Vlaanderen telt 514 wagens per 1000 inwoners. Dat aantal stijgt nog elk jaar, al verliest de toename van de autovloot wel vaart. De belangrijkste redenen voor dat blijvende succes zijn bekend: Vlaanderen is een verstedelijkt en sterk versnipperd gebied, er is een gebrek aan alternatieven en een fiscaal gunstregime maakt bedrijfswagens extra aantrekkelijk.
...

Vlaanderen telt 514 wagens per 1000 inwoners. Dat aantal stijgt nog elk jaar, al verliest de toename van de autovloot wel vaart. De belangrijkste redenen voor dat blijvende succes zijn bekend: Vlaanderen is een verstedelijkt en sterk versnipperd gebied, er is een gebrek aan alternatieven en een fiscaal gunstregime maakt bedrijfswagens extra aantrekkelijk. Ook bekend is dat die wagens ongeveer 95 procent van de tijd stilstaan. Het ligt voor de hand dat dat percentage het afgelopen pandemiejaar nog hoger lag. Al is het effect van corona op het autogebruik niet eenduidig, meent professor Imre Keserü, codirecteur van Mobi, het onderzoekscentrum van de Vrije Universiteit Brussel dat gespecialiseerd is in mobiliteit. "Onderzoek naar thuiswerk toont aan dat mensen minder naar het werk rijden, maar wel meer ritten doen in hun vrije tijd. Ook de angst voor een besmetting op het openbaar vervoer doet mensen voor de wagen kiezen." Maar wat na corona? Ons dagelijks leven zal er anders uitzien, zoveel is wel duidelijk. Meer mensen zullen vaker thuiswerken en we laten onze aankopen ook meer thuis leveren, om maar enkele voorbeelden te geven. Dat betekent in theorie minder verplaatsingen. Dus vragen almaar meer mensen zich af of het nog wel interessant is een eigen wagen te bezitten. Een pasklaar antwoord op die vraag is er niet, en de afweging tussen de voor- en de nadelen is minder makkelijk te maken dan het lijkt. Veel hangt af van waar u woont en hoeveel lastiger het leven zonder wagen wordt. Zijn er alternatieven? En als die er zijn, vergen die veel meer tijd? Of een wagen nog interessant is, hangt daarnaast af van hoeveel kilometer u per jaar rijdt. Mobi vergeleek twee jaar geleden de autodeelsystemen in Brussel met de kosten voor een eigen wagen. "Als je minder dan 15.000 kilometer per jaar rijdt, ben je altijd goedkoper af met autodelen", was de conclusie volgens Keserü. Om de voor- en de nadelen van een eigen wagen goed te kunnen afwegen, moet u ook naar de kosten kijken. Volgens Autodelen.net, het Vlaamse netwerk voor gedeelde mobiliteit, betaalt een gemiddeld Vlaams gezin jaarlijks 5000 euro om een auto op de weg te houden. Een gemiddelde zegt natuurlijk niet zoveel. Of u in uw situatie beter af bent met een deelauto, kunt u uitzoeken met de rekenmodule van Autodelen.net op de website safewithcarsharing.be. Voor wie niet zonder wagen wil of kan, maar wel de kosten wil drukken, biedt Dégage mogelijk een oplossing. Dégage is een Gentse vzw waar u uw auto kunt delen met anderen. "Wij zijn 23 jaar geleden begonnen met tien mensen die twee auto's deelden", vertelt coördinator Leen Goossens. "Vandaag beheren we een vloot van 320 wagen en 50 fietsen, en tellen we 3600 leden. De meesten wonen in Gent, maar we zijn nu ook meer actief in de rest van Vlaanderen en binnenkort ook in Brussel." Bij Dégage blijft u gewoon de eigenaar van uw wagen. "De meeste eigenaars die bij ons komen, zijn mensen die zelf niet veel rijden, maar wel af en toe een auto nodig hebben. Ze stellen vast dat hun auto meestal voor de deur staat, waar de kosten blijven doorlopen, maar ze willen hem toch liever niet wegdoen."Met Dégage kunnen die eigenaars hun auto uitlenen aan andere leden. "Zo kun je de kosten delen, bijvoorbeeld voor de verzekering, de brandstof, het onderhoud en de afschrijving van de wagen", legt Leen Goossens uit. "Per kwartaal geef je in hoeveel tijd je zelf gereden hebt en hoeveel je je wagen hebt gedeeld. Afhankelijk daarvan kun je mogelijk 1000 tot 2500 euro per jaar terugkrijgen." Als eigenaar moet u dus wel uw eigen wagen reserveren. "Dat zorgt ook bij de eigenaars voor een mindshift, want je gaat dan veel bewuster om met je eigen gebruik. We merken dat veel mensen uiteindelijk hun wagen wel wegdoen en gewoon lid worden. Voor hen is hun eigen auto delen een tussenstap." Volgens Goossens is het model uniek in België en Europa, en misschien wel in de wereld. "We zijn alleszins nog geen zusterorganisatie tegengekomen", zegt ze. "In plaats van een vloot te kopen of te leasen, zorgen wij ervoor dat voertuigen beter benut worden. Het is een efficiëntieoefening." De meeste autodelers in ons land kiezen voor een ander model (zie grafiek Verschillende modellen van autodelen). Het meest succesvol is roundtrip-autodelen: het systeem waarbij u een wagen gebruikt en die daarna terugbrengt naar de plaats waar u hem hebt opgehaald. De bekendste speler in dat segment is Cambio.Een ander alternatief zijn systemen waarbij u de auto op een andere plaats kunt achterlaten, het free-floatingautodelen. Dat laatste model blijkt moeilijk succesvol te organiseren. De jongste jaren deden verschillende grote spelers hun intrede op de Belgische markt, maar bijvoorbeeld Zipcar (Avis) en DriveNow (BMW, Daimler) verdwenen snel weer van de kaart. "Met een free-float-model is het moeilijk om geld te verdienen. Je hebt een grote vloot nodig, er zijn veel vaste kosten en de vraag is niet groot", zegt Michaël Grandfils, de CEO van Lab Box. Die dochter van D'Ieteren is vooral bekend van het deelautomerk Poppy.Grandfils denkt dat Poppy tegen eind dit jaar, als corona grotendeels uit het land is verdwenen, voor het eerst winst zal maken. "Daarmee zullen we een van de enige spelers ter wereld zijn die een free-floatmodel winstgevend weten te maken", zegt hij. Het helpt dat de concurrentie is verdwenen. Poppy koos ook voor kleinere en dus goedkopere automodellen. En natuurlijk speelt ook de financiële slagkracht van de beursgenoteerde autodienstengroep D'Ieteren een rol. "Wij hebben geluk met een investeerder met een langetermijnhorizon, die sterk staat in België", bevestigt Grandfils. De deelwagens van Poppy zijn enkel beschikbaar in Brussel en Antwerpen. "We zouden graag ook in kleinere steden starten. We krijgen die vraag van burgemeesters, maar de bevolkingsdichtheid is er niet groot genoeg. In steden als Gent en Namen kunnen we nooit winstgevend zijn." Het aantal autodelers zit in de lift (zie grafiek Aantal autodelers groeit stevig). Maar voor de grote doorbraak kijkt de sector ook naar de overheid. "We willen beter samenwerken met de overheden en het openbaar vervoer. Alleen met de steun van de overheid kunnen we ook naar kleinere steden", stelt Grandfils.De sectorvereniging Autodelen.net kijkt uit naar 2022, wanneer het nieuwe decreet Basisbereikbaarheid ingaat. "Dat schuift autodelen naar voren als een van de oplossingen voor het zogenoemde vervoer op maat, de onderste laag van ons nieuwe openbaarvervoersmodel." Volgens Grandfils is het vooral wachten op de concrete uitwerking van het decreet. "Hopelijk bieden de concessies die worden uitgeschreven om diensten aan te bieden in een bepaald gebied voldoende flexibiliteit voor nieuwe spelers", stelt hij.Een andere factor is het mobiliteitsbudget, dat werknemers de mogelijkheid biedt alternatieven te kiezen voor een bedrijfswagen. "Normaal zullen nog meer mensen zo'n mobiliteitsbudget krijgen. Een deel van hen zal dat aangrijpen om te proberen leven zonder eigen wagen. Mijn ervaring is dat veel mensen daarna niet meer terug willen", stelt Grandfils. "Wanneer mensen zien hoeveel ze besparen zonder wagen, willen ze er geen meer." Leen Goossens hoopt vooral dat de overheid het autobezit minder aantrekkelijk maakt, bijvoorbeeld door parkeren duurder te maken en het aantal parkeerplaatsen verder terug te dringen. "Hoe duurder en ongemakkelijker het wordt om een wagen te bezitten, hoe aantrekkelijker autodelen wordt. De overheid kan ons ook actief ondersteunen, bijvoorbeeld met aparte parkeerplaatsen voor deelwagens of door het lidmaatschap van een deelsysteem terug te betalen." Op de grote doorbraak van deelwagens is het wellicht nog even wachten. En dus komen we terug bij de vraag of het nog interessant is een wagen te bezitten. Grandfils: "In stedelijke gebieden als Brussel en Antwerpen is er een goed aanbod van openbaar vervoer en alternatieven zoals deelauto's, taxidiensten en andere transportmiddelen, waaronder deelfietsen en deelsteps. Maar we moeten eerlijk zijn: voor veel mensen op andere plaatsen zijn er nog geen gebruiksvriendelijke oplossingen. In België zijn er dus nog lang privéauto's nodig.""De toekomst is alleszins multimodaal. Wat telt is makkelijk van A naar B te geraken. Welk vervoersmiddel mensen kiezen, zal afhangen van het aanbod", vult professor Keserü aan. "Welke rol een eigen wagen daarbij nog zal spelen, hangt van veel factoren af, zoals de technologische ontwikkeling. Komen er bijvoorbeeld volledig autonome voertuigen of niet?" Er speelt ten slotte ook meer dan het aanbod aan alternatieven of geld. Keserü: "Sommige mensen zijn er gewoon van overtuigd dat ze een eigen wagen nodig hebben. Het hoort bij hun levensstijl. Ze willen snel overal geraken. Die vrijheid en flexibiliteit willen ze niet opgeven." Leen Goossens merkt daar wel een kentering: "Er wordt meer en anders nagedacht over mobiliteit. Voor jongeren bijvoorbeeld is een auto steeds minder een statussymbool. Voor hen is het net een luxe om geen parkeerplaats te hoeven zoeken. Corona doet de geesten verder rijpen. Maar veel mensen zijn nog niet klaar om hun auto weg te doen. En zolang bedrijfswagens zo gesubsidieerd worden en het zo makkelijk blijft een wagen te bezitten, zal ook corona Koning Auto niet onttronen."