Misschien waren we wel te verwend in 2009. Toen keken investeerders alleen naar de blinkende kant van de medaille, met het snelle en massale overheidsoptreden en de ingrepen van de centrale banken. Er was vooral opluchting omdat een depressie zoals die in de jaren dertig van de vorige eeuw werd vermeden en het 'maar' een Grote Recessie werd.

De start was nog sterk en veelbelovend, maar het nieuwe jaar telde nog niet zo gek veel dagen toen de schuldenproblematiek voor het eerst opdook. De 'wittebroodsweken' waren snel voorbij toen het gigantische begrotingstekort en de overheidsschuld van Griekenland voor het eerst op het bord van de markten werden gegooid. Tussen februari en april kozen de verschillende financiële markten een andere richting. De aandelenmarkten hernamen hun opwaartse tendens en lieten de Griekse perikelen even voor wat ze waren. Aandelenbeleggers lieten zich vooral leiden door de meevallende bedrijfsresultaten, zowel in de VS als in Europa. Dat was nog steeds het positieve gevolg van draconische besparingen in 2009, maar ook al van een (voorzichtig) omzetherstel.

Ondertussen was er op de valuta- en obligatiemarkten absoluut geen sprake van een rustige sfeer. Zeker niet toen bleek dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy een andere mening hadden over hoe de Griekse schuldproblemen moesten worden opgelost. De handelaren en speculanten gingen volop in de aanval tegen de euro en (Grieks) staatspapier.

De geschiedenis heeft ons al zo vaak geleerd dat dergelijke tegendraadse bewegingen op de verschillende financiële markten niet lang volgehouden kunnen worden. Een clash was onvermijdelijk. De beurzen beleefden een beroerde maand mei en ministers dienden weer voor de opening van de financiële markten met een oplossing te komen. Deze keer niet om banken te redden, maar een land of zelfs een hele regio. Intussen was het Griekse probleem immers uitgedijd tot een (Zuid-)Europees probleem. Het noodplan van 1000 miljard dollar of 750 miljard euro haalde even de lont uit het kruitvat, maar een terugkeer van het vertrouwen hebben we toch niet meer gezien. Een mooie reeks van negen opeenvolgende stijgingen ten spijt, moeten we vaststellen dat (bijna) alle belangrijke wereldbeurzen de eerste jaarhelft in het rood afsluiten.

En nu? Komt het nog goed? We vrezen dat dat niet voor meteen zal zijn, al geloven en hopen we niet dat de malaise tot het einde van het jaar zal duren. We zien met andere woorden een verdeeld tweede halfjaar. Eerst zal het waarschijnlijk nog slechter gaan op de aandelenmarkten, daarna zal het beter worden. Aandelen moeten gezien de moeilijke en gevaarlijke macro-economische context eerst goedkoper worden voor er weer voldoende kopers zullen zijn om ze op te pikken. Het product aandelen valt immers steeds moeilijker te verkopen. De slechte maand mei, waardoor de beurzen dit jaar weer op verlies staan, doet de afkeer voor aandelen opnieuw toenemen. Die afkeer zal de komende weken wellicht nog stijgen en voor (spot)goedkope aandelen zorgen, die dan weer opgepikt kunnen worden. Tijdens de zomer zien we de beursstemming somberder worden, met mogelijk in het najaar de climax. September en oktober zijn voor aandelenmarkten doorgaans de beste maanden om uit te bodemen. Maar eerst is het uitkijken naar het Amerikaanse en daarna het Europese resultatenseizoen. Dat kan even de aandacht van het moeilijke macro-economische verhaal weghalen.

Danny Reweghs

Misschien waren we wel te verwend in 2009. Toen keken investeerders alleen naar de blinkende kant van de medaille, met het snelle en massale overheidsoptreden en de ingrepen van de centrale banken. Er was vooral opluchting omdat een depressie zoals die in de jaren dertig van de vorige eeuw werd vermeden en het 'maar' een Grote Recessie werd. De start was nog sterk en veelbelovend, maar het nieuwe jaar telde nog niet zo gek veel dagen toen de schuldenproblematiek voor het eerst opdook. De 'wittebroodsweken' waren snel voorbij toen het gigantische begrotingstekort en de overheidsschuld van Griekenland voor het eerst op het bord van de markten werden gegooid. Tussen februari en april kozen de verschillende financiële markten een andere richting. De aandelenmarkten hernamen hun opwaartse tendens en lieten de Griekse perikelen even voor wat ze waren. Aandelenbeleggers lieten zich vooral leiden door de meevallende bedrijfsresultaten, zowel in de VS als in Europa. Dat was nog steeds het positieve gevolg van draconische besparingen in 2009, maar ook al van een (voorzichtig) omzetherstel. Ondertussen was er op de valuta- en obligatiemarkten absoluut geen sprake van een rustige sfeer. Zeker niet toen bleek dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy een andere mening hadden over hoe de Griekse schuldproblemen moesten worden opgelost. De handelaren en speculanten gingen volop in de aanval tegen de euro en (Grieks) staatspapier. De geschiedenis heeft ons al zo vaak geleerd dat dergelijke tegendraadse bewegingen op de verschillende financiële markten niet lang volgehouden kunnen worden. Een clash was onvermijdelijk. De beurzen beleefden een beroerde maand mei en ministers dienden weer voor de opening van de financiële markten met een oplossing te komen. Deze keer niet om banken te redden, maar een land of zelfs een hele regio. Intussen was het Griekse probleem immers uitgedijd tot een (Zuid-)Europees probleem. Het noodplan van 1000 miljard dollar of 750 miljard euro haalde even de lont uit het kruitvat, maar een terugkeer van het vertrouwen hebben we toch niet meer gezien. Een mooie reeks van negen opeenvolgende stijgingen ten spijt, moeten we vaststellen dat (bijna) alle belangrijke wereldbeurzen de eerste jaarhelft in het rood afsluiten. En nu? Komt het nog goed? We vrezen dat dat niet voor meteen zal zijn, al geloven en hopen we niet dat de malaise tot het einde van het jaar zal duren. We zien met andere woorden een verdeeld tweede halfjaar. Eerst zal het waarschijnlijk nog slechter gaan op de aandelenmarkten, daarna zal het beter worden. Aandelen moeten gezien de moeilijke en gevaarlijke macro-economische context eerst goedkoper worden voor er weer voldoende kopers zullen zijn om ze op te pikken. Het product aandelen valt immers steeds moeilijker te verkopen. De slechte maand mei, waardoor de beurzen dit jaar weer op verlies staan, doet de afkeer voor aandelen opnieuw toenemen. Die afkeer zal de komende weken wellicht nog stijgen en voor (spot)goedkope aandelen zorgen, die dan weer opgepikt kunnen worden. Tijdens de zomer zien we de beursstemming somberder worden, met mogelijk in het najaar de climax. September en oktober zijn voor aandelenmarkten doorgaans de beste maanden om uit te bodemen. Maar eerst is het uitkijken naar het Amerikaanse en daarna het Europese resultatenseizoen. Dat kan even de aandacht van het moeilijke macro-economische verhaal weghalen. Danny Reweghs