Egbert Lachaert (Open VLD)
Egbert Lachaert (Open VLD)
Kamerlid voor Open VLD
Opinie

23/03/17 om 09:36 - Bijgewerkt om 09:35

'Werknemers die zich minder verplaatsen moeten beloond worden'

Egbert Lachaert volksvertegenwoordiger voor Open Vld houdt een pleidooi voor het mobiliteitsbudget. "We moeten niet alleen nadenken over welk vervoersmiddel je gebruikt, maar ook over hoe je verplaatsingen kan uitsparen."

'Werknemers die zich minder verplaatsen moeten beloond worden'

© Getty Images/iStockphoto

Er doet zich een historische opportuniteit voor om in ons land stappen vooruit te zetten inzake mobiliteit. Jarenlang bekritiseerde de OESO ons dat wij de bedrijfswagen te veel fiscale privileges toekennen, waardoor we onze files zelf subsidiëren. Daarom voorzag de federale regering in het regeerakkoord de invoering van een mobiliteitsbudget. Daarmee wou de regering in eerste instantie werkgevers toelaten ook andere vervoersmiddelen fiscaalvriendelijk aan te bieden.

Open Vld kwam nadien met nog meer revolutionaire plannen: een wagen moet ook in cash kunnen omgezet worden, zodat werknemers zelf hun mobiliteitsbudget kunnen besteden. Het voorstel werd nadien hernomen door de premier zelf, die ermee uitpakte in de State of the Union vorig jaar. Deze voorstellen waren cruciaal om het mobiliteitsbudget echt op de rails te krijgen, want nadien kwam het debat in een stroomversnelling. Nu staan we op een punt dat het dossier kan landen. Laat ons deze unieke opportuniteit grijpen.

Onze burgers en bedrijven zijn de files meer dan moe en willen concrete maatregelen. Naast de nefaste gezondheids- en milieurekening schatten economen de economische kosten van onze files op 2 procent van ons Bruto Nationaal Product. Meer en meer werknemers gaan ook op zoek naar werk in ondernemingen die niet omgeven worden door files. Het mobiliteitsbeleid wordt in iedere vooruitstrevende organisatie tegenwoordig gezien als een gezond deel van het human resources beleid. Om al deze redenen kunnen we ons geen mislukking veroorloven.

Delen

"Werknemers die zich minder verplaatsen moeten beloond worden"

In een notificatie van de ministerraad van het najaar 2016 valt te lezen dat de bevoegde federale ministers tegen 1 april a.s. - over enkele dagen - een concreet kader moeten uitwerken voor het mobiliteitsbudget, virtueel of in cash. De keuze wordt aan de werkgever gelaten hoe die het wil inrichten. Zoals we in De Morgen van vandaag kunnen lezen heeft de FOD Financien een sociaal secretariaat aangesteld om het kader uit te werken. Daarbij ligt de focus op de huidige bedrijfswagenrijders die hun auto kunnen omzetten in netto loon.

Ook de sociale partners trokken het dossier naar zich toe. Zij nemen zich voor om tegen eind maart (eveneens over enkele dagen) een advies te geven over de invulling van het mobiliteitsbudget. Het slechtste wat dit dossier evenwel kan overkomen is dat de uitwerking door de regering en de visie van de sociale partners compleet tegenstrijdig zouden zijn. Dan lijkt een impasse in de maak die maatschappelijk onverantwoord zou zijn.

Uit wat moet het mobiliteitsbudget dan bestaan om draagvlak te hebben en kans op slagen te hebben? We vatten het samen.

1. Het mobiliteitsbudget moet gedragssturend zijn

De bedoeling van een mobiliteitsbudget moet zijn dat we willen dat werknemers bewuster gaan nadenken over hun mobiliteitsgedrag. Dat betekent niet alleen nadenken over welk vervoersmiddel je gebruikt, maar ook over hoe je verplaatsingen kan uitsparen. Ook een verplaatsing met het openbaar vervoer laat een ecologische voetafdruk achter. Op dat vlak is het van cruciaal belang dat een werknemer uiteindelijk financieel beloond kan worden als hij zich minder verplaatst of bijvoorbeeld beslist om dicht bij het werk te gaan wonen. Om die reden is een cashcomponent, aan een fiscaal zeer voordelig tarief, een must. Zo beloon je werknemers die bewust nadenken over hun mobiliteitsgedrag.

2. Het mobiliteitsbudget is een zaak van alle werknemers

Zowel de regering als de sociale partners lijken in eerste instantie in te zetten op de bedrijfswagenrijders van vandaag. Dat is goed, als eerste stap, maar moet onmiddellijk gevolgd worden door een denkoefening over alle andere werknemers. Vele werknemers genieten een woon-werkvergoeding. Laat ons van al die specifieke sectorale regels één basis mobiliteitsbudget maken en dat uitbouwen, zodat het mobiliteitsbudget iets wordt voor alle werknemers.

3. Geen slachtoffers maken

Deze hervorming mag geen slachtoffers maken. De oefening moet voor de overheid en de inkomsten van de sociale zekerheid budgetneutraal zijn. We mogen niet inbreken op bestaande contracten tussen werkgevers en werknemers en niemand mag een euro minder overhouden. Het invoeren van een mobiliteitsbudget moet ook altijd iets zijn dat gebeurt in consensus tussen een werkgever en werknemers. Het kan geen verplichting worden.

4. Vergroen het bedrijfswagenpark

De discussie over het mobiliteitsbudget biedt een uniek kader om als overheid met de automobielsector een pact af te sluiten waarin we in twee fases naar het einde van de brandstofwagen met schadelijke uitstoot gaan in ons land. Indien een bedrijf nog verder bedrijfswagens wil aanbieden aan de gunstige voorwaarden van vandaag, moeten dat over afzienbare tijd enkel nog groene wagens zijn. De markt is er klaar voor en als overheid kan je voor 10 jaar investeringszekerheid bieden aan de sector door een duidelijk kader aan te bieden.

De regering en de sociale partners staan voor een uniek momentum. Bij een werkbaar en wendbaar mobiliteitsbudget mag deze regering met verve de titel hervormingsregering dragen. Indien de sociale partners zouden bijdragen aan een vooruitstrevend voorstel zouden ook zij kunnen bewijzen niet altijd de eenvoudige verdedigers te zijn van het status quo te zijn. Dat heet: een win win voor iedereen.

Onze partners

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info