Denis-Emmanuel Philippe en Pieterjan Smeyers
Denis-Emmanuel Philippe en Pieterjan Smeyers
Advocaten bij Bloom Law Firm
Opinie

19/02/18 om 14:27 - Bijgewerkt op 21/02/18 om 00:23

'Hervorming vennootschapsbelasting vermindert belastingdruk voor kmo's drastisch'

'Door de recente verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting, in combinatie met de verlaagde roerende voorheffing, kunnen kmo's hun winst voortaan uitkeren aan hun particuliere aandeelhouders onder een globale belastingdruk van ongeveer 31 procent.' Dat zeggen Denis-Emmanuel Philippe en Pieterjan Smeyers, advocaten bij Bloom Law Firm.

'Hervorming vennootschapsbelasting vermindert belastingdruk voor kmo's drastisch'

© Getty Images/iStockphoto

1. Verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting

Sinds 1 januari 2018 is het basistarief in de vennootschapsbelasting gedaald van 33 naar 29 procent. Vanaf 1 januari 2020 zakt het basistarief naar 25 procent. Kmo's kunnen bovendien onder bepaalde voorwaarden genieten van een specifiek tarief van 20 procent op hun belastbare grondslag tot en met 100.000 euro.

Terwijl het kmo-tarief voordien enkel kon worden toegepast door een vennootschap waarvan het belastbare inkomen niet meer dan 322.500 euro bedroeg, wordt het nu opengesteld voor elke kleine vennootschap op haar belastbare grondslag tot en met 100.000 euro. Op de belastbare grondslag boven 100.000 euro geldt het basistarief van de vennootschapsbelasting.

Delen

Hervorming vennootschapsbelasting vermindert belastingdruk voor kmo's drastisch

Of een vennootschap kan worden beschouwd als een kleine vennootschap, hangt af van het aantal personeelsleden (maximaal 50), de jaaromzet (maximaal 9 miljoen euro, excl. btw) en het balanstotaal (maximaal 4,5 miljoen). Enkel indien meer dan een van die criteria is overschreden, kan een vennootschap niet worden beschouwd als een kleine vennootschap.

Om te kunnen genieten van het KMO-tarief moet de kleine vennootschap in principe aan ten minste één van haar bedrijfsleiders een minimumbezoldiging toekennen van 45.000 euro. Indien het belastbaar resultaat van de vennootschap vóór toekenning van de bezoldiging echter minder dan 90.000 EUR bedraagt, volstaat het dat minimaal de helft van dat resultaat wordt toegekend als bezoldiging. Deze voorwaarde is niet van toepassing gedurende de eerste vier boekjaren vanaf de oprichting van de vennootschap.

Bepaalde vennootschappen worden expliciet uitgesloten van het kmo-tarief (onde rmeer beleggings- en financiële vennootschappen).

2. Verhoging van de tarieven in de roerende voorheffing

Het basistarief in de roerende voorheffing is sinds 1 januari 2017 nogmaals gestegen. Sindsdien geldt voor dividenden die een Belgische vennootschap uitkeert aan haar particuliere aandeelhouder in principe een roerende voorheffing van 30 procent.

Daardoor geldt voor de winst die een kleine vennootschap uitkeert aan een particuliere aandeelhouder in principe een globale belastingdruk van ongeveer 44 procent. Die globale belastingdruk kan dalen door gebruik te maken van fiscale aftrekken (DBI-aftrek, aftrek voor risicokapitaal,...).

Delen

Of een vennootschap kan worden beschouwd als een kleine vennootschap, hangt af van het aantal personeelsleden, de jaaromzet en het balanstotaal

Kleine vennootschappen (en hun aandeelhouders) kunnen onder bepaalde voorwaarden echter genieten van een verlaagd tarief in de roerende voorheffing, waardoor de globale belastingdruk veel lager kan uitvallen. Concreet gaat het om zogenaamde VVPRbis-dividenden en VVPRter-dividenden (Verlaagde Voorheffing/Précompte Réduit).

VVPRbis-dividenden komen voort uit nieuwe aandelen op naam die vanaf 1 juli 2013 zijn uitgegeven door een kleine vennootschap in ruil voor een inbreng in geld. Die dividenden kunnen na een wachtperiode van vier jaar in principe genieten van een roerende voorheffing van slechts 15 procent. Daardoor zal de globale belastingdruk op de winst die deze vennootschap uitkeert aan een particuliere aandeelhouder dalen tot ongeveer 32 procent.

Voorbeeld

De heer Peeters beslist dit jaar een kleine vennootschap op te richten onder de hogervermelde voorwaarden. Tijdens het eerste boekjaar realiseert zijn vennootschap een winst van 80.000 euro. Daarop zal 16.320 euro (20,4%) aan vennootschapsbelasting verschuldigd zijn. Indien de winst na belastingen in 2022 wordt uitgekeerd aan de heer Peeters, zal daarop nog 9552 euro (15%) aan roerende voorheffing worden ingehouden. Dat resulteert in een globale belastingdruk van 32,34 procent ([16.320 + 9552] / 80.000).

VVPRter-dividenden komen voort uit een liquidatiereserve die elke kleine vennootschap kan aanleggen. Dat houdt in dat de vennootschap een gedeelte of het geheel van haar boekhoudige winst na belastingen overboekt naar een afzonderlijke passiefrekening. Op die liquidatiereserve zal een afzonderlijke aanslag in de vennootschapsbelasting van 10 procent worden gevestigd. De dividenden die voortkomen uit die liquidatiereserve, kunnen na een wachtperiode van vijf jaar in principe genieten van een roerende voorheffing van slechts 5 procent.

Daardoor zal de globale belastingdruk op de winst die deze vennootschap uitkeert aan een particuliere aandeelhouder dalen tot ongeveer 31 procent. Indien de dividenduitkering plaatsvindt naar aanleiding van de liquidatie van de vennootschap, kan ze zelfs volledig worden vrijgesteld van roerende voorheffing.

Voorbeeld

De heer Janssen heeft al vóór 1 juli 2013 een kleine vennootschap opgericht. Tijdens het huidige boekjaar realiseert zijn vennootschap een winst van 80.000 euro. Daarop zal 16.320 euro (20,4%) aan vennootschapsbelasting verschuldigd zijn. De winst na belastingen wordt overgeboekt naar een liquidatiereserve. Na betaling van de afzonderlijke aanslag van 10 procent (5789,09 euro) zal die liquidatiereserve 57.890,91 euro bedragen. Indien die liquidatiereserve vanaf 1 januari 2024 wordt uitgekeerd aan de heer Janssen, zal daarop nog 2894,55 EUR (5%) aan roerende voorheffing worden ingehouden. Dat resulteert in een globale belastingdruk van 31,25% ([16.320+5.789,09+2.894,55] / 80.000).

De verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting zal voor de meeste vennootschappen dus resulteren in een lagere belastingdruk. Ondanks de recente verhoging van het basistarief in de roerende voorheffing, is het voor kmo's belangrijk te weten dat ze de globale belastingdruk onder bepaalde voorwaarden nog drastisch kunnen verminderen.

De auteurs van deze bijdrage, Denis-Emmanuel Philippe en Pieterjan Smeyers zijn advocaten Bloom Law Firm.

Onze partners