De vergoedingen die aan de vrijwilliger worden betaald, zijn begrensd. Ze mogen in 2014 niet hoger zijn dan 32,71 euro per dag en 1.308,38 euro per jaar. Op die manier wil de fiscus vermijden dat er via deze weg verdoken bezoldigingen worden betaald. Wil men de vrijwilliger een hogere vergoeding betalen, dan zal dit alleen kunnen als tegemoetkoming voor zijn effectief gemaakte onkosten, die in dat geval ook bewezen moeten bewezen. Gaat men boven de grensbedragen en kan men niet bewijzen dat het gaat om terugbetaling van effectief gemaakte kosten, dan wordt de hele vergoeding onderworpen aan de belastingen. Een combinatie van de forfaitaire vergoedingsregeling met een aanvullende vergoedingsregeling op basis van de werkelijke kosten kan niet. De enige uitzondering hierop is de vergoeding van de verplaatsingonkomsten voor een maximum van 2000 km per jaar. Die mag wel bovenop de forfaitaire vergoeding worden betaald. De vrijwillige inzet kan bovendien alleen ten gunste van organisaties zoals feitelijke verenigingen, instellingen, overheden en vzw's die niet aan de vennootschapsbelasting onderhevig zijn. Ondernemingen kunnen zich dus niet beroepen op de regeling van de forfaitaire vergoedingen voor vrijwilligers. De vrijwillige arbeid kan perfect geleverd worden door iemand die ook op de loonlijst van de organisatie staat. In dat geval mag de vrijwillige arbeid geen uitstaans hebben met de beroepswerkzaamheid. Zo kan een boekhouder bijvoorbeeld wel als kaartjesknipper vrijwilligerswerk doen. (Belga)