Denis-Emmanuel Philippe
Denis-Emmanuel Philippe
advocaat-vennoot bij Bloom Law en docent aan de Universiteit van Luik
Column

26/06/17 om 14:39 - Bijgewerkt om 14:44

Ondermijnen rulings onze samenleving?

Volgens Denis-Emmanuel Philippe, advocaat-vennoot bij Bloom Law, is de rulingcommissie - de excess profit rulings buiten beschouwing gelaten - een modelleerling op het gebied van transparantie en toegankelijkheid.

Ondermijnen rulings onze samenleving?

© Getty Images/iStockphoto

In een interview in de Knack verklaarde Paul de Grauwe dat "het heel ongezond is als een overheid afspraken maakt met een bedrijf over hoeveel belastingen het moet betalen. De overheid discrimineert dan, want de gewone man hoeft daar niet op te rekenen. Zulke afspraken, rulings, ondermijnen onze samenleving van binnenuit". Het artikel gaat vervolgens specifiek in op de excess profit rulings, die multinationals toelaten om een deel van hun overwinst (excess profit) uit internationale activiteiten in België te laten vrijstellen. Volgens de heer Paul De Grauwe zijn dit "onterechte afspraken tussen politici en multinationals op de kap van de gewone man."

1. Excess profit rulings : slechte reclame voor Belgische rulingpraktijk

Belgische rulings kwamen vorig jaar onder vuur te liggen: op 11 januari 2016 oordeelde de Europese Commissie dat de Belgische excess profit rulings indruisen tegen het Europese recht. De Europese Commissie twijfelt er met name aan of deze fiscale regelingen voldoen aan de EU-regels voor staatssteun, aangezien zij alleen ten goede lijken te komen aan multinationale groepen, terwijl Belgische ondernemingen die slechts in België actief zijn dit soort voordelen niet kunnen krijgen. België heeft een beroep tot nietigverklaring tegen het Besluit van de Europese Commissie ingediend. De kans dat het Europese Hof van Justitie deze "overwinstregeling" uiteindelijk als illegale staatssteun veroordeelt, lijkt me reëel.

Het kan niet ontkend worden dat deze zaak de hele Belgische rulingpraktijk in een slecht daglicht stelt. Het feit dat de meerderheid van die excess profit rulings destijds niet gepubliceerd zijn geweest, geldt daarbij als een verzwarende factor.

Vanuit dit perspectief kan ik het standpunt van de heer Paul De Grauwe enigszins begrijpen. Desalniettemin lijkt het me aangewezen om een genuanceerde discussie over dit onderwerp te houden.

Ten eerste moet men zich ervan bewust zijn dat deze "overwinstregeling" een erg klein deel van de rulingpraktijk vertegenwoordigt: er zijn, volgens de minister van Financiën, maar 39 ondernemingen die sinds 2004 effectief gebruik hebben gemaakt van een excess profit ruling. Daartegenover staat dat de Belgische rulingcommissie honderden rulings per jaar aflevert (882 rulings in 2016) in diverse fiscale materies, zoals bijvoorbeeld:

  • de aftrekbaarheid van studiekosten of van huurkosten van een appartement dicht bij het werk;
  • de fiscale aanvaardbaarheid van forfaitaire vergoedingen als (belastingvrije) terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever (vb. 20 euro op maandbasis toegekend aan een werknemer die zijn eigen computer gebruikt in het kader van telewerk voor zijn werkgever);
  • de fiscale gevolgen van de inbreng van aandelen in een holding (o.m. de vraag of de inbreng in hoofde van de natuurlijk persoon/inbrenger beantwoordt aan het normaal beheer van een privévermogen);
  • vruchtgebruikconstructies;
  • enz.

2. Transparantie van rulings

Ten tweede lijkt de Belgische rulingcommissie me - de excess profit rulings buiten beschouwing gelaten (omdat ze in de meeste gevallen ongepubliceerd bleven) - een modelleerling te zijn op het gebied van transparantie. Alle rulings worden immers anoniem gepubliceerd op de website fisconetplus, waarbij het belangrijk is erop te wijzen dat de feiten, de juridische argumentatie én de beslissing van de rulingcommissie uitvoerig aan bod komen.

De analyse van deze rulings is erg kostbaar omdat de belastingplichtigen (en hun adviseurs) op deze manier kunnen weten aan welke fiscale behandeling ze worden onderworpen als ze een operatie opzetten zoals beschreven in de ruling. Dergelijke transparantie draagt bij tot het waarborgen van het fiscaal gelijkheidsbeginsel. Deze inspanningen van de Belgische rulingcommissie kunnen we dan ook enkel toejuichen.

In dit kader is het interessant om onze rulingpraktijk met deze van onze Luxemburgse buren te vergelijken. Luxemburg paste naar aanleiding van het LuxLeaks-schandaal zijn rulingprocedure aan (Luxemburgse wet van 19 december 2014). Het beoogde objectief was een uniforme interpretatie van de fiscale wetten en het waarborgen van rechtszekerheid.

Maar heeft het Groothertogdom Luxemburg zijn doel bereikt? Niet helemaal, lijkt mij. De grootste kanttekening die kan worden gemaakt is dat de anonieme en synthetische publicatie van de rulings (zoals de Luxemburgse wet het voorziet) de facto een dode letter is gebleven. Zo beperkt de Luxemburgse administratie van directe belastingen zich ertoe om in haar jaarlijks activiteitenverslag te verwijzen naar het aantal behandelde rulings (570 rulings in 2016, waarvan 481 gunstig werden beoordeeld) en de behandelde onderwerpen (vb. toepassing van de deelnemingsvrijstelling).

Luxemburg is blijkbaar nog niet klaar om voluit de kaart van de transparantie te trekken, wat bijzonder betreurenswaardig is. Laat ons immers niet vergeten dat het LuxLeaks-schandaal het bestaan van fiscale akkoorden had onthuld, die de Luxemburgse belastingadministratie op sluikse wijze had afgesloten met grote ondernemingen en rijke Belgische families...

3. Ook KMO's en particulieren hebben toegang tot rulings

Ten derde is onze Belgische rulingcommissie heel toegankelijk, in tegenstelling tot wat sommigen denken.

In Luxemburg moet er een vergoeding van 3.000 tot 10.000 euro aan de belastingadministratie worden betaald alvorens laatstgenoemde nog maar begint met een analyse van het dossier. Deze vergoeding is niet terugbetaalbaar, zelfs ingeval van een negatief antwoord.

In België is de behandeling van een rulingaanvraag daarentegen gratis, wat de toegankelijkheid van KMO's en particulieren tot de rulingprocedure vergoot. De Belgische rulings zijn dus geen voorrecht voor multinationals. Ongeveer één derde van de Belgische rulings wordt toegekend aan grote ondernemingen, terwijl twee derden worden toegekend aan KMO's en particulieren.

De Belgische rulingcommissie stelt bovendien alles in het werk om de toegang van KMO's tot rulings te vergemakkelijken. Getuige daarvan is de recente publicatie van verschillende ontwerpen van rulingaanvragen op ruling.be rond thema's die van belang zijn voor Belgische ondernemingen, zoals bijvoorbeeld:

  • controlewijzigingen van vennootschappen (o.m. of de wijziging beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, zodat bepaalde aftrekken niet verloren gaan);
  • de fiscale gevolgen van een fusie of een inbreng van een be­drijfstak;
  • enz.

Maar dat is niet alles. Op 27 maart 2017 publiceerde de Belgische rulingcommissie op haar website de eerste editie van haar nieuwsbrief. Deze periodieke publicatie is bedoeld om de standpunten van de Belgische rulingscommissie zo snel mogelijk te publiceren en om up-to-date-informatie te bezorgen aan de belastingplichtigen en hun adviseurs.

Deze eerste "nieuwsflash" beschrijft enkele rulings met een bijzonder belang (zoals de Kaaimantaks of de DBI-regeling), maar ook bepaalde negatieve beslissingen van de rulingcommissie worden besproken (hetgeen een aanzienlijk praktisch nut heeft voor fiscale adviseurs).

Onze partners