We schreven dat toen de meerderheid van de economen, beursspecialisten en media uitermate somber waren voor de beurs. Een maand geleden lazen we een opbod aan pessimistische berichtgeving, waarin gesteld werd dat de beurzen nog tussen 20 en 50% zouden dalen. En wie niet helemaal zwartgallig was en toch wat aandelen adviseerde, had het alleen over defensieve aandelen zoals voedings- en telecomaandelen.

Wie de kant van de pessimisten volgde, verloor helaas een kans om de verliezen van de afgelopen maanden en jaren goed te maken. Op indexniveau stegen de meeste beurzen tussen 20 en 25%, vooral door een fors herstel van de bankaandelen, maar ook van de cyclische waarden. Wie ArcelorMittal, CMB, Tessenderlo, Umicore, Bekaert, Lafarge en Solvay kocht, had (als we rekening houden met de koersen van maandag 20 april) een gemiddeld maandrendement van 38,3%. Dat zijn niet alleen leuke rendementen, we kunnen er ook een paar interessante beleggingslessen uit trekken.

Een eerste les is dat als een consensus te groot is, zowel in negatieve als in positieve zin, een marktommekeer nooit ver te zoeken is. Als een consensus te groot is, kan tegendraads beleggingsgedrag vaak veel geld opbrengen (cfr.: te groot optimisme voor bankaandelen in 2007 of te veel pessimisme in maart 2003). Een tweede belangrijke les is dat de val van een economie ooit tot stilstand komt. Met alle maatregelen die de overheden (infrastructuurwerken, fiscale stimuli, oprichten van bad banks ...) en centrale banken (rentebeleid, opkoop papier) de afgelopen maanden genomen hebben, kan/kon het bijna niet anders dan dat we op conjunctuurvlak het ergste achter de rug hebben/hadden. Het betekent niet dat de economie van gezondheid blaakt, wel dat de indicatoren niet meer verslechteren.

Vaak of quasi altijd is het moment dat de recessie het diepste punt gehaald heeft voldoende om de appetijt voor cyclische aandelen te doen toenemen. En net als bij de vorige herstelperiodes gaat het herstel gepaard met forse koersbewegingen. De eerste 40 of 50% van een herstelbeweging krijgen we meestal in amper vier of vijf weken tijd. Nu was dat niet anders. Wanhopen is echter niet aan de orde. We sluiten niet uit dat de markten wat naar zuurstof zullen happen en dat enkele beleggers hun winsten zullen willen veiligstellen. Dat wordt dan een ideaal moment om in cyclische aandelen in te stappen, vooral nu blijkt dat de Chinese motor weer op volle toeren draait.

Alain Deneef

We schreven dat toen de meerderheid van de economen, beursspecialisten en media uitermate somber waren voor de beurs. Een maand geleden lazen we een opbod aan pessimistische berichtgeving, waarin gesteld werd dat de beurzen nog tussen 20 en 50% zouden dalen. En wie niet helemaal zwartgallig was en toch wat aandelen adviseerde, had het alleen over defensieve aandelen zoals voedings- en telecomaandelen. Wie de kant van de pessimisten volgde, verloor helaas een kans om de verliezen van de afgelopen maanden en jaren goed te maken. Op indexniveau stegen de meeste beurzen tussen 20 en 25%, vooral door een fors herstel van de bankaandelen, maar ook van de cyclische waarden. Wie ArcelorMittal, CMB, Tessenderlo, Umicore, Bekaert, Lafarge en Solvay kocht, had (als we rekening houden met de koersen van maandag 20 april) een gemiddeld maandrendement van 38,3%. Dat zijn niet alleen leuke rendementen, we kunnen er ook een paar interessante beleggingslessen uit trekken. Een eerste les is dat als een consensus te groot is, zowel in negatieve als in positieve zin, een marktommekeer nooit ver te zoeken is. Als een consensus te groot is, kan tegendraads beleggingsgedrag vaak veel geld opbrengen (cfr.: te groot optimisme voor bankaandelen in 2007 of te veel pessimisme in maart 2003). Een tweede belangrijke les is dat de val van een economie ooit tot stilstand komt. Met alle maatregelen die de overheden (infrastructuurwerken, fiscale stimuli, oprichten van bad banks ...) en centrale banken (rentebeleid, opkoop papier) de afgelopen maanden genomen hebben, kan/kon het bijna niet anders dan dat we op conjunctuurvlak het ergste achter de rug hebben/hadden. Het betekent niet dat de economie van gezondheid blaakt, wel dat de indicatoren niet meer verslechteren. Vaak of quasi altijd is het moment dat de recessie het diepste punt gehaald heeft voldoende om de appetijt voor cyclische aandelen te doen toenemen. En net als bij de vorige herstelperiodes gaat het herstel gepaard met forse koersbewegingen. De eerste 40 of 50% van een herstelbeweging krijgen we meestal in amper vier of vijf weken tijd. Nu was dat niet anders. Wanhopen is echter niet aan de orde. We sluiten niet uit dat de markten wat naar zuurstof zullen happen en dat enkele beleggers hun winsten zullen willen veiligstellen. Dat wordt dan een ideaal moment om in cyclische aandelen in te stappen, vooral nu blijkt dat de Chinese motor weer op volle toeren draait. Alain Deneef