Het onderzoek van Securex levert een aantal interessante resultaten op met betrekking tot het aantal werknemers die hun werkgever al dan niet vrijwillig verlaten hebben tijdens de crisisjaren 2009-2011.

Het percentage totaal verloop in de privésector bedroeg meer dan 20% in 2011. In dit percentage zijn alle mogelijke redenen van vertrek uit de organisatie opgenomen, zowel het vrijwillig als het onvrijwillig verloop. Bij een vrijwillig verloop neemt de werknemer zelf het initiatief tot vertrek; bij een onvrijwillig verloop ligt het initiatief bij de werkgever.

Meer dan 11% van de werknemers verliet zijn werkgever in 2011 onvrijwillig. Dit is een status quo met vorig jaar en ligt bijgevolg niet aan de basis van een stijging van het personeelsverloop.

Een goede 9% van de werknemers uit de Belgische privésector verliet zijn werkgever in 2011 op vrijwillige basis (in 2010 was dat bijna 8%). Dit komt overeen met ongeveer 43% van het totaal verloop in 2011. Het zijn vooral jonge, hoger opgeleide werknemers met weinig anciënniteit die hun werkgever verlaten of plannen om weg te gaan.

De stijging in vrijwillige verloop valt het meeste op bij organisaties die noch tot de kleine KMO's behoren, noch tot de grote bedrijven met 200 tot 500 werknemers.

Ook begin 2012 blijft het percentage van werknemers dat van plan is om zijn organisatie te verlaten hoog (circa 30%), hoewel er geen significant verschil is met de verloopintentie in 2011. In 2012 wordt er geen verdere stijging van het vrijwillig verloop verwacht.

Als conclusie stelt Securex dat het voor een onderneming van groot belang is om een inzicht te hebben in de onderliggende reden van vrijwillig vertrek. Een geïntegreerde aanpak van het personeelsbeleid levert op korte termijn een kosten- en tijdsbesparing op, maar ook een concurrentieel voordeel.

Johan Steenackers

Het onderzoek van Securex levert een aantal interessante resultaten op met betrekking tot het aantal werknemers die hun werkgever al dan niet vrijwillig verlaten hebben tijdens de crisisjaren 2009-2011. Het percentage totaal verloop in de privésector bedroeg meer dan 20% in 2011. In dit percentage zijn alle mogelijke redenen van vertrek uit de organisatie opgenomen, zowel het vrijwillig als het onvrijwillig verloop. Bij een vrijwillig verloop neemt de werknemer zelf het initiatief tot vertrek; bij een onvrijwillig verloop ligt het initiatief bij de werkgever. Meer dan 11% van de werknemers verliet zijn werkgever in 2011 onvrijwillig. Dit is een status quo met vorig jaar en ligt bijgevolg niet aan de basis van een stijging van het personeelsverloop. Een goede 9% van de werknemers uit de Belgische privésector verliet zijn werkgever in 2011 op vrijwillige basis (in 2010 was dat bijna 8%). Dit komt overeen met ongeveer 43% van het totaal verloop in 2011. Het zijn vooral jonge, hoger opgeleide werknemers met weinig anciënniteit die hun werkgever verlaten of plannen om weg te gaan.De stijging in vrijwillige verloop valt het meeste op bij organisaties die noch tot de kleine KMO's behoren, noch tot de grote bedrijven met 200 tot 500 werknemers.Ook begin 2012 blijft het percentage van werknemers dat van plan is om zijn organisatie te verlaten hoog (circa 30%), hoewel er geen significant verschil is met de verloopintentie in 2011. In 2012 wordt er geen verdere stijging van het vrijwillig verloop verwacht. Als conclusie stelt Securex dat het voor een onderneming van groot belang is om een inzicht te hebben in de onderliggende reden van vrijwillig vertrek. Een geïntegreerde aanpak van het personeelsbeleid levert op korte termijn een kosten- en tijdsbesparing op, maar ook een concurrentieel voordeel. Johan Steenackers