De verplichting heeft tot doel om de middelen van cliënten of derden beter te beschermen. Mocht de advocaat in financiële moeilijkheden komen, kan de vermenging tussen privégelden en gelden van cliënten of derden immers voor problemen zorgen. De gelden van derden moeten worden gestort op een rubriekrekening of een derdenrekening. Een rubriekrekening staat weliswaar op naam van de advocaat, maar bevat duidelijk een rubriek die erop wijst dat het gaat om gelden die bestemd zijn voor een bepaalde persoon. Een derdenrekening is dan weer een rekening waarop gelden van derden worden ontvangen die nog geen geïndividualiseerde bestemming hebben gekregen. De rubriekrekeningen en de derdenrekeningen mogen nooit een debetsaldo vertonen. Ze mogen dus nooit in het rood gaan. De advocaten moeten de gelden op de derdenrekening overigens zo snel mogelijk doorstorten naar de begunstigde. Volgens het Gerechtelijk Wetboek moet dat zeker binnen de twee maanden gebeuren, tenzij het gaat om bedragen van hoogstens 2.500 euro. Gelden die binnen de twee jaar niet zijn overgemaakt aan de bestemmeling moeten door de advocaten worden overgedragen aan de Deposito- en Consignatiekas, een afdeling van het ministerie van Financiën. De uiteindelijke begunstigde krijgt dan dertig jaar om ze daar op te vragen. Doet die dat niet, dan belanden ze na die periode definitief in de Schatkist. (Belga)