Je kan tot vier keer per jaar aan voorafbetalingen doen. Voor het eerste kwartaal moeten die uiterlijk op 10 april 2012 gebeuren, voor het tweede kwartaal op 10 juli, voor het derde kwartaal op 10 oktober en voor het vierde kwartaal op 20 december. Het best is zoveel mogelijk te betalen op de eerste vervaldag, want hoe sneller de fiscus zijn centen binnen heeft, hoe meer je daar voor beloond wordt. Met je eerste voorafbetaling (die in april dus) vermijd je als zelfstandige of vennootschap een vermeerdering van 3 procent, voor de tweede een van 2,5 procent, voor de derde 2 procent en voor de vierde 1,5 procent. Het gemiddelde van de vermeerdering is dus 2,25 procent. Het beste is op 10 april zoveel mogelijk te betalen, ten minste indien je je dat kunt permitteren. De berekeningsbasis voor zelfstandigen en vennootschappen die niet aan of te weinig voorafbetalingen doen, is gelijk aan 106 procent van de verschuldigde belasting. Zelfstandigen die hun activiteit opstartten in 2010, 2011 of 2012, moesten dit jaar geen voorafbetalingen doen om een belastingvermeerdering te vermijden. Particulieren kunnen ook aan voorafbetalingen doen. Ze hebben dan recht op een belastingvermindering of een bonificatie. Ook hier wordt uitgegaan van een basis van 106 procent van de verschuldigde belastingen. De bonificaties bedragen 1,5 procent voor de eerste voorafbetaling, 1,25 procent voor de tweede, 1 procent voor de derde en 0,75 voor de vierde. Ook hier is het dus het interessantst om zoveel mogelijk in april te betalen. Zowat alle banken bieden kredieten aan om je voorafbetalingen te financieren. De rente daarop is erg laag, maar voor particulieren toch te hoog om nog een voordeel te halen uit de voorafbetaling. De bank doet de voorafbetalingen in jouw plaats in april, zodat je maximaal geniet van de voordelen en je zelf geen enkele actie dient te ondernemen. (KAV)