De algemene regeling laat een werknemer toe om zijn arbeidsprestaties geheel of gedeeltelijk te schorsen wanneer hij een gezins- of een familielid dat aan een zware ziekte lijdt, wil bijstaan. Tijdens deze verlofperiode ontvangt de werknemer een onderbrekingsuitkering van de RVA. Een volledige onderbreking van de arbeidsprestaties kan gedurende twaalf maanden worden genomen, een halftijdse gedurende 24 maanden en het verminderen van de arbeidsprestaties tot een 4/5de baan eveneens gedurende maximum 24 maanden. Het verlof voor medische bijstand moet wel telkens voor minstens 1 maand en hoogstens 3 maanden opgenomen worden. Het kan telkens worden verlengd voor zover de globale maximumduur niet overschreden wordt. Op deze regeling geldt een uitzondering voor de opvang van een zwaar ziek kind dat gehospitaliseerd werd. Hier zakt de minimumperiode tot een week. Ze kan worden verlengd met bijkomend een week. Vergt de toestand daarna nog steeds hulp, dan kan men overstappen op de algemene regeling. Het verlof kan worden aangevraagd door de ouder die met het kind samenleeft. Kan die niet, dan kan het bij een scheiding ook worden aangevraagd door de ouder die niet met het kind samenleeft. En als ook die belet is, kan een familielid tot de tweede graad het verlof opnemen. Het verlof kan worden opgenomen tijdens de hospitalisatie van het kind of onmiddellijk daarna. (Belga)

De algemene regeling laat een werknemer toe om zijn arbeidsprestaties geheel of gedeeltelijk te schorsen wanneer hij een gezins- of een familielid dat aan een zware ziekte lijdt, wil bijstaan. Tijdens deze verlofperiode ontvangt de werknemer een onderbrekingsuitkering van de RVA. Een volledige onderbreking van de arbeidsprestaties kan gedurende twaalf maanden worden genomen, een halftijdse gedurende 24 maanden en het verminderen van de arbeidsprestaties tot een 4/5de baan eveneens gedurende maximum 24 maanden. Het verlof voor medische bijstand moet wel telkens voor minstens 1 maand en hoogstens 3 maanden opgenomen worden. Het kan telkens worden verlengd voor zover de globale maximumduur niet overschreden wordt. Op deze regeling geldt een uitzondering voor de opvang van een zwaar ziek kind dat gehospitaliseerd werd. Hier zakt de minimumperiode tot een week. Ze kan worden verlengd met bijkomend een week. Vergt de toestand daarna nog steeds hulp, dan kan men overstappen op de algemene regeling. Het verlof kan worden aangevraagd door de ouder die met het kind samenleeft. Kan die niet, dan kan het bij een scheiding ook worden aangevraagd door de ouder die niet met het kind samenleeft. En als ook die belet is, kan een familielid tot de tweede graad het verlof opnemen. Het verlof kan worden opgenomen tijdens de hospitalisatie van het kind of onmiddellijk daarna. (Belga)