Erfgenamen en legatarissen (dat zijn de begunstigden in een testament) moeten in principe erfbelastingen betalen op hun deel van de nalatenschap. Voor de berekening baseert de fiscus zich op hun verplichte 'aangifte van nalatenschap'. Die moet gebeuren binnen de voorgeschreven termijnen en volgens de regels. De regelgeving is anders in Vlaanderen dan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië. Welke regels van toepassing zijn, wordt bepaald door de plaats waar de erflater het langst woonde in laatste vijf jaar vóór zijn overlijden.
...

Erfgenamen en legatarissen (dat zijn de begunstigden in een testament) moeten in principe erfbelastingen betalen op hun deel van de nalatenschap. Voor de berekening baseert de fiscus zich op hun verplichte 'aangifte van nalatenschap'. Die moet gebeuren binnen de voorgeschreven termijnen en volgens de regels. De regelgeving is anders in Vlaanderen dan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië. Welke regels van toepassing zijn, wordt bepaald door de plaats waar de erflater het langst woonde in laatste vijf jaar vóór zijn overlijden.De termijn voor het indienen van de aangifte hangt af van de plaats van dat overlijden. Is de erflater in België gestorven, dan krijgt u als erfopvolger of legataris vier maanden tijd (vanaf de dag van het overlijden). Bij een overlijden in het buitenland is de aangiftetermijn wat ruimer. Meer bepaald: • vijf maanden bij een overlijden in 'een ander land binnen de Europese Economische ruimte' (Vlaanderen) of in 'een ander Europees land' (Brussel en Wallonië), en• zes maanden bij een overlijden in 'een land buiten de Europese Economische ruimte' (Vlaanderen) of in 'een land buiten Europa' (Brussel en Wallonië).Zolang de wettelijke termijn niet verstreken is, kunt u wijzigingen aan de aangifte aanbrengen. Volstaat die termijn niet, omdat u alle informatie niet tijdig bij elkaar krijgt? Geen nood: de Vlaamse Belastingdienst verleent naar eigen zeggen 'op eenvoudig verzoek' een uitstel van indiening van de aangifte voor een termijn van twee maanden. Een verzoek voor een nog langer uitstel moet gemotiveerd worden. In het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunt u een verlening aanvragen 'in geval van ernstige moeilijkheden'.Maar ook al heeft u de oorspronkelijke aangifte van nalatenschap tijdig ingediend, dan nog bestaat de kans dat er nadien iets gebeurt waardoor alsnog een nieuwe aangifte vereist is. Bijvoorbeeld als er later nog een testament opduikt, waardoor het vermogen van de erflater op een andere manier moet verdeeld worden. Of wanneer achteraf - bijvoorbeeld na de oplossing van een conflict of de uitspraak van een rechter - blijkt dat de overledene nog een geldsom te beurt valt.In dat geval geldt een nieuwe aangiftetermijn van wederom vier maanden (bij een overlijden in België, of langer bij sterfte in het buitenland) om de bijkomende aangifte te doen. Deze bijkomende periode begint te lopen vanaf de nieuwe gekende gebeurtenis. Op basis van de aanvullende gegevens zal de fiscus dan een nieuwe berekening van de successierechten of erfbelasting maken."In het Vlaams Gewest moet u bovendien extra waakzaam zijn met lopende levensverzekeringen die afgesloten werden door de erflater", zegt notaris Joni Soutaer, woordvoerder van Notaris.be. "Meer bepaald: als er tussen het overlijden en de uitkering of afkoop van het verzekeringscontract een lange periode zit. Soms gaat het om jaren. De verplichting om een nieuwe aangifte van nalatenschap in te dienen wordt dan vaak over het hoofd gezien, en die vergetelheid kan leiden tot aanzienlijke boetes."Notaris.be illustreert dit met twee voorbeelden.Voorbeeld 1: Jef en Aline Jef sloot een spaarverzekering af voor zijn kleindochter Aline. De einddatum van het contract valt samen met haar achttiende verjaardag. Indien Jef overlijdt vóór deze datum, blijft de spaarverzekering gewoon verder lopen. De erfgenamen en eventuele legatarissen dienen dan een aangifte van nalatenschap in. Wanneer Aline achttien wordt, volgt de uitkering van een opgebouwde kapitaal: op dat moment is een bijkomende aangifte verplicht.Voorbeeld 2: Jan en Greet Jan en Greet zijn beroepsactief en gehuwd onder het wettelijk stelsel. Daardoor valt hun loon in het gemeenschappelijk huwelijksvermogen. Jan sluit een pensioenspaarplan af via een levensverzekering. In het contract duidt hij zichzelf aan als begunstigde 'bij leven', en Greet als begunstigde 'bij overlijden'. De premies voor dit pensioenspaarplan worden betaald met het loon van Jan, en dus met het gemeenschappelijke vermogen van de echtgenoten.Rond haar vijftigste sterft Greet. Jan doet aangifte van de nalatenschap, en gaat voortaan als vrijgezel door het leven. Op zijn 65ste verjaardag, wanneer de verzekeraar de pensioenspaarpot aan hem uitkeert, moet hij een nieuwe aangifte indienen. De premies werden immers deels betaald met het gemeenschappelijke vermogen, en dus met het vermogen van Greet. Daardoor zal Jan nog bijkomende erfbelasting moeten betalen op een deel van het uitgekeerde kapitaal.In Brussel en Wallonië hoeft u als erfgenaam of legataris in principe geen rekening te houden met levensverzekeringen die lang na het overlijden van de verzekeringsnemer afgekocht of uitgekeerd worden.Indien u de aangifte van nalatenschap te laat indient, voorziet Vlaanderen in een belastingverhoging die varieert tussen 5 en 20 procent van de te betalen erfbelasting, afhankelijk van de vertraging. De Vlaamse Belastingdienst hanteert ook specifieke percentages voor 'tekortschattingen' en 'verzuim'. Het is dus van belang dat u lopende levensverzekeringen goed opvolgt. Doet u helemaal geen aangifte, dan bedraagt de belastingverhoging sowieso 20 procent.Het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorzien eveneens in een boete bij een laattijdige aangifte voor iedereen die zijn verplichting niet nakomt. Maar die bedraagt slechts 25 euro per maand vertraging. Anderzijds gelden ook hier sancties en verwijlintresten voor wie helemaal geen aangifte van nalatenschap doet.Er zijn nog andere verschillen naargelang het gewest. De Vlaamse Belastingdienst bepaalt bijvoorbeeld dat u een nalatenschap moet aangegeven bij élk overlijden. Dus ook als de overledene weinig of geen bezittingen had. Brussel en Wallonië zijn minder strikt. "In principe is het indienen van zo'n aangifte verplicht", klinkt het daar. "Maar als de nalatenschap geen onroerende goederen bevat én er geen successierechten verschuldigd zijn, stelt de administratie zich soepeler op als u geen aangifte doet."