In de Verenigde Staten maakt men een onderscheid tussen twee soorten pensioenen. In het eerste geval wordt het te storten pensioenbedrag op voorhand vastgelegd. Het gaat over een systeem van vastgelegde prestaties. Het tweede systeem is dat van de vastgelegde bijdragen. Het engagement gaat over de bijdragen die tijdens het actieve leven worden gestort. Het uiteindelijke pensioen wordt dan bepaald door het rendement van het pensioenfonds gedurende de periode van de plaatsingen.
In een regime van vastgelegde prestaties draagt de werkgever de integraliteit van de financiële risico's, wat niet het geval is voor de fondsen met vastgelegde bijdragen. Het 'probleem' is dat de val van de financiële markten heeft geleid tot een zeer grote onderfinanciering van de eerste soort pensioenfondsen. De onderkapitalisatie wordt geschat op meer dan 400 miljard USD.

Dat heeft als gevolg dat alleen voor het jaar 2009 de belangrijkste bedrijven die deel uitmaken van de S&P 500 gedwongen kunnen worden om meer dan de 70 miljard USD te injecteren in de pensioenkassen om te voldoen aan de heersende wetgeving.
In 2006, in een periode van economische groei, toen de beurzen floreerden, werd in de Verenigde Staten hierover immers een wetgeving gestemd, de Pension Protection Act. De bedoeling was te zorgen voor de financiering van deze pensioenfondsen na het beursdebacle in het begin van de jaren 2000. Sindsdien zijn de financiële markten sterk gedaald. Ondanks een intense lobby van de bedrijven blijft de wet van kracht. Het plan, dat van toepassing werd in 2008, mikte op een regularisatieperiode van zeven jaar met de verplichting om een bepaald kapitalisatieniveau van deze fondsen te bereiken, meer bepaald 92% tegen eind 2008, om dan de lat met 2% per jaar te laten stijgen tot 2011 (kapitalisatiegraad van 98%), om 100% te bereiken in de loop van de laatste drie jaren.

Bovendien legt de wet de bedrijven op om in hun balans het passief verbonden aan het pensioenfonds op te nemen en de nodige maatregelen te nemen wanneer men niet kan voldoen aan de ratio's. Indien de activa dalen onder de limiet van 80% van de kapitalisatie, moeten de Amerikaanse bedrijven gelden van hun winst afnemen om de pensioenfondsen te voeden! Niemand twijfelt eraan dat de huidige winstverwachtingen voor 2009 in vergelijking met 2008 (-12% op het vlak van de winst per aandeel) in een groot aantal gevallen nog geen rekening houden met dat risico.

Terwijl de afschrijvingen van activa en de winstverlagingen al zwaar doorwegen, komt er een belangrijke dreiging - die waarschijnlijk nog niet door iedereen is gekend - bij voor de balansen en de resultatenrekeningen van de Amerikaanse bedrijven.

Bruno du Bus de Warnaffe - directeur Puilaetco Dewaay

In de Verenigde Staten maakt men een onderscheid tussen twee soorten pensioenen. In het eerste geval wordt het te storten pensioenbedrag op voorhand vastgelegd. Het gaat over een systeem van vastgelegde prestaties. Het tweede systeem is dat van de vastgelegde bijdragen. Het engagement gaat over de bijdragen die tijdens het actieve leven worden gestort. Het uiteindelijke pensioen wordt dan bepaald door het rendement van het pensioenfonds gedurende de periode van de plaatsingen. In een regime van vastgelegde prestaties draagt de werkgever de integraliteit van de financiële risico's, wat niet het geval is voor de fondsen met vastgelegde bijdragen. Het 'probleem' is dat de val van de financiële markten heeft geleid tot een zeer grote onderfinanciering van de eerste soort pensioenfondsen. De onderkapitalisatie wordt geschat op meer dan 400 miljard USD. Dat heeft als gevolg dat alleen voor het jaar 2009 de belangrijkste bedrijven die deel uitmaken van de S&P 500 gedwongen kunnen worden om meer dan de 70 miljard USD te injecteren in de pensioenkassen om te voldoen aan de heersende wetgeving. In 2006, in een periode van economische groei, toen de beurzen floreerden, werd in de Verenigde Staten hierover immers een wetgeving gestemd, de Pension Protection Act. De bedoeling was te zorgen voor de financiering van deze pensioenfondsen na het beursdebacle in het begin van de jaren 2000. Sindsdien zijn de financiële markten sterk gedaald. Ondanks een intense lobby van de bedrijven blijft de wet van kracht. Het plan, dat van toepassing werd in 2008, mikte op een regularisatieperiode van zeven jaar met de verplichting om een bepaald kapitalisatieniveau van deze fondsen te bereiken, meer bepaald 92% tegen eind 2008, om dan de lat met 2% per jaar te laten stijgen tot 2011 (kapitalisatiegraad van 98%), om 100% te bereiken in de loop van de laatste drie jaren.Bovendien legt de wet de bedrijven op om in hun balans het passief verbonden aan het pensioenfonds op te nemen en de nodige maatregelen te nemen wanneer men niet kan voldoen aan de ratio's. Indien de activa dalen onder de limiet van 80% van de kapitalisatie, moeten de Amerikaanse bedrijven gelden van hun winst afnemen om de pensioenfondsen te voeden! Niemand twijfelt eraan dat de huidige winstverwachtingen voor 2009 in vergelijking met 2008 (-12% op het vlak van de winst per aandeel) in een groot aantal gevallen nog geen rekening houden met dat risico.Terwijl de afschrijvingen van activa en de winstverlagingen al zwaar doorwegen, komt er een belangrijke dreiging - die waarschijnlijk nog niet door iedereen is gekend - bij voor de balansen en de resultatenrekeningen van de Amerikaanse bedrijven. Bruno du Bus de Warnaffe - directeur Puilaetco Dewaay