Gebrek aan beweging kost gezinnen wereldwijd 7 miljard euro

28/07/16 om 14:49 - Bijgewerkt om 14:53

Analyse van gezondheidsgegevens uit 142 landen toont aan dat een tekort aan beweging wereldwijd 48,5 miljard euro per jaar kost. Meer dan 7 miljard euro van dat bedrag komt uit de zak van de gezinnen.

Gebrek aan beweging kost gezinnen wereldwijd 7 miljard euro

Bewegen op kantoor © Istock

Wereldwijd is het feit dat mensen steeds minder gaan bewegen een opkomend probleem. Dat die fysieke inactiviteit gelinkt wordt aan een groot aantal chronische ziektes en voortijdige overlijdens, is al vaak gedocumenteerd. De economische kostprijs van de pandemie is dat veel minder. Nochtans kan een adequate berekening van inactiviteit een extra troef zijn om overheden en regeringsleiders te motiveren om fysieke beweging wereldwijd meer prioriteit te geven dachten Australische, Amerikaanse en Singaporese wetenschappers die zich aan de berekening zetten.

Verlies van productiviteit

De onderzoekers berekenden de kostprijs van directe gezondheidskosten en het verlies van productiviteit aan de hand van gegevens van 142 landen die samen 93,2 procent van de wereldbevolking uitmaken.

Volgens de berekeningen kostte fysieke inactiviteit de gezondheidszorg wereldwijd 53,8 miljard dollar (48,5 miljard euro) in 2013. Daarvan werd bijna 30 miljard euro betaald door de overheid, elf miljard door de private sector en meer dan zeven miljard door gezinnen.

Voortijdige overlijdens die te wijten zijn aan te weinig lichaamsbeweging werden berekend op 12,5 miljard euro verlies door het wegvallen van productiviteit.

Substantieel economisch probleem

De onderzoekers vermoeden dat bovenstaande cijfers in werkelijkheid nog hoger liggen. Ze concluderen dat fysieke inactiviteit een substantieel economisch probleem is en hopen dat hun bevindingen ertoe zullen bijdragen dat er wereldwijd meer werk wordt gemaakt om inactiviteit mee op te nemen in strategische plannen om niet-overdraagbare ziekten aan te pakken.

De resultaten van de studie zijn verschenen in The Lancet. (IPS)

Lees meer over:

Onze partners