Kristof De Witte & Kenneth De Beckker
visiting fellow van Itinera, en onderzoeker aan de Wikifin-Leerstoel aan de KU Leuven
Opinie

19/07/17 om 10:55 - Bijgewerkt om 12:35

'Geld is een zorg voor iedereen'

De verschillen in financiële geletterdheid in de samenleving zijn alarmerend. Dat zeggen Kristof De Witte en Kenneth De Beckker, respectievelijk visiting fellow van Itinera en houder van de Wikifin Leerstoel aan de KU Leuven, en onderzoeker aan de Wikifin-Leerstoel aan de KU Leuven.

'Geld is een zorg voor iedereen'

© istock

Mensen worden op alle leeftijden geconfronteerd met financiële beslissingen: van kinderen die beslissen waaraan ze hun eerste zakgeld spenderen, over jongvolwassenen die een eerste huis kopen tot senioren die hun pensioen plannen. Een degelijke financiële geletterdheid is in ieder van die beslissingen niet te onderschatten.

Financiële geletterdheid bestaat uit drie componenten: kennis, vaardigheden en attitudes. Vaak wordt financiële geletterdheid verengd tot de eerste component, financiële kennis. Terwijl financiële kennis een noodzakelijke voorwaarde is om weloverwogen financiële beslissingen te nemen, leidt ze niet tot een verhoging van het financiële welzijn. Een hoge kennis van gepast geldbeheer impliceert bijvoorbeeld niet noodzakelijk dat iemand spaarzaam is. Die persoon kan een attitude hebben waarin hij van dag tot dag leeft en geld in de eerste plaats beschouwt als iets om uit te geven. Hij kan bovendien nalatig zijn met de betaling van rekeningen of impulsief koopgedrag vertonen. Een financieel geletterde persoon scoort daarentegen hoog op elk van de drie componenten.

Op basis van een enquête afgenomen door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) onderzocht de Wikifin-Leerstoel de financiële geletterdheid van de Belg. Daaruit blijkt dat het aandeel van de Belgen dat hoog scoort op financiële kennis, financiële attitudes en financieel gedrag respectievelijk 60, 43 en 70 procent bedraagt. Om de resultaten van de Belgen in perspectief te plaatsen werden de resultaten vergeleken met elf andere OESO-landen. Het gemiddelde van die landen ligt respectievelijk op 67, 32 en 40 procent. De graad van financiële attitudes en financieel gedrag ligt in België dus merkbaar hoger dan in andere OESO-landen.

Over de verschillende componenten heen bedraagt de financiële geletterdheid in België 68 procent. Dat verbergt echter merkbare verschillen tussen regio's en respondenten. In Vlaanderen is de financiële geletterdheid het hoogst (69 procent), gevolgd door Wallonië (66 procent) en Brussel (65 procent).

Stijgende schuldgraad

Ondanks de goede prestaties van België, zijn de verschillen in financiële geletterdheid alarmerend. De financieel meest kwetsbare groepen in de samenleving beschikken over de laagste financiële kennis, vaardigheden en attitudes. Bovendien zien we ook een stijgende schuldgraad en een stijgend aantal wanbetalingen in België. Volgens cijfers van de Nationale Bank kampten 370.701 personen eind 2016 met wanbetalingen voor consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Dat komt overeen met 3,8 procent van de meerderjarige bevolking. In vergelijking met eind 2015 is dat een toename van 1,7 procent. Brussel en Wallonië hebben met respectievelijk 5,6 en 5,4 procent proportioneel de meeste achterstallige kredietnemers, op afstand gevolgd door Vlaanderen (2,7 procent). Onderzoek wijst uit dat financiële geletterdheid samengaat met een minder hoge individuele schuldgraad en minder wanbetalingen van kredieten.

Actiepunten

Concrete acties dringen zich daarom op. We stellen drie actiepunten voorop:

1. Differentieer financiële vorming in het leerplichtonderwijs

Financiële vorming hangt sterk samen met socio-economische kenmerken zoals onderwijsniveau en inkomen. Om selectie in financiële vorming te vermijden, is financiële vorming in het leerplichtonderwijs van belang. De beslissing van de Vlaamse regering financiële vorming als een basisgeletterdheid te beschouwen, is dan ook toe te juichen. In de concrete uitwerking daarvan moeten we voldoende oog hebben voor de verschillen tussen leerlingen. Waar sommige leerlingen de financiële geletterdheid meekrijgen van thuis, is dat bij anderen niet het geval. Door expliciet in te spelen op de verschillen in achtergrond, voorkennis, interesses en vaardigheden van jongeren, kunnen alle leerplichtige jongeren op een gedifferentieerde manier baat hebben bij de uitwerking van deze basiscompetentie.

2. Betrek verschillende stakeholders

We stellen vast dat wie die al in aanraking kwam met financiële producten opvallend sterker presteert. Kennis verwerven in de dagelijkse praktijk maakt dus sterk. De basis voor kennis, vaardigheden en attitudes in financiële geletterdheid mag dan wel gelegd worden in het onderwijs, er is nog altijd behoefte aan 'in time' financiële vorming. Dat kan bijvoorbeeld via rekenmodules, checklists of informatie over levensmomenten, zoals die op onafhankelijke websites als wikifin.be worden aangeboden. Vanuit de expertise die verschillende stakeholders (zoals OCMW's, consumentenorganisaties, de financiële sector) hebben opgebouwd, moet er gecoördineerd actie worden ondernomen. Alleen zo kunnen alle leeftijdscategorieën en alle bevolkingsgroepen worden bereikt.

3. Werk aan de attitudes en vaardigheden

Financiële geletterdheid is veel meer dan enkel de kennis van financiële concepten en begrippen. Attitudes en vaardigheden blijken minstens even belangrijk bij weloverwogen financiële beslissingen. In een Itinera-analyse stellen we dat de financiële omgeving snel verandert en de complexiteit ervan snel toeneemt. Financiële educatie die enkel beperkt is tot de huidige stand van zaken en het aanleren van statische financiële kennis zijn te eng. Jongeren bijvoorbeeld informeren over online fraudepraktijken zal hen niet wapenen voor de toekomst, aangezien de fraudetechnieken snel wijzigen. Programma's die daarentegen de nadruk leggen op betrouwbare informatiebronnen en zoekstrategieën, het aanleren van vuistregels en blijven werken aan de attitudes van jongeren zijn zinvolle alternatieven. Jongeren die in staat zijn betrouwbare van onbetrouwbare informatie te onderscheiden zijn beter voorbereid om onverwachte situaties het hoofd te bieden. Vuistregels, zoals 'neem direct contact op met je bankkantoor indien je een twijfelachtig onlineverzoek krijgt van je bank' zijn wellicht meer effectief om de juiste reflex te ontwikkelen dan trachten leerlingen vertrouwd te maken met een exhaustieve lijst van wanpraktijken.

Onze partners