De huidige mobiliteitsfiscaliteit is volgens de studie geen goed middel om het gedrag van de automobilist mee bij te sturen. Daarvoor moet immers niet zozeer het bezit van een wagen, maar wel het gebruik ervan worden belast. Een belasting per gereden kilometer doet automobilisten uitkijken naar alternatieven voor de wagen. De fiscale opbrengsten moeten dan tenminste voor een deel wel aangewend worden om het wegennet in goede staat te brengen en te houden. Voor de opstellers van de studie is dat een noodzakelijke voorwaarde om een draagvlak voor de gebruiksgebaseerde autofiscaliteit te creëren. Daarnaast pleiten FEBIAC en PWC ook voor de uitwerking van co-modale oplossingen, als alternatief voor wie niet kan of wil betalen voor het gebruik van de wegeninfrastructuur. Een en ander wordt geconcretiseerd in een 'six-pack' van maatregelen: de BIV wordt daarin vervangen door een variabel kilometertarief in functie van tijd en plaats van verplaatsing; daarbij is een sociale correctie voorzien voor lagere inkomens en wordt rekening gehouden met de milieukenmerken van de wagen. Ook de fiscaliteit voor bedrijfswagens kan worden herbekeken, volgens de studie: het fiscaal statuut van alle transportmodi (auto, tweewielers, openbaar vervoer) naar elkaar toe laten groeien, zorgt ervoor dat mobiliteitskeuzes kunnen worden gemaakt op basis van gelijke voorwaarden. Park & Ride-zones in de stadsranden moeten worden uitgebreid, en de vervoersopties voor lagere inkomens moeten worden verruimd via een mobiliteitsbudget van overheidswege. Ook thuis-werken en telewerken moeten volgens FEBIAC en PwC verder worden gestimuleerd. Tot slot bepleit de studie ook dat de aankoop van schonere voertuigen aantrekkelijker moet worden gemaakt, bijvoorbeeld door aangepaste BTW-tarieven en ruimere aftrekmogelijkheden voor de verschillende doelgroepen via hun inkomensbelastingen. (Belga)