Een op de vier Belgen kan geen week vakantie nemen wegens geldgebrek

16/01/17 om 13:33 - Bijgewerkt om 13:52

Bron: Moneytalk

Een kwart van de Belgen kan zich geen week vakantie veroorloven. Dat blijkt uit de EU-SILC-enquête, georganiseerd door de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie.

Een op de vier Belgen kan geen week vakantie nemen wegens geldgebrek

© iStockphoto

Uit de enquête blijkt eveneens dat 6 procent van de Belgische bevolking in 2016 geconfronteerd werd met een toestand van ernstige materiële deprivatie.

Materiële deprivatie

Materiële deprivatie betekent dat iemand zich de gangbare levensstandaard niet kan veroorloven. De EU-SILC-enquête meet materiële deprivatie aan de hand van het ontbreken van negen materiële bezittingen en de onmogelijkheid om een aantal handelingen te doen die symbool staan voor de gemiddelde levensstandaard in onze maatschappij.

Het gaat onder meer om een week vakantie per jaar kunnen nemen buitenshuis, een onverwachte uitgave kunnen doen, of zich een televisie kunnen veroorloven. Als iemand zich minstens vier van deze negen items niet kan veroorloven, wordt gesproken van ernstige materiële deprivatie. Dat laatste gold in 2016 voor 6 procent van de Belgische bevolking.

Er bestaat een duidelijk onevenwicht tussen de verschillende elementen waaruit materiële deprivatie bestaat. De aankoop van een televisie (onmogelijk voor 0,7 procent van de bevolking) of telefoon (0,1 procent) vormt amper een probleem, maar een onverwachte uitgave doen (van 1.100 euro) is een groot knelpunt voor 26 procent van de bevolking. Ook meer dan een kwart van de bevolking (26 procent) kan om financiële redenen niet jaarlijks één week op vakantie gaan.

Meer dan een persoon op de tien ontzegt zichzelf hobby's of sociale contacten om financiële redenen, zo blijkt ook uit de bevraging bij de meer dan 6.000 Belgen.

Een op de vijf Belgen (22 procent) leeft in een gezin dat verklaart moeite te hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, rekening houdend met de inkomsten. Sinds het begin van de crisis in 2008 is de ze subjectieve armoede nooit terug onder de grens van 20 procent gedaald, zo blijkt.

Onze partners