voor zover zij verband houden met het beroepsgebruik van de motor, zijn kosten zoals de verkeersbelasting, brandstofkosten, verzekeringspremies,... zonder beperking aftrekbaar. Het enige wat je moet doen is de nodige bewijzen bijhouden van je werkelijke kosten.

Reden 2. Specifieke motorkledij is fiscaal aftrekbaar

Interessant om weten is dat de kledijkosten die betrekking hebben op het (beroepsmatig) gebruik van een motor onder bepaalde voorwaarden fiscaal aftrekbaar zijn. Deze aftrek neemt de vorm aan van een afschrijving. Meer bepaald moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de beschermende motoruitrusting is in een motorspeciaalzaak aangekocht;
  • het betreft specifieke en beschermende motoruitrusting (de eigenlijke bovenkledij) of thermische onderkledij (T-shirts, pulls, kousen,... komen niet in aanmerking);
  • er is een factuur gemaakt;
  • op die factuur is het merk, het model én een omschrijving van de aangekochte motoruitrusting vermeld.

Het gaat onder meer om een motorhelm (met inbegrip van onderhoudsproducten bijvoorbeeld tegen het aandampen van het vizier), oordoppen, een sjaal en een halsdoek, een vest met minimum een bescherming op de schouders en de ellebogen (een gewone lederen jas komt dus niet in aanmerking), een motorbroek en motorhandschoenen, schoenen of laarzen die minimum de enkel beschermen, reflecterende bovenkledij,...

Reden 3. Degressieve afschrijvingen zijn mogelijk

Een motorfiets kan je, in tegenstelling tot een auto, degressief afschrijven. Afschrijven betekent dat je elk jaar een bepaald percentage van de aanschaffingswaarde fiscaal in kosten kunt brengen en spreiden over de vermoedelijke gebruiksduur van de motorfiets.

De afschrijvingsperiode voor motors wordt voornamelijk beïnvloed door de duurzaamheid van de motor (afhankelijk van het merk en het model) en de gebruiksintensiteit en/of het aantal afgelegde kilometers. Volgens de fiscus is een periode van 5 jaar aangewezen voor de afschrijving van een nieuwe motorfiets die 'normaal' - als een goed huisvader - wordt gebruikt. Voor de afschrijving van de beschermende motoruitrusting en van de helm mag een termijn van 3 jaar in acht worden genomen.

Je kunt ervoor kiezen (je bent dus niet verplicht) om een 'degressieve' afschrijving toe te passen en dit zowel voor de motor zelf als voor de beschermende motoruitrusting en de helm. Dit komt erop neer dat je de motor (en de beschermende motoruitrusting) sneller kunt afschrijven en dit zowel in tijd als in bedrag.

Het degressieve afschrijvingspercentage is immers gelijk aan het dubbele van het lineaire afschrijvingspercentage, toegepast op de zogenaamde residuwaarde van de motor. De residuwaarde is gelijk aan de aanschaffingswaarde min de al toegepaste afschrijvingen.

Het percentage van de degressieve afschrijving mag sowieso niet groter zijn dan 40%. Van zodra het bedrag van de degressieve afschrijving kleiner is dan de afschrijving die volgens het lineaire principe zou kunnen worden toegepast, mag men overschakelen op de lineaire afschrijving.

Nemen we het voorbeeld van een nieuwe motor die je hebt gekocht voor 7500 EUR. Je gebruikt deze voor 100% beroepsmatig. Als je deze afschrijft over vijf jaar, dan komen we tot volgende afschrijvingstabel.

© JS

(1) De degressieve afschrijving = 2700 x 40% = 1080 EUR. Dit is minder dan de lineaire afschrijving van 1500 EUR. Daarom kan je in het derde jaar zonder problemen en formaliteiten overschakelen naar een lineaire afschrijving van 1500 EUR. (JS)