Tot de herfst van vorig jaar lag de grens op 65 uur per trimester. Wie aan dat plafond kwam, diende eerst inhaalrust te nemen vooraleer hij opnieuw overuren kon presteren. Sinds 1 oktober 2013 is die grens opgetrokken tot 78 uren. En voor sectoren waar de referentieperiode van een trimester naar een jaar werd gebracht, steeg de grens zelfs tot 91 uren. Die laatste verhoging kan echter pas vanaf de vierde maand. In de eerste drie maanden dient het aantal overuren zonder inhaalrust beperkt te blijven tot 78 uren. Tegelijk kregen de sectoren de kans om te onderhandelen over een optrekken van die grenzen naar 130 of 143 uren. Leverde dat voor 1 april 2014 geen akkoord op, dan kan er voortaan in de afzonderlijke bedrijven worden onderhandeld over een verhoging tot 130 uren. Hetzelfde geldt als de sectoren beslisten om de zaak sowieso door te schuiven naar de bedrijven. Voor het optrekken van het aantal overuren naar 143 is wel een akkoord op sectorniveau nodig. Dit kan niet op bedrijfsvlak. Bij een verhoging van het aantal toegelaten overuren zonder inhaalrust hebben de werknemers ook de mogelijkheid om meer overuren cash te laten uitbetalen in plaats van ze te laten omzetten in inhaalrust, weliswaar met een maximum van 78, 91, 130 of 143 uren per kalenderjaar. Zowel voor de werknemer als voor de werkgever geldt een fiscale korting op het loon dat de werknemer verdient tijdens zijn eerste 130 overuren in een jaar. (Belga)