De Belgische armoededrempel lag in 2018 voor een alleenstaande op 1.187 euro per maand, voor een gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen op 2.493 euro per maand.

De armoedecijfers in Vlaanderen zijn de voorbije jaren min of meer stabiel gebleven. In vergelijking met de rest van België scoort Vlaanderen beter. Als het aantal mensen onder de armoededrempel in Vlaanderen in 2018 tien procent bedroeg, was dat voor Wallonië 22 procent. In Brussel leeft zelfs één op de drie onder de armoedegrens. Voor heel België is dat 16 procent of bijna één Belg op de zes.

Voorts leefde in 2018 twee procent van de Vlamingen of ongeveer 130.000 mensen in een huishouden in ernstige materiële deprivatie. Het gaat om huishoudens die omwille van financiële redenen een aantal basisitems moeten missen (zoals een wasmachine, een auto of degelijke verwarming) of een aantal zaken niet kunnen doen, zoals een week op vakantie gaan, rekeningen op tijd betalen of een onverwachte uitgave kunnen doen. Ook dat cijfer is de laatste jaren stabiel.

In 2018 leefde ook 7 procent van de Vlamingen (ongeveer 330.000 mensen) tot 60 jaar in een huishouden met zeer lage werkintensiteit. Het gaat om huishoudens waar door de volwassenen niet of slechts beperkt wordt gewerkt. Dat is het laagste cijfer sinds 2004. Tussen 2014 en 2018 is het aandeel Vlamingen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit gedaald van 10 tot 7 procent.

Vooral eenoudergezinnen (28 procent van de personen onder de armoedegrens), werklozen (37 procent) en huurders (26 procent) lopen meer risico op armoede. Bij de ouderen is het armoederisico opvallend verbeterd: waar in 2006 het armoederisico bij 65-plussers 23 procent bedroeg, is dat in 2018 gedaald tot 15 procent.