De werkhervattingstoeslag werd ingesteld om oudere uitkeringsgerechtigde volledig werklozen opnieuw aan het werk te krijgen. Hij wordt betaald aan mensen die minstens 50 jaar (straks 55 jaar) zijn op het einde van de maand waarin ze opnieuw aan de slag gaan en die voordien onvrijwillig werkloos zijn geworden, op dat moment minstens 20 jaar in loondienst hadden gewerkt en die geen recht hadden op een werkloosheidsuitkering met bedrijfstoeslag (brugpensioen). Ook mag je zes maanden voorafgaand aan de werkhervatting niet in dienst zijn geweest bij dezelfde werkgever of bedrijvengroep.De werkhervattingstoeslag wordt voor opeenvolgende periodes van 12 maanden toegekend zolang men werkt. Hij stopt automatisch aan de pensioenleeftijd. De toeslag bedraagt 197,93 bruto per maand. Komt men niet aan een beroepsverleden van 20 jaar, dan wordt de toeslag voor ten hoogste drie jaar toegekend: 197,93 euro gedurende het eerste jaar, 131,95 euro gedurende het tweede jaar en 65,98 euro gedurende het derde jaar. Er bestaat ook een werkhervattingstoeslag voor wie als zelfstandige aan de slag gaat. (DLA)