Tussen begin maart en midden april kregen we een van de meest spectaculaire herstelbewegingen van de afgelopen decennia te zien op de wereldwijde aandelenmarkten. Uit het verleden weten we dat typisch voor de periode nadien is dat de handel enkele maanden richtingloos verloopt. Goede en minder goede beursdagen wisselen elkaar af.

Zeker in de huidige economische en financiële context zouden we een gelijkaardige beweging deze keer alleen maar toejuichen. Tenslotte is de huidige crisis van een andere orde dan de gemiddelde crisis en een verdere klim zou de beurzen opnieuw kwetsbaar maken. We hebben een consolidatie van de eerste sprong nodig. We hebben rust nodig na de fraaie stijging. De markt moet de kans krijgen die ruk naar boven te verwerken.

Ondanks het feit dat de overgrote meerderheid van instellingen en beleggers ervan overtuigd blijft dat de aandelenmarkten elk moment weer kunnen zakken en mogelijk zelfs een (nieuwe) bodem opzoeken, zien we wel weerstand tegen (archi)slechte kwartaalresultaten. Dat was de voorwaarde die we enkele weken geleden stelden voor de duurzaamheid van de herstelbeweging: slecht nieuws negeren en goed of minder slecht dan verwacht nieuws belonen naar aanleiding van het resultatenseizoen. Grosso modo is dat wat we nu ook effectief zien. Want we kunnen gerust toegeven dat er echt zeer zwakke en ontgoochelende resultaten tussen zitten.

Wat hebben we nu gehad? Een fors herstel omdat de markten ervan uitgaan dat de scherpte in de achteruitgang achter ons ligt. Maar veel en betrouwbare aanwijzingen van wanneer we een herstel zullen zien, zijn er nog niet. Het bekende verhaal van dat er wat licht aan het eind van de tunnel gloort, maar we absoluut nog niet weten hoelang de tunnel is waarin we zitten. Dus is een pauze in het herstel aangewezen om de kans op een langere beweging te vergroten. Elke week dat de stabilisatie langer duurt, is een week gewonnen, want ze vergroot de kans op een aanhoudende herstelbeweging. Pas als we de eerste echte indicaties krijgen over de lengte van de tunnel en wanneer het herstel werkelijk op gang zal komen, kunnen de beurzen aan hun volgende opmars beginnen. Als die er komt, zullen ook de technische marktindicatoren verbeteren en pas dan zullen de talrijke non-believers en sceptici van vandaag het geweer van schouder veranderen en zich bij het optimistische kamp aansluiten. Wij behoren al sinds enige tijd tot dat kamp, in die zin dat we van oordeel zijn dat het de moeite loont om voluit in aandelen te beleggen met het oog op het realiseren van mooie rendementen in de volgende 12 tot 24 maanden. Dat zal in schril contrast staan met vastrentende beleggingen, waarvan de rendementen echt bedroevend laag zullen liggen.

Danny Reweghs

Tussen begin maart en midden april kregen we een van de meest spectaculaire herstelbewegingen van de afgelopen decennia te zien op de wereldwijde aandelenmarkten. Uit het verleden weten we dat typisch voor de periode nadien is dat de handel enkele maanden richtingloos verloopt. Goede en minder goede beursdagen wisselen elkaar af. Zeker in de huidige economische en financiële context zouden we een gelijkaardige beweging deze keer alleen maar toejuichen. Tenslotte is de huidige crisis van een andere orde dan de gemiddelde crisis en een verdere klim zou de beurzen opnieuw kwetsbaar maken. We hebben een consolidatie van de eerste sprong nodig. We hebben rust nodig na de fraaie stijging. De markt moet de kans krijgen die ruk naar boven te verwerken.Ondanks het feit dat de overgrote meerderheid van instellingen en beleggers ervan overtuigd blijft dat de aandelenmarkten elk moment weer kunnen zakken en mogelijk zelfs een (nieuwe) bodem opzoeken, zien we wel weerstand tegen (archi)slechte kwartaalresultaten. Dat was de voorwaarde die we enkele weken geleden stelden voor de duurzaamheid van de herstelbeweging: slecht nieuws negeren en goed of minder slecht dan verwacht nieuws belonen naar aanleiding van het resultatenseizoen. Grosso modo is dat wat we nu ook effectief zien. Want we kunnen gerust toegeven dat er echt zeer zwakke en ontgoochelende resultaten tussen zitten. Wat hebben we nu gehad? Een fors herstel omdat de markten ervan uitgaan dat de scherpte in de achteruitgang achter ons ligt. Maar veel en betrouwbare aanwijzingen van wanneer we een herstel zullen zien, zijn er nog niet. Het bekende verhaal van dat er wat licht aan het eind van de tunnel gloort, maar we absoluut nog niet weten hoelang de tunnel is waarin we zitten. Dus is een pauze in het herstel aangewezen om de kans op een langere beweging te vergroten. Elke week dat de stabilisatie langer duurt, is een week gewonnen, want ze vergroot de kans op een aanhoudende herstelbeweging. Pas als we de eerste echte indicaties krijgen over de lengte van de tunnel en wanneer het herstel werkelijk op gang zal komen, kunnen de beurzen aan hun volgende opmars beginnen. Als die er komt, zullen ook de technische marktindicatoren verbeteren en pas dan zullen de talrijke non-believers en sceptici van vandaag het geweer van schouder veranderen en zich bij het optimistische kamp aansluiten. Wij behoren al sinds enige tijd tot dat kamp, in die zin dat we van oordeel zijn dat het de moeite loont om voluit in aandelen te beleggen met het oog op het realiseren van mooie rendementen in de volgende 12 tot 24 maanden. Dat zal in schril contrast staan met vastrentende beleggingen, waarvan de rendementen echt bedroevend laag zullen liggen.Danny Reweghs